Ik vluchtte voor het geweld, niet voor hém

Vrouwenopvang Ooit waren Blijf-van-mijn-lijfhuizen kraakpanden waar Nederlandse vrouwen hun gewelddadige man ontvluchtten. Maar de vrouwen werden anders, net als de problemen en de opvang. Volgende week krijgt Almere een Oranje Huis.

Fotografie Niels Blekemolen

Ze was al vaker gevlucht voor het geweld van haar man. Telkens vond hij haar terug en betuigde hij spijt en dan zwichtte ze, omdat ze haar kinderen hun vader niet wilde ontzeggen. Maar nu, heimelijk zwanger van de derde en bang voor een klap op haar buik, vond Angela uit Rotterdam het tijd voor een definitieve vlucht.

„De dekbedden moeten echt naar de wasserette”, had ze hem gezegd. De wasserette was een openbare plek met een camera, dat wist ze. Hij liet haar gaan, mét de kinderen. Maar eenmaal in de wasserette stond hij toch voor de deur. Hij probeerde haar naar buiten te trekken, zij belde de politie. Toen die eenmaal kwam, rende hij weg.

En zo kwam de toen 27-jarige Angela, verhuisd als tiener van de Antillen naar Nederland, in oktober 2012 terecht in een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Ze had ‘code rood’ en mocht niet naar buiten, maar dat gaf niet. Ze had het geluk van een eigen appartement en haar dochter zat meteen bij de buurvrouw aan de hotdogs. Maar na zes weken moest ze verhuizen. Zwanger en met twee jonge kinderen kwam ze terecht in een enkele kamer met stapelbedden in een oud schoolgebouw in Koog aan de Zaan. De keuken, de woonkamer, de twee douches en toiletten deelde ze met negen vrouwen en hun kinderen. „Net een studentenhuis, behalve dat iedereen bijna 24 uur op elkaars lip zit.”

Irritaties waren er over achtergebleven was in de droger, verstopte doucheputjes, gebruik van andermans shampoo, niet-afgewassen pannen, verschillen in opvoedstijl. Gaf de ene moeder haar kind een tik, de andere liet het juist vrijuit jengelen, dit weer tot ergernis van de vrouwen zonder kinderen. Er waren regelmatig cultuurbotsingen. Zoals wanneer moslima’s niet hadden gekeken in de agenda voor bezoek en zonder hoofddoek oog in oog stonden met iemands broer. En Angela zorgde altijd dat ze kookte vóór de rest. „De keuken was een mengeling van geuren en kruiden.”

Blijf van mijn lijf huis Oranjehuis
Blijf van mijn lijf huis Oranjehuis
Blijf van mijn lijf huis Oranjehuis

Honderd nationaliteiten

De tijd dat de Hollandse spruitjeslucht overheerste in een blijf-van-mijn-lijfhuis is lang voorbij. De vrouwenopvang van nu telt zo’n honderd nationaliteiten. En al die vrouwen verschillen in noden en opvattingen. Dat leidt geregeld tot conflict, erkent de Blijf Groep, die op verschillende locaties in Noord-Holland vrouwen – en een enkele man – opvangt. Vooral op de oudere locaties met gedeelde voorzieningen zitten de vrouwen te dicht op elkaars lip. Deze opvanglocaties, zoals die in Koog aan de Zaan en IJmond, waar vorig jaar de gemoederen hoog opliepen, zijn of worden binnenkort gesloten.

Het blijf-van-mijn-lijfhuis nieuwe stijl ziet er heel anders uit. Een eigen driekamerappartement voor elke vrouw, inclusief douche, toilet, keuken en balkon. Een complex van zeven verdiepingen, bedoeld voor 27 vrouwen en hun kinderen, inclusief baby- en een tienerkamer en twee aparte verdiepingen voor de hulpverleners, zodat de vrouwen voldoende privacy hebben. Vrouwen betalen maandelijks verblijfskosten, de hoogte is afhankelijk van hun situatie. Op 11 juli opent de Blijf Groep zo’n opvang in Almere. Een Oranje Huis, het derde in Nederland. En het adres is, anders dan vroeger, voor niemand nog geheim.

Het tekent de ontwikkeling die de vrouwenopvang heeft doorgemaakt sinds halverwege de jaren 70 de eerste blijf-van-mijn-lijfhuizen openden. De opvang begon als een activistische beweging die huiselijk geweld als maatschappelijk probleem op de kaart wilde zetten. De bewoonsters waren allen Nederlandse huisvrouwen, die dezelfde ervaringen deelden, dezelfde manier van leven en denken, hetzelfde doel: een nieuw leven, vrij van hun man.

Blijf van mijn lijf huis Oranjehuis
Blijf van mijn lijf huis Oranjehuis

Het aantal huizen, op geheime locaties, groeide snel. De vrouwen leefden in gekraakte panden, met soms alleen een kast als wand. Meerdere vrouwen zaten op één slaapzaal en als er een matras bij moest, geen probleem. Iedereen draaide mee in de organisatie van het huis, het idee van zelfhulp stond voorop. De schoonmaak, de aanmelding van nieuwe vrouwen, de vrouwen hielpen elkaar.

Wat zich binnen de muren afspeelde bleef voor de buitenwereld verborgen, zegt Aleid van den Brink, directeur-bestuurder van Blijf Groep en al bijna veertig jaar betrokken bij de vrouwenopvang. Er was geen subsidie, geen overheid, geen inspecteur. Het clichébeeld van de vrouw die ver weg van haar man een nieuw leven begon, kon zo blijven bestaan. Terwijl ook toen, net als nu, veel vrouwen toch terugkeerden naar hun man. En weer vertrokken. En weer terugkeerden. Zomaar een nieuw leven beginnen gíng vaak helemaal niet. „Maar voor die ambivalentie hadden we als hulpverlening toen geen oog. Belangrijker was het probleem op de agenda krijgen.”

In de decennia erna zag Van den Brink alle demografische ontwikkelingen in de vrouwenopvang terug. De groep autochtone huisvrouwen werd kleiner. Hun plaats werd vaker ingenomen door vrouwen uit Zuid-Europa, Marokko en Turkije, Oost-Europa – en nu vluchtelingen. Telkens andere cliënten, en met een hele andere hulpvraag dan de Nederlandse huisvrouw van vroeger. Die had één probleem: de man. Vrouwen die er nu zitten hebben er vaak vele: schulden, eerwraak, geen verblijfsvergunning, geen uitkering. „De stress schiet soms door het pand.”

Voor veel vrouwen biedt wegvluchten geen uitkomst meer. Ze willen dat het geweld van hun man stopt, maar hun relatie verbreken willen ze niet, zegt Van den Brink. „Dan zouden ze hun economische basis verliezen, alle contact met familie.” De opvang van nu biedt ook hulp aan huis en probeert, als dat mogelijk is, te bemiddelen tussen de weggevluchte vrouw en haar man.

Een nacht lang mishandeld

Angela, die niet met haar achternaam in de krant wil, was negentien toen ze de vader van haar kinderen leerde kennen. Ze waren maatjes en alles ging goed totdat hij werkloos raakte en zij, opgeleid tot boekhouder, de kostwinner werd. „Daar kon ‘ie niet zo goed tegen.” Het begon met discussies, toen duwen, de eerste klap en het ontaardde in vechtpartijen. De borden vlogen door het huis, ook van haar kant. „Als ik dan toch ten onder moet gaan, dacht ik, dan wel swingend.” Eén keer sloot hij haar op in huis en werd ze een nacht lang mishandeld, de ergste nacht uit haar leven. En toch zijn de gevoelens voor haar ex altijd gebleven. „Ik vluchtte voor het geweld, niet voor hém.”

Een jaar lang verbleef ze in de opvang in Koog aan de Zaan. Opluchting was er toen haar ‘code rood’ werd opgeheven en ze zelf boodschappen kon doen, de kinderen naar school brengen. Soms waren de vrouwen in de opvang als een hechte groep die samen kookte en lange gesprekken voerde aan de keukentafel. Dan weer was er geroddel en was de groep uiteengevallen, dikwijls opgedeeld naar etniciteit. Er waren vrouwen bij met een grote mond, vrouwen die agressief konden zijn. De dynamiek hing telkens af van de snel wisselende samenstelling van de groep.

Angela had de eerste maanden met niemand uit haar oude omgeving contact. Ook haar familie wist niet waar ze zat. Haar telefoonnummer had ze gewijzigd omdat haar ex, die het gezag over de kinderen nooit had aangevraagd, tientallen keren per dag belde. Uiteindelijk zocht ze via een hulpverlener toch zelf met hem contact. „Mijn dochter vroeg vaak: wanneer mag ik naar papa? Ik wil haar dat recht niet ontzeggen.”

De locatie van een Blijf-van-mijn-lijfhuis geheim houden is een onmogelijke opgave, weet Van den Brink. Je zou vrouwen moeten vragen zich af te melden van Facebook, hun ‘locatie’ uit te zetten en geen foto’s van de omgeving te delen op sociale media. Maar zelfs al zou iedereen zich eraan houden, geheimhouding is in deze tijd niet meer mogelijk.

Een opvanglocatie werd eens bekend nadat een telefoonbedrijf een adressenbestand had doorverkocht aan een commerciële partij. En toen in 2004 een man zijn vrouw op klaarlichte dag doodschoot pal voor de opvang in Koog aan de Zaan, nadat ze al vier keer was verplaatst en hij haar telkens wist op te sporen, besloot de Blijf Groep af te stappen van het idee dat ‘geheim’ altijd beter is. Sterker, openheid haalt juist de angel uit menig conflict. Safehouses voor vrouwen in acuut gevaar zijn er nog wel, maar het adres van de blijf-van-mijn-lijfhuizen nieuwe stijl zijn bekend. Ze hebben camera’s rondom, een ‘sluis’ bij de ingang en een bewaker.

Blijf van mijn lijf huis Oranjehuis
Blijf van mijn lijf huis Oranjehuis
Bezoekers van het Oranjehuis
Foto’s Niels Blekemolen

Heimelijk mannelijk bezoek

Pas na de millenniumwende kwam de professionalisering van de vrouwenopvang echt op gang. De overheid erkende het probleem van huiselijk geweld en kreeg – mede omdat de stroom aan vrijwilligers was opgedroogd – via subsidies steeds meer bemoeienis met de opvang. Er kwam een landelijk netwerk, en huizen moesten aan vergunningen en veiligheidseisen voldoen.

Bínnen de muren bleef de opvang deels de oude: de vrouwen, nu afkomstig uit alle windstreken, zaten nog altijd dicht op elkaars lip en bleven deels zélf verantwoordelijk voor de schoonmaak van gedeelde voorzieningen. Dat de nieuwe realiteit de oude had ingehaald, bleek vorig jaar, toen drie vrouwen van de locatie in IJmond met een stapel klachten naar de media stapten. Er volgde een onderzoek waaruit bleek dat er spanningen waren tussen vrouwen en begeleiders en vrouwen onderling. Er waren vrouwen die heimelijk mannelijk bezoek binnenlieten buiten de afgesproken tijden. De hygiëne schoot tekort. Zo waren er muizen, en werd bij één vrouw schurft geconstateerd. Vrouwen waren in de schulden geraakt door de opvangkosten en vanwege de krapte op de woningmarkt was het moeilijk doorstromen naar een eigen woning.

Angela stoorde zich vooral aan het gebrek aan computers in huis. „Tien vrouwen voor drie computers, ook dat leverde conflict op. En buiten kantoortijden was er geen wifi.” Ze besloot zich aan te melden bij de cliëntenraad en is nu voorzitter. Ze is een opleiding begonnen en woont weer op zichzelf, in een huis ver van Rotterdam. Haar ex weet niet waar. „De bus komt eens per uur en ik heb uitzicht op een weiland. Eerst dacht ik, wat doe ik hier? Maar nu denk ik: lekker rustig.”