Recensie

Commercie nekt het betere boek

Op zoek naar de botten van de laatste tsaar ben ik in Jekaterinburg in de Oeral. In de nacht van 16 op 17 juli 1918 is Nicolaas II er samen met zijn vrouw en vijf kinderen door de bolsjewieken vermoord, verminkt en op een geheime plaats in een bos begraven. Pas in 1991 werden de stoffelijke resten van vijf van hen gevonden om in 1998 te worden bijgezet in de kerk van de Petrus-en-Paulusvesting in Sint-Petersburg. Twee jaar later dolf een amateurarcheoloog elders in dat bos een paar ons botten op van de twee ontbrekende gezinsleden, tsarevitsj Aleksej en zijn zusje Maria.

Jekaterinburg schaamt zich voor die moord. Overal in de stad hangen grote affiches met afbeeldingen van het tsarengezin. Op sommige is zelfs te lezen: ‘Vergeef ons.’

In een boekwinkel achter de Jeltsinstraat wordt dat schuldgevoel versterkt. Op een tafeltje liggen zo’n dertig nieuwe Russische studies over de revolutie van 1917: kritiekloze biografieën van Nicolaas II, memoires, chronologische verslagen waarin iedere duiding ontbreekt. Opnieuw verbaas ik me erover dat de beste boeken over de Russische geschiedenis nog altijd geschreven worden door westerse historici, zoals Simon Sebag Montefiore, Orlando Figes en Marc Jansen.

Zelf lees ik in Jekaterinburg De Russische revolutie. Een nieuwe geschiedenis van de Amerikaan Sean McMeekin. Het is een ongelooflijk spannend boek, dat overtuigend bewijst dat Lenin voor zijn staatsgreep in oktober 1917 uitvoerig door de Duitse regering werd gefinancierd. In Rusland zul je zo’n boek niet snel aantreffen, omdat Lenin er voor velen nog altijd heilig is en aan zijn status niet mag worden getornd.

Dat zulke goede geschiedenisboeken met name in ons deel van de wereld verschijnen, is vooral te danken aan kritische, gedreven uitgevers, die historici aanmoedigen om voor een groot publiek te schrijven. Mai Spijkers, Emile Brugman, Robbert Ammerlaan en Mizzi van der Pluijm zijn daar in Nederland goede voorbeelden van. Dat er misschien maar een paar duizend exemplaren van zo’n boek worden verkocht, doet er voor hen tot op zekere hoogte niet toe. Belangrijker is dat het verschijnt en het een bijdrage levert aan zowel het maatschappelijk debat als aan de verdieping van je kennis van het verleden, waardoor je het heden beter begrijpt.

Sinds een paar dagen bevindt die manier van uitgeven zich in de gevarenzone, nu uitgeefconcern VBK heeft bekendgemaakt dat Mizzi van der Pluijm – directeur-uitgever van Atlas Contact en peetmoeder van menig geweldig non-fictieboek – opstapt omdat ze zich niet kan vinden in de nieuwe, commerciële koers van haar bazen. Dat die ontwikkeling weinig goeds belooft, blijkt al uit de mail aan de auteurs van Atlas Contact waarin haar vertrek werd bekendgemaakt: ‘VBK zal zich de komende tijd richten op het versterken van zijn positie als marktleider. Het zijn van marktleider is noodzakelijk om verder te kunnen investeren in nieuwe (digitale) technologieën en omdat ook andere grote partijen als Amazon en BOL.com hun positie versterken.’

Zulke kromme zinnen voorspellen weinig goeds voor de toekomst van het betere boek. Je hoeft er de CPNB-bestsellerlijsten maar op na te slaan om te zien met wat voor een bedroevend slechte boeken je marktleider kunt worden.