Column

Avonden waarop Pechtold en Buma vertrouwelijk met elkaar doorpraten

Deze week: de avonden waarop Buma en Pechtold heimelijk doorpraten.

Ofwel: de conceptie van Rutte III, en de vraag naar de missie van de nieuwe coalitie.

Als de onderhandelingen op werkdagen voorbij zijn, heb je geregeld avonden dat de leiders van VVD, CDA, D66 en CU nablijven, voor gesprekken met een bijzondere gevoeligheid.

De bekende cameramomentjes met onderhandelaars, hun vertrek bij de Stadhouderskamer, betekenen onder informateur Gerrit Zalm niet automatisch het einde van een formatiedag: zodra de verslaggevers zijn vertrokken, gaat het formeren vaak gewoon door.

Zo zaten Alexander Pechtold en Sybrand Buma de afgelopen twee weken drie lange avonden bij elkaar te praten, zagen ze in de gangen van hun fracties.

De twee partijleiders blijken te werken aan een opdracht van Zalm: een stuk waarin ze uitwerken hoe Nederland kan voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Parijse Klimaatakkoord.

Het illustreert, vertellen betrokkenen, dat Zalm de formatie in een hogere versnelling heeft gekregen.

In de eerste formatiepoging, met GroenLinks, kwam het thema klimaat nooit verder dan twee fractieleden van CDA en GroenLinks die een openingsbod moesten schrijven. Zij werden het niet eens, en dus spraken Rutte, Buma, Pechtold en Klaver er nooit over aan de onderhandelingstafel.

Maar nu Zalm de partijleiders van CDA en D66 zelf zover heeft gekregen een onderhandelingsvoorstel te formuleren, is Haagse insiders wel duidelijk wat dat betekent.

Deze mannen wachten niet meer af: zij durven het risico van een grote stap aan, omdat ze aannemen dat deze poging wél slaagt.

Er kwam afgelopen week, ook achter gesloten deuren, een belangrijk feitje bij.

Vorige week dinsdag eiste PvdA-leider Asscher voor de NOS-camera dat het demissionaire kabinet half augustus extra geld vrijmaakt voor hogere lerarensalarissen op Prinsjesdag.

Hij wekte de indruk dat de PvdA anders voortijdig uit Rutte II stapt, en vorige week vrijdag kwam het thema zijdelings voorbij in de ministerraad. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) zag een verzoek voor extra geld afgewezen door zijn partijleider Rutte, waarbij de premier het argument gebruikte dat hij eerder Asscher voorhield: als er geen nieuw kabinet is, presenteren we een ‘beleidsarme’ begroting op Prinsjesdag.

Dinsdag probeerde Rutte zijn vicepremier in een lunch alsnog tot redelijkheid te brengen; hun beider politiek assistenten waren erbij.

Maar toen Asscher bleef aandringen op hogere lerarensalarissen, zette Rutte, liet ik me vertellen, zijn hakken in het zand: de VVD zal het PvdA-verzoek om extra geld niet inwilligen.

Het betekent niet alleen dat Rutte rekening moet blijven houden met een late ineenstorting van zijn kabinet: het betekent ook dat de premier – en de andere onderhandelende partijen – zich in feite hebben uitgeleverd aan de CU.

Zo is Nederland onderweg naar een liberaal-christelijke coalitie. Een klassieke VVD-CDA-samenwerking met een orthodoxe en progressieve aanvulling. Een kabinet dat traditie en innovatie samenbrengt, Staphorst en Snapchat: een Middenweg-coalitie.

Het is in veel opzichten een wonder. Ik noem maar iets: christelijke politiek werd nog maar een paar jaar terug afgeschreven, niet in de laatste plaats door christenen zelf.

Uit mijn boekenkast haalde ik deze week Hoe God verdween uit de Tweede Kamer (2012) en Van God los: het einde van de christelijke politiek? (2013).

Maar in 2017 krijgen we vermoedelijk dus een kabinet waarin globaal een derde van de ministers politici met een christelijke oriëntatie zijn: bronnen rond de formatie noemen een zetelverdeling van zes (VVD), vier-vier (CDA-D66), twee (CU) ministers voor Rutte III waarschijnlijk.

Je krijgt daarbij de indruk dat zowel in D66 als de CU het verlangen groeit de bekende medisch-ethische verschillen te depolitiseren. Ik weet alleen niet of de Kamerfracties dit in concrete gevallen kunnen waarmaken.

Inzake immigratie lijkt de CU trouwens minder soepel dan sommige partijen hoopten: Segers heeft vragen bij onderdelen van de tekst die Tjeenk Willink eerder met VVD, CDA en D66 overeenkwam. De CU praat hierover apart met de VVD – zoals CDA en D66 afzonderlijk over klimaat doorpraten.

Zalm werkt intussen, heel klassiek, aan de zogenoemde ‘financiële kaders’: de oud-minister van Financiën verzamelt een gedetailleerd beeld van de overheidsfinanciën. Ministeries zijn de laatste weken overladen met detailvragen, het oogmerk is duidelijk: Zalm wil de ruimte van het nieuwe kabinet exact in beeld hebben.

De klassieke VVD-aanpak: eerst de centen, dan de rest.

En als deze coalitie er inderdaad komt, keert niet alleen de christelijke politiek terug in het machtscentrum, maar krijgen we ook een kabinet waarin de liberalen, VVD en D66, hun sterkste vertegenwoordiging sinds de oorlog hebben: tien van de zestien ministers.

Niet slecht voor een stroming die er in 2015 (vluchtelingencrisis) en 2016 (Brexit, Trump) zowel nationaal als mondiaal zwakjes voorstond – al blijft het dilemma voor Rutte III natuurlijk dat het, met 74 oppositiezetels, geen ruimte voor triomfalisme heeft.

Cruciaal in deze formatie wordt dan ook of alle deelakkoorden over de bekende beleidsdilemma’s in een groter geheel passen: kan de politiek, in een tijdperk van leegte en verlangen, een kabinet presenteren met een visie die uitstijgt boven de som der delen?

Rutte en Pechtold zijn, als liberalen, nooit politici met een verlangen naar een overheidsvisie geweest. Buma mag graag spreken en schrijven over moreel leiderschap, maar deinst geregeld terug voor overheidsmoraal. Segers leidt een partij aan die wel gelooft in een overheidsvisie om het volk tot betere daden te brengen.

En hoe achterhaald dit laatste ook lijkt – het probleem van het liberalisme is natuurlijk wel dat diens electorale overwinning op onderdelen een richtingloos land, en een richtingloze politiek, oplevert.

Een politiek die al jaren onmachtig vaststelt dat het in essentie geen greep krijgt op de verontruste dan wel boze burger: procentueel stemden in 2002, het jaar van Fortuyn, evenveel Nederlanders op rechtspopulisten en de SP als in 2017.

Vijftien jaar oproer: nul verbetering.

Wie claimt alle oorzaken te weten, raad ik graag een cursus nederigheid aan. Maar nu SCP-directeur Putters intussen driemaal bij onderhandelaars is komen praten, zijn de grote lijnen wel duidelijk.

Zo heeft lager opgeleid Nederland de diepe overtuiging dat politiek en overheid de stem van de gewone man negeren. Een andere grief is het verlies van vast werk en de groei van de arbeidsconcurrentie binnen de EU. Intussen is er ondermaatse dienstverlening van de overheid, die de onmacht en irritatie bij burgers vergroot, vooral bij mensen met schulden.

Naast de grote thema’s die al op de agenda van onderhandelaars staan – immigratie en klimaat – kan redelijkerwijs niemand van een nieuw kabinet verwachten dat het al deze taaie problemen, vaak decennia oud, even snel oplost.

Maar een Middenweg-coalitie kan het debat openen. Dan bedoel ik geen Hollandse klaagdebat, met schreeuwen en het aanwijzen van schuldigen. Ik bedoel een ideeëndebat.

Op zoek naar oplossingen voor een groep die de traditionele politiek al sinds Fortuyn niet weet te bereiken. Zodat de politiek de leegte en het verlangen in die wereld weet om te buigen in actie en verlangen: in verandering, verbetering – vooruitgang.

Niet alleen zou het de samenwerking van christendemocraten en liberalen een logische onderbouw geven.

Ook zou het liberalen dwingen stil te staan bij hun grootste zwakte: het verschijnsel dat groeiende individuele vrijheid voor een deel van de bevolking geen vooruitgang maar woede heeft gebracht.

Ik weet het, meestal sneuvelt dit soort initiatieven nog voordat ze van de grond komen. Maar deze coalitie heeft hier het voordeel dat ze getalsmatig zo zwak staat: uitgerekend dan kan een ongebruikelijke ambitie een kabinet aanzien geven dat het anders nooit zou krijgen.