Column

Boeiend Wimbledon

Van Wimbledon kunnen we dit jaar een klassieke aflevering verwachten. Vier weergaloze topspelers – Rafael Nadal, Roger Federer, Novak Djokovic en Andy Murray – strijden bij de mannen om de macht, bij de vrouwen moet de zwangere Serena Williams worden opgevolgd. Ik raad iedere liefhebber aan vooral volgende week vrijdag te reserveren voor de halve finales bij de mannen.

Tot dusver ben ik het meest onder de indruk van Rafael Nadal. Hij lijkt nog beter geworden dan hij vóór zijn blessures al was. Op Roland Garros was hij ongenaakbaar, op Wimbledon speelde hij de afgelopen dagen even sterk, ook al is gras niet zijn favoriete ondergrond. Fanatiek en krachtig als altijd, maar nu ook aanvallender dan vroeger.

Je merkt aan de oud-kampioenen hoezeer het spel van Nadal hen fascineert. Nadat Nadal de Amerikaan Donald Young van de baan had getimmerd – Nadal slaat niet, hij timmert – zei commentator Boris Becker opgetogen: „Hij is hongerig. Als hij zó de tweede week bereikt, zal niemand graag tegen hem willen spelen.” En John McEnroe zei: „We need that boost of him. This guy is the real deal.”

Het aardige van Wimbledon is dat het niet alleen om de topspelers draait. Dat merkte ik deze week weer toen ik een dagje de BBC volgde. De BBC is op zulke dagen op haar best: tikkeltje nationalistisch (veel aandacht voor de Britse spelers), maar met feilloze beeldregie, veel deskundig commentaar en ook aandacht voor de sappige trivia.

De BBC op Wimbledon is in de eerste plaats Sue Barker, oud-speelster die alles weet van tennis, maar het toch ook gezellig probeert te houden met de toppers van vroeger en nu. Becker behoort tot het vaste behang: Wimbledon is wat mij betreft pas helemaal geslaagd als hij met zijn charmante slis zinnetjes zegt als: „Ze auzorithy on ze zerviz” en „Béng in ze corner”. Ik hoor hem liever dan zijn collega en oud-speelster Tracy Austin met haar knagende Amerikaans.

McEnroe schuift regelmatig aan, altijd goed geluimd en even snaaks als vroeger. Hij loopt nog steeds alle belangrijke toernooien af, heeft een scherpe kijk op spelers en kan dat, tussen de grappen door, bondig verwoorden. Hij was vroeger zelf een uitgesproken rebel op de baan en hij verloochent als commentator zijn ware aard niet.

Hij was de enige die het wangedrag van de Rus Daniil Medvedev probeerde te relativeren. Medvedev deed iets wat ik nog nooit een speler zag doen. Hij was zó kwaad op de vrouwelijke umpire dat hij na afloop van zijn nederlaag tegen de Belg Ruben Bemelmans zijn portemonnee pakte en muntjes naar de grond onder de umpirestoel gooide.

Tijdens de partij had hij al duchtig geklaagd en tevergeefs om een andere umpire gevraagd. „Zij wilde dat ik verloor”, zei hij kort na de wedstrijd, maar op de officiële persconferentie slikte hij zijn woorden schielijk in. Die muntjes? Daar moesten we geen diepere betekenis achter zoeken. Ach, til er niet te zwaar aan, zei McEnroe, die jongen had in de eerste ronde topspeler Stan Wawrinka verslagen en nu stond hij te verliezen.

Wie Wimbledon gaat winnen? Ik hoop op Federer, omdat ik die de mooiste speler blijf vinden, maar ik houd het op Nadal. Om nog één keer Becker te citeren: „Rafael on ze net! I like it!”