Waarom lukt het de Belgische tennissers nou wél?

Wimbledon

De Belgische tennissers zijn met veel en komen verder in het toernooi dan de Nederlanders. „Wat zit er bij ons in het water?”

Foto Daniel Leal-Olivas/AFP

Ze woont net over de grens, in Hamont-Achel, waar ze ook opgegroeide. „Ik zit 500 meter van Budel, op wandelafstand”, zegt Elise Mertens, nummer 54 van de wereld. 21 jaar is ze en ze geldt als één van de Belgische namen voor de toekomst. Haar jeugdidool, en nu haar trainer: Kim Clijsters uit Bree, dat twintig minuten zuidelijker ligt. Nog een grensgeval: David Goffin, de nummer dertien van de wereld, geboren in Rocourt, krap een kwartier rijden van Nederland.

Carl Maes hoort het rijtje aan en lacht. „Wat zit er bij ons in het water?”, zegt de oud-trainer van Clijsters. Hij runt nu met haar een tennisacademie in Bree en begeleidt op Wimbledon onder anderen Mertens. Twee minuten na het gesprek bereikt de Belgische qualifier Ruben Bemelmans de derde ronde, hij vecht zich in vijf sets langs de gevaarlijke Rus Daniil Medvedev.

Zes spelers in tophonderd

Ze zijn met veel en ze komen ver, althans verder dan de Nederlanders: de Belgen. Zes staan er in de tophonderd, tegenover twee Nederlanders. Drie Belgen spelen donderdag in de tweede ronde van Wim-bledon, Bemelmans vrijdag in de derde – waar de drie Nederlanders in de eerste ronde verloren, één set was de oogst. En dan ontbreekt de Belgische voortrekker Goffin nog door een blessure.

Je kunt zeggen: dit is een momentopname. Maar de Belgen hebben de afgelopen jaren structureel meer spelers in de tophonderd en kennen vaker uitschieters naar boven. Bij de jeugd is het verschil ook zichtbaar. Vorige maand op Roland Garros deden er bij de junioren twee Belgen mee in het enkelspel – en geen Nederlanders.

Beelden van de eersterondepartij op Wimbledon van Mertens, tegen Venus Williams:

De vraag is interessant, maar tegelijkertijd complex: wat kunnen we leren van de Belgen?

Drie weken terug, in Wilrijk onder Antwerpen. We zijn bij de Vlaamse bond, Tennis Vlaanderen. Aan de muur hangen portretten van oud-topspelers Dominique Monami, Xavier Malisse en natuurlijk: Clijsters. Boven op het bureel zit technisch directeur Ivo Van Aken (65). Hij wordt gezien als de architect van het Vlaamse tennis – er is ook een Waalse bond.

Het voornaamste verschil met Nederland: hier in Vlaanderen hebben ze sinds 1982 een internaatproject. Van Aken heeft het in die tijd nog mede opgezet. Zo’n tien spelers in de leeftijd van twaalf tot achttien verblijven doordeweeks op de campus voor trainingen en volgen daar op een splinternieuwe school onderwijs met uitsluitend topsportleerlingen, uit het voetbal, basketbal, judo, zwemmen. Er zijn deskundigen op gebied van conditietraining, mental coaching en voeding.

„We geloven heel fel in de individuele benadering”, zegt Van Aken. Het doel: tophonderdspelers creëren. Een van de exponenten van het programma is Clijsters, die hier van haar twaalfde tot en met haar zestiende verbleef. De jaarlijkse bijdrage die van ouders wordt gevraagd: grofweg 10.000 euro. De Nederlandse tennisbond heeft geen internaatconcept, en is dat ook niet van plan.

Tjerk Bogtstra zei zaterdag in NRC dat het schoolsysteem Nederlandse beloften beperkt bij het reizen naar toernooien, daardoor zouden ze internationaal achterlopen. In België hebben ze daar minder last van, zegt Van Aken. Tennistalenten krijgen een A-status waarmee ze „in feite onbeperkt veel naar het buitenland kunnen reizen”, vertelt hij. „Alle toernooien die ze moeten spelen kunnen ze ook spelen.” Op reis doen ze veel aan online scholing.

Lees ook: De val van Nederland tennisland, een uitgebreide kijk naar waarom de ontwikkeling van spelers in Nederland stokt.

De Nederlandse bond is gestopt met trainingen in de regio en werkt sinds september samen met zeven tennisscholen voor jeugd in de hoogste leeftijdscategorie (12-18 jaar). Kinderen die kiezen voor een van deze tennisscholen worden financieel ondersteund.

Van Aken heeft hier zijn twijfels bij. „Ik wil samenwerken met de scholen die toptalenten hebben. Ik vind het niet de taak van een federatie om zeven tennisscholen te selecteren en die naar voren te schuiven.”

Hij draait het liever om: de school moet talenten hebben die voor de bond interessant zijn, van daaruit wil hij samenwerken. Zij ondersteunen waar nodig talenten die bij een privétrainer zitten, zo werken ze bij enkele spelers samen met de Kim Clijsters Academy.

Een verloren lichting dreigt achter de huidige generatie Nederlandse spelers. Van Aken nuanceert: „Het kan altijd gebeuren dat een generatie geen talent heeft in een klein land.”

Terug naar Wimbledon, woensdagmiddag. Een Belgisch-Nederlandse combinatie in de dubbel: Mertens speelt samen met tennisvriendin Demi Schuurs uit Sittard, die vanaf haar achtste in België traint – ze winnen de eerste ronde.

Meer discipline

„In België zijn ze iets zachter, maar wel met meer discipline”, zegt Schuurs. „Ik denk dat er geen verschil is tussen België en Nederland, maar dat het gewoon in de persoonlijkheid zit”, zegt Mertens, die maandag in de single na een sterk optreden verloor van Venus Williams. „Ik ben iemand die heel gestructureerd en perfectionistisch is. Maar het is gewoon volhouden als je zestien bent. Veel jongeren willen in die leeftijd andere dingen doen. Afleiding is een van de grote factoren.”

Het tennis in België kreeg een boost door de succesjaren met Justine Henin en Clijsters. Er ligt een stevig fundament. Carl Maes: „We hebben in België twintig jaar geleden gezaaid, we hebben niet alleen in spelers geïnvesteerd, maar ook in jonge trainers die nu op hun eigen school lesgeven.”

Zie de twinkeling in de ogen bij Van Aken. „De toekomst ziet er zeer mooi uit voor Vlaanderen.” Ze hebben een aantal toptalenten op komst. Hij dreunt ze op: Zizou Bergs, Tibo Colson, Alexander Blockx, Sofia Costoulas, Amelia Waligora. Van Aken: „Ik ga stoppen met namen noemen.”