De tijd heelt geen wonden in de relatie tussen Turkije en Nederland

Diplomatieke rel

Nederland weigert de Turkse vicepremier toestemming om in Apeldoorn te spreken. Na de diplomatieke ruzie in maart is de situatie nauwelijks ten goede gekeerd.

De Turkse vicepremier Tugrul Türkes. Handout

Met de weigering van het Nederlandse kabinet de Turkse vicepremier Tugrul Turkes toestemming te verlenen komende dinsdag te komen spreken op een herdenkingsbijeenkomst in Apeldoorn is de ruzie tussen Nederland en Turkije weer in alle hevigheid opgelaaid. Van de-escalatie van de gespannen verhoudingen die Nederland zei na te streven lijkt weinig meer over. De Turkse reactie op het Nederlandse besluit wederom een Turkse minister niet toe te laten liet niet lang op zich wachten. „Het laat zien hoe het met de democratie in Nederland is gesteld”, aldus het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken vrijdagmiddag in een verklaring.

De Turkse vicepremier wilde in het Apeldoornse congrescentrum Orpheus komen spreken op een door de Unie van Europese Turkse Democraten georganiseerde manifestatie om de mislukte coup in Turkije van 15 juli vorig jaar te herdenken. Maar volgens het Nederlandse kabinet is een bezoek van vicepremier Turkes of een ander lid van de Turkse regering niet gewenst „gezien de huidige omstandigheden in de bilaterale relatie tussen Turkije en Nederland”.

Vicepremier Asscher (PvdA), die vrijdag de op de G20-top aanwezige premier Rutte verving bij de wekelijkse ministerraad, zei na afloop dat Nederland nog altijd behoefte heeft om te de-escaleren maar „dat begint niet met een politiek bezoek van de vicepremier’’. Het steekt het kabinet dat de Nederlandse ambassadeur in Turkije, Kees van Rij, nog altijd geen toegang krijgt van de Turkse autoriteiten naar zijn post terug te keren. „Het is gek als onze ambassadeur daar niet naar zijn werk kan, de vicepremier uit Turkije hier wel een toespraak kan houden. We vinden dat niet in balans”, aldus Asscher.

Turkse minister Kaya

Nederland en Turkije die in 2012 nog met diverse festiviteiten hun 400 jaar bestaande diplomatieke betrekkingen vierden, kwamen in maart van dit jaar keihard met elkaar in botsing nadat Nederland de Turkse minister Kaya van gezinszaken belette in Rotterdam haar landgenoten toe te spreken over het omstreden grondwetreferendum dat in april in Turkije zou worden gehouden. De minister was onaangekondigd per auto vanuit Duitsland aangekomen, maar werd vanuit Rotterdam teruggestuurd. Het leidde tot rellen in het Rotterdamse stadscentrum.

Als reactie verbood Turkije de op dat moment de in Nederland verblijvende ambassadeur terug te keren naar zijn standplaats. In Turkije beschuldigde president Erdogan Nederland van „Nazi-praktijken”. Ook schoof hij Nederland de schuld voor de moord op 8.000 moslimmannen in Srebrenica in de schoenen. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag ging men er vanuit dat als het referendum in Turkije achter de rug was er wel ruimte zou ontstaan om de spanning te verminderen. Vandaar het aanhoudende pleidooi voor de-escalatie

Lees ook: onze uitgebreide reconstructie van de gebeurtenissen op 11 maart, ‘Waarom laten ze die vrouw niet gewoon binnen?’

Maar volgens minister Asscher is er de afgelopen maanden weinig veranderd in de slechte verhouding tussen beide landen. De in maart ontstane slechte verhouding tussen Nederland en Turkije bestaat nog steeds, zegt hij. Dan is de vraag of het opnieuw weigeren van een minister door Nederland niet juist escalerend werkt. De reactie van het Turkse minister van Buitenlandse Zaken wijst daar op. Maar op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken wordt juist andersom gereageerd. Daar werd het voorgenomen bezoek van de Turkse vicepremier als een provocatie opgevat.

Zo is de situatie weer terug bij het ontstaan van de diplomatieke botsing in maart. Nederland beschuldigt Turkije en Turkije beschuldigt Nederland. En de herdenking van de mislukte coup aanstaande dinsdag in Apeldoorn? Die kan gewoon doorgaan. Alleen zonder Turkse minister.