Column

De politie met vakantie

Als ik een crimineel was, zou ik handenwrijvend de vakantieperiode tegemoet gaan. Het moet een machtig mooie tijd worden, want iedereen is met vakantie, de politie voorop.

Doordat veel agenten met zomervakantie gaan, liggen aangiftes weken, zo niet maanden te verstoffen, schreef Het Parool. „Tips over hennepkwekerijen worden niet in behandeling genomen. Ook gevallen van doorrijden na een ongeval belanden op de plank. Oorzaak: de ‘robuuste basisteams’ van de politie lopen op hun tandvlees. In Amsterdam gaan daardoor wekelijks tientallen criminelen vrijuit.”

Dit werd bevestigd door een woordvoerder van Pieter-Jaap Aalbersberg, de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie. Waarom bevestigt die Aalbersberg dat niet zelf, dacht ik nog, want dat scheelt weer een kostbaar manuurtje, maar goed – dit is wat die woordvoerder zei: „Het gaat om zaken met daderindicatie, inbraken en diefstallen. Die zaken pakken we niet op, tot frustratie van onze mensen.”

Misschien ook tot frustratie van enige brave Nederlandse burgers, maar dat is van minder belang.

Wat mij vooral opvalt aan de uitlatingen van (de woordvoerder van) Aalbersberg, is de ongekende openhartigheid. Iedere crimineel die de krant leest, weet nu dat hij zijn ongoddelijke gang kan gaan in de Amsterdamse dreven, want de politie zegt het zelf: we hebben onvoldoende mankracht om het gajes adequaat achter de broek zitten.

De vraag is dan ook: hoe verstandig is deze openhartigheid? En als de politiechef zo graag openhartig wilde zijn, had hij dat dan niet beter ná de vakanties kunnen worden?

Nu waren zijn woorden voldoende aanleiding voor Johnny B. om Charley K. te bellen. Johnny: „Heb je Het Parool gelezen?” Charley: „Ik zit net naar Opsporing Verzocht te kijken. Wat is er?” Johnny: „De kit heeft in de vakantie geen tijd voor ons!” Charley: „Ik heb al voor Curaçao geboekt, daar kun je werk en vakantie mooi combineren.” Johnny: „Daar hoef je echt niet meer voor naar Curaçao.”

Daarna begonnen de heren over die ‘robuuste basisteams’ van de politie te praten en werden ze zó lacherig dat ik ze op mijn tap niet meer kon verstaan.

Bij nader onderzoek stuitte ik toevallig eerst op een bericht uit 2014 met de mededeling van een woordvoerder (uiteraard) van de politie, dat de politie in Amsterdam en omstreken die zomer 250 ‘stoeptegelwaarschuwingen’ zou aanbrengen met de tekst „Inbrekers gaan niet met vakantie.” Deze actie was onderdeel van het zogeheten jaarlijkse zomeroffensief van de politie tegen criminaliteit in de vakantieperiode. Als ze nog wat van die stoeptegelwaarschuwingen over hebben, kunnen ze alsnog gebruikt worden met een kleine aanvulling: „Inbrekers gaan niet met vakantie, de politie wél.”

Die ‘robuuste basisteams’ blijken minder robuust dan gehoopt was toen ze in 2015 door de Nationale Politie werden ingevoerd. Ze moesten de politie meer slagkracht en zichtbaarheid geven, maar uit rapportage blijkt dat de agenten de teams te groot vinden, dat er te veel leidinggevenden, regels en protocollen zijn en dat de kloof met de burger daardoor alleen maar groter is geworden.

Logisch toch dat ze bij de politie met z’n allen tegelijk op vakantie willen?