Waarom groeien de wachtlijsten in de zorg weer?

De wachttijden in de zorg groeien weer, meldt de Nederlandse Zorgautoriteit. Hoe komt dat, en hoe is het op te lossen? Vier vragen.

Foto ANP

Wijlen minister Els Borst van Volksgezondheid maakte twintig jaar geleden een einde aan een groeiend maatschappelijk probleem: de wachtlijsten in de zorg. Dat kostte wel een enorme bak met geld. De lijsten zijn nu weer terug van weggeweest, meldde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) woensdag. Vier vragen over een hardnekkig fenomeen in de zorg.

  1. Waar groeien de wachtlijsten?

    Misschien kan beter de vraag gesteld worden waar de wachtlijsten niet groeien. Zowel in het ziekenhuiswezen, de geestelijke gezondheidszorg, de jeugdzorg als in de ouderenzorg worden de wachttijden langer. ‘Wachttijden’ dekken overigens beter de lading dan ‘wachtlijsten’, want veelal worden er geen lijsten met volgordes gehanteerd.

    Binnen de ene medische discipline zijn de problemen groter dan in de andere. De wachttijden voor patiënten met maag- darm- en leverziekten en een allergie zijn in verhouding lang. Ook bij oogheelkunde wordt het geduld van patiënten op de proef gesteld. Dit geldt ook voor patiënten die revalidatie nodig hebben of voor jongeren met complexe psychische problemen.

    De Nederlandse Zorgautoriteit, een toezichthouder, heeft sommige wachttijden geïnventariseerd. Niet alle, want op de jeugdzorg houdt zij grotendeels geen toezicht. Daar zijn het de gemeentes die wachtlijsten moeten voorkomen, maar bestaat er geen toezichthouder die de gemeentes kan aanspreken.

  2. Waardoor groeien de wachtlijsten?

    Volgens de NZa komt het door een complex van factoren: partijen die slecht met elkaar samenwerken en onvoldoende met elkaar afstemmen. Dat is saillant, want juist de marktwerking die zo door de NZa bewaakt wordt, staat samenwerking en afstemming in de zorg soms in de weg. Lange wachttijden komen ook door „krapte op de arbeidsmarkt in krimpgebieden”. Oftewel: te weinig artsen willen werken in Zeeland, Limburg of Groningen.

    Sommige wachtlijsten zijn ook vanzelfsprekend: wie voor een simpele ingreep naar een academisch ziekenhuis wil, zal lang moeten wachten. De universitaire medische centra zijn juist gespecialiseerde instellingen. Een liesbreuk kan je veel beter bij een streekziekenhuis laten doen, al was het maar omdat daar de ervaring ook groter is.

    Maar misschien wel de belangrijkste oorzaak van de wachtlijsten noemt de toezichthouder niet: budgettering. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) is financieel gezien een van de meest succesvolle bewindspersonen in de zorg. Zij kreeg de onstuimige uitgavengroei in de zorg onder controle. Dat deed zij via afspraken met de sector waarbij een plafond werd getimmerd voor de uitgaven. Sindsdien is het denken in budgetten in de zorg weer leidend geworden. Net als twintig jaar geleden vertalen de strenge budgetten zich nu in langere wachttijden. Zonder een vergroting van de efficiëntie is dat een wet van Meden en Perzen.

  3. Wie kan deze wachttijden oplossen?

    In eerste instantie zijn zorgverzekeraars en gemeenten verantwoordelijk. Zij kopen de zorg in namens patiënten en hebben een plicht om voldoende zorg in te kopen. Als de wachttijden te lang worden bij een zorginstelling, dienen zij ervoor te zorgen dat er alternatieven zijn of dat de instelling meer geld krijgt om patiënten adequater te kunnen helpen. Vervolgens ziet de NZa erop toe dat zorgverzekeraars hun werk goed doen. De toezichthouder dreigt nu een ‘aanwijzing’ te geven of verzekeraars een ‘last onder dwangsom’ op te leggen als de situatie niet verbetert. Zij dreigt te ‘handhaven’ op de zogeheten Treeknorm.

  4. Wat is de Treeknorm?

    De Treeknormen zijn maximale wachttijden die in 2004 zijn afgesproken tussen zorgverzekeraars en zorginstellingen. Toen zijn afspraken gemaakt over het maximaal aantal weken dat een patiënt moet wachten op een eerste ontvangst en een maximaal aantal weken voor de start van een behandeling. Probleem is dat iedereen naar elkaar wijst bij de handhaving van die normen. Sinds de jeugdzorg door decentralisatie terecht is gekomen bij de gemeentes is er zelfs niemand om de maximale wachttijden te handhaven als gemeentes hun werk niet goed doen.

    Er bestaat ook kritiek op de normen. Als er geen wachttijden zouden bestaan, betekent dat per definitie dat artsen veel van hun tijd niets te doen hebben. De zorgverzekeraars pleiten ervoor dat bij sommige aandoeningen „conservatief behandelen” tot goede resultaten leidt. Anders gezegd: ga niet alles als een gek behandelen. Bij sommige behandelingen kan de wachttijd echt wat langer zijn dan bij andere. Dit vergt een aanpassing van de wachttijdnormen. Daar zal de toezichthouder ook naar gaan kijken.