Enfants terribles van de wielersport

Ewoud Sanders

De Slowaakse wielrenner Peter Sagan is gediskwalificeerd van de Tour de France. Of hij echt een elleboogstoot uitdeelde of dat hij met deze beweging zijn evenwicht probeerde te bewaren na een kopstoot van de Brit Mark Cavendish is onderwerp van discussie. Zeker is dat Sagan een opmerkelijke figuur is, die de wielersport kleur geeft met atypisch gedrag, op en naast de fiets. „Sagan is het enfant terrible van de wielersport”, meldde NRC.

Dit riep de vraag op wat wij hier precies onder verstaan. Volgens de Dikke van Dale is een enfant terrible een „persoon die door zijn onverantwoordelijke, indiscrete, vrijmoedige uitspraken anderen uit zijn groep in verlegenheid brengt of bepaalde belangen van hen in gevaar brengt”. Het gaat volgens deze definitie dus vooral om iemand die ongepaste dingen zegt – een onaangepaste prater.

Wikipedia is uitvoeriger en in mijn ogen preciezer. Volgens dit naslagwerk wordt enfant terrible in het Nederlands vooral gebruikt „voor een persoon die door onverantwoordelijke opmerkingen of onaangepast gedrag de belangen van anderen in gevaar brengt” – het hoeft niet bij ongepaste praatjes te blijven. „De uitdrukking wordt ook, soms in mild ironische zin”, vervolgt Wikipedia, „gebruikt om een tegendraads of onconventioneel persoon binnen een groep aan te duiden.”

Opmerkelijk is dat een enfant terrible volgens beide naslagwerken de belangen van een groep in gevaar brengt, volgens Van Dale zelfs „bepaalde belangen”. Het lijkt mij logisch dat je onaangepast gedrag van een individu afzet tegen dat van een groep, maar je kunt natuurlijk net zo goed stellen dat een enfant terrible hiermee zijn eigen belangen in gevaar brengt, want in de praktijk leidt langdurig onaangepast gedag vaak tot verstoting uit een groep.

Letterlijk vertaald betekent enfant terrible „verschrikkelijk kind”, maar over het algemeen wordt het gebruikt voor volwassenen. Meestal voor mannen die zich, in de ogen van buitenstaanders, gedragen als een onaangepast kind.

In het Frans wordt enfant terrible bij mijn weten gebruikt sinds het begin van de 18de eeuw, in het Nederlands sinds het begin van de 19de eeuw. Aanvankelijk vinden we het in Franstalige kranten die in Nederland werden uitgegeven, vervolgens in Nederlandse kranten en romans. Zo schreef Geertruida Bosboom-Toussaint in 1855: „De krijgsoverste bleek echter enfant terrible, meer dan men had kunnen wachten” – het lidwoord een ontbreekt.

Enfants terribles in de sport zijn niet ongewoon, ook niet in de wielersport. Sterker, in 1950 schreef de Nederlandse journalist Martin W. Duyzings in Sport op twee wielen: „Het verschijnsel der ‘enfants-terribles’ in de wielersport is niet nieuw. Het is vermoedelijk zo oud als de wielersport zelf en het zou niet waard zijn, in het kader van dit boek behandeld te worden als het langzamerhand niet uitgegroeid was tot een plaag die steeds verder voortwoekeren zal.” Duyzings vond enfants-terribles „acteurs” die probeerden hun tegenstanders met praatjes te overrompelen. „Zo lang men deze acteurs niet ontmaskert”, voorspelde hij in 1950, „zo lang men voortgaat de ‘enfants-terribles’ te behandelen alsof zij door een befaamd luxe-banketbakker van marsepein zijn gemaakt, zo lang zullen zij voortgaan, de sfeer in de wielersport te vertroebelen.”

Overigens waarschuwde Duyzings in 1950 ook al voor „het steeds verder sluipende kwaad van de doping” in de wielersport, maar kennelijk heeft dat geen zoden aan de dijk gezet.