Rechtop staan en stoer kijken

Naaktportret

Samen met kunstenaar Jeroen Hermkens maakt Arnon Grunberg een serie naaktportretten. Deel 2 met ‘Zora’ uit Afghanistan.

Op een benauwde zaterdagochtend zit Zora (niet haar echte naam) aan een keukentafeltje aan de rand van de Oudegracht in Utrecht. Ze draagt een gele broek en een hemd waarvan mij de mouwen opvallen, de manchetten lijken armbanden. Ze wekt de indruk alsof ze op bezoek is bij de schilder, maar zij is het model. Hier aan de gracht, in de catacomben, werkt Jeroen Hermkens aan zijn litho’s.

Ik begin in het Engels tegen Zora, maar ze antwoordt: „Ik spreek gewoon Nederlands.”

Er zou eerst een Russin komen die Engels sprak. Vanwege een verjaardag kon die niet. Hermkens kende via via nog wel een Afghaans meisje. Alleen al vanwege mijn verbondenheid met Afghanistan leek me dat beter.

Nu herinner ik me dat Hermkens schreef: „Zora is soepel en past zich aan.”

In het atelier, dat veel weg heeft van een schuilkelder, begint Hermkens ons de lithotechniek uit te leggen. Hij spreekt over de zeldzame stenen die uit de Jura in Zwitserland komen, over het juiste vetgehalte van het steen, en laat zien dat je met een spiegel moet kijken wat je hebt gedaan, maar Zora zegt dat ze het niet helemaal begrijpt. En ik moet bekennen dat ook mij veel ontgaat.

We zijn hier niet voor de techniek van het lithograferen, we zijn hier voor het model, en voor de vraag: wat als het model eindelijk begint te praten? Is het beschamender om te kijken of om bekeken te worden?

Achter in de catacomben, waar het volgens Hermkens zomers en winters bijna altijd dezelfde temperatuur is, trekt Zora haar kleren op een zwart kleedje uit alsof ze bij de dokter is. Haar halfhoge laarzen had ze al eerder uitgedaan, die stonden eenzaam op haar te wachten. Ze heeft kennelijk al een sessie achter de rug. Laarzen en kleed zouden ook een installatie in een museum kunnen zijn: de restanten van het model.

Ik zit op een stoel schuin tegenover haar, achter mij staat Hermkens bij zijn Zwitserse steen.

„Naaktheid is kwetsbaar”, zeg ik maar. Anders dan het Palestijns-Nederlandse model dat ik in april tijdens een sessie begeleidde en dat vooraf wilde bespreken wat er zou gaan gebeuren en waarom heeft Zora mij vrijwel geen vraag gesteld. Over voorwaarden heeft ze het ook niet gehad.

„Het is niet het meest gebruikelijke om je meteen uit te kleden als je net iemand hebt ontmoet”, antwoordt ze. Toch lijkt ze met het ongebruikelijke nauwelijks moeite te hebben. Als ze zich schaamt weet ze dat goed te verbergen. „Hoe moet ik gaan staan?”, vraagt ze aan Hermkens.

Hij antwoordt dat ze een beetje stoer moet kijken en Zora vertelt dat ze een cursus zeilen heeft gedaan en dat de zeilinstructeur steeds weer één ding herhaalde: „Rechtop staan en stoer kijken.” Dat was volgens de instructeur de essentie van zeilen en misschien is het ook de essentie van model staan.

Zora is 28 en woont in Utrecht, ze is geboren in Kabul. Ze is een pashtu.

Strand

De roodheid van haar benen trekt mijn aandacht. Even dacht ik dat het een overblijfsel van henna is, maar henna ziet er anders uit. „Misschien is dit te intiem”, zeg ik, „maar ben je verbrand?”

„Ja”, antwoordt ze, „ik ben gisteren met een vriend van Leiden naar het strand gefietst. Ik heb een donkere huid maar ik verbrand toch nog snel.”

Ze is een vrouw van ongeveer mijn lengte, dat wil zeggen 1,72 meter, met halflang donkerbruin haar en mooie borsten. De blik in haar ogen houdt het midden tussen streng en ondeugend.

„Op 21 december 1998 ben ik naar Nederland gekomen”, vertelt ze. Dan wendt ze zich weer tot Hermkens: „Kijk ik nog goed? Ik kan niet echt twee dingen tegelijk doen.”

De vorige keer trok ik op verzoek van het model op een gegeven moment ook mijn kleren uit, en hoewel dat ongemakkelijk was, hoop ik stiekem dat ik nu weer alles zal uittrekken. Om met kleren aan een conversatie met een naakte vrouw te voeren over haar leven is nog ongemakkelijker.

Ik vraag Zora naar haar religieuze opvattingen.

„Ik ben een tijdlang atheïst geweest”, zegt Zora, „en daar werd ik niet zo gelukkig van. Mijn vader is moslim, hij is meer van de inhoud, hij is wiskundeleraar. Hij was eerst streng gelovig, daarna helemaal niet meer en nu dus inhoudelijk gelovig. Volgens hem gaan alle religies om het doen van het goede. Mijn moeder is gelovig omdat haar voorouders gelovig waren. Ze is ook bijgelovig. Bijvoorbeeld, gele kledingstukken daar is ze tegen. Ik had eens een gele jurk en die was opeens verdwenen.”

Zora zegt dat ze zo terugkomt. De schilder en de schrijver wachten zwijgend op het model.

Als ze weer terug is vraag ik: „Ben je over land naar Nederland gekomen?”

„Nee, van Kabul zijn we naar Moldavië gegaan. Eerst met het vliegtuig naar Moskou. Ik heb mooie jaren gehad in Moldavië. Ze deden daar niet echt aan verblijfsvergunningen.”

„En hoe ben je in Nederland beland?”

„Via via hoorde je waar je wel en waar je niet moest zijn. Mijn ouders waren slim. Ze dachten, we gaan eerst naar Nederland. En dan laten we de kinderen komen. Ze hebben negen kinderen. Een van mijn broers is getrouwd met een Moldavische. Ik ging daar niet naar school. We hadden een stukje grond. Ik klom in bomen. Ik voerde de varkens. Soms werd een varkentje geslacht.”

„Eet je varkensvlees?”, vraag ik.

„Jazeker”, vertelt ze. „Als ik met mijn familie een uitstapje maak dan doe ik soms expres blokjes ham in de salade, dan kan mijn familie het niet eten. Is dat slecht?”

Ik schud mijn hoofd. „Ik ben Joods”, vertel ik, „niet religieus, ik eet liever geen varkensvlees.”

Zora lijkt me te begrijpen, maar ze vindt me geloof ik ook zielig.

En Hermkens zegt: „Eieren met spek, dat is toch heerlijk.”

We nemen een korte pauze. Voor ze zich aankleedt zeg ik: „Misschien is dit een ongepaste vraag, maar laat je je waxen?” Er zit een minuscuul streepje schaamhaar op haar geslachtsdeel, zo minuscuul dat het een illusie zou kunnen zijn.

„Waarom wil je dat weten?”

„Nieuwsgierigheid.” Ik voel me schuldig omdat ik het gevoel heb dat ik een grens heb overschreden.

„Nee”, zegt ze, „waxen doet te veel pijn.”

Tijdens de lunch vraagt Zora of ik een vriendin heb. Nadat we een broodje en aardbeien hebben gegeten gaat ze weer model staan.

„In Nederland begon het huiswerk”, zegt ze. „Ik zat een half jaar op de basisschool. Ik was een lief meisje, rustig. Eerst was ik heel levendig, druk.”

„Was je verlegen?”, vraag ik.

„Nee, rustig omdat ik me niet verstaanbaar kon maken. Sta ik nog steeds goed? Mijn ouders kregen taallessen. Mijn vader was al een beetje op leeftijd. Via een verpleegkundige, haar man was net 60 geworden, die veel met asielzoekers werkte, kregen we hulp. Ik mocht eigenlijk niet naar het volwassenonderwijs. En toen schreef die man aan Rutte, die was toen staatssecretaris op het ministerie van OCW: ‘Er gaan miljoenen euro’s naar Afghanistan zodat meisjes naar school kunnen maar een Afghaanse hier in Nederland kan niet naar school?’”

„En hoe ging het verder?”, informeer ik.

„Ik was goed in bètavakken. Maar minder in talen. Voor Nederlands en Engels had ik een zesje. Wiskunde is natuurkunde zonder context. Ik was enorm dyslectisch. Nu ben ik natuurkundeleraar. Ik geef twee dagen per week les op een middelbare school. Ik heb mijn tweedegraads en ben aan het leren voor mijn eerstegraads.”

Bloed

Hermkens heeft ons gevraagd naast elkaar te gaan zitten op een kleedje. Het feit dat ik kleren aan heb, voelt steeds ongemakkelijker. „Zal ik ook iets uittrekken?”, vraag ik.

„Nee”, antwoordt Zora, „dat hoeft niet.”

Er loopt wat bloed langs haar been.

„Ja, sorry”, zegt ze, „ik ben ongesteld. Ik ben een meisje met principes, maar ik houd mijn erewoord. Daarom ben ik vandaag toch maar gekomen. Bovendien heb je een vriendin, dus je raakt me niet aan.”

„Nou, ja”, zeg ik, „dat zegt niets.”

Het bloed maakt haar kwetsbaar, maar ze blijft stoer kijken. „Ik doe dit uit liefde voor de kunst”, zegt ze terwijl ze haar been schoonmaakt, „ik wil jou graag iets interessants vertellen.”

Lees ook het vorige deel in de reeks: Het naaktmodel kijkt terug en ziet alles

Ik kijk naar een laatste druppel bloed op haar benen. „Kun je je nog herinneren dat je voor het eerst verliefd werd?”

„Ik ben nog nooit verliefd geweest. Ik ben als een schaap dat alles voor het eerst doet. Ik heb weleens vriendjes gehad en dat vertel ik soms aan mijn vader. Na een tijd vroeg die, hoe is het met die jongen? O, zei ik, dat is alweer over.”

Ze kleedt zich aan. Het zit erop.

„Voel je je moslim?”, vraag ik nog.

„In deze tijden zou ik niet eens durven te zeggen dat ik dat ben”, zegt Zora. „Er hoeft maar een gek te zijn die zegt: weg ermee. En ik hoef niet terug naar Afghanistan. Dus ik heb liever niet dat mensen weten dat ik dat ben. Je weet niet wat er met die informatie gebeurt als er een gek aan de macht komt.”

We lopen nog een stukje op. Zij met de fiets in haar hand. Zora vertelt: „Je moet nooit iets beginnen met een man die al een vrouw heeft, dat is net alsof een vogel het nestje van een andere vogel kapotmaakt, zegt mijn vader.”