Cultuur

Interview

Foto Bloomberg

Hoe Chinese techreus Huawei Nokia en Ericsson de loef afstak

Telecom uit China

Techreus Huawei liftte mee op de mobiele revolutie in China. In een poging de macht van de iPhone te breken, bestrijdt Huawei Apple met zijn eigen medicijn: radicaal outsourcen.

Barst in het scherm, plug afgebroken, telefoon per ongeluk mee gewassen? Hij is klaar terwijl u wacht, beloven de drie jonge techneuten in een telefoonwinkeltje aan Huaqjang Road. Ze zijn de schoenmakers van de 21ste eeuw. Met een soldeerbout, een stapel reserveonderdelen en af en toe een slok water repareren ze alles wat belt.

Telefoonwinkel in Shenzhen. Foto Marc Hijink

Shenzhen ademt elektronica. De drukke winkelstraat in het hart van de stad telt meer telefoonwinkels dan modezaken of eettentjes. Wat ook opvalt: de populairste modellen zijn niet die van Apple of Samsung maar Huawei, Oppo, Vivo en Xiaomi. Deze lokale merken – inmiddels van internationale faam – worden om de hoek geproduceerd. Ook de smartphones van de Chinese marktleider Huawei rollen een eindje verderop van de band, in een enorme fabriek in Dongguan.

Huawei was een van de eerste zelfstandige technologiebedrijven in de Speciale Economische Zone rond Shenzhen. In 1987 begon Ren Zhengfei, ingenieur in het Chinese leger, een bedrijfje dat schakelapparatuur voor vaste telefoonnetwerken maakte. In plaats van – zoals gebruikelijk – een joint venture te sluiten met een buitenlandse multinational concentreerde Huawei zich op eigen technologie. Daar dachten Amerikaanse concurrenten anders over; zij klaagden het bedrijf al snel aan wegens het kopiëren van software en schenden van patenten.

De mobiele explosie

Rechtszaken konden de opmars van Huawei niet stuiten. Het is nu wereldwijd de grootste leverancier van telecomapparatuur en de derde producent van smartphones, na Apple en Samsung. Het bedrijf heeft circa 180.000 werknemers en de jaaromzet van 67,5 miljard euro komt voor 60 procent van buiten China. In 2016 steeg de omzet met 24 procent.

Huawei kon meeliften op de Chinese mobiele revolutie. Het bedrijf was door de overheid geselecteerd als een van de leveranciers van mobiele netwerken. Daarbij kwam de legerervaring van Ren Zhengfei goed van pas. Concurrent ZTE, ook uit Shenzhen en nota bene een staatsbedrijf, profiteerde beduidend minder van die explosieve groei.

Het is voor westerse hersens moeilijk te bevatten hoe snel de Chinese infrastructuur zich uitbreidde. Wat cijfers: China telt 1,4 miljard inwoners met 1,3 miljard gsm-abonnementen. Van hen heeft nu 695 miljoen een mobiele internetverbinding. In 2015 waren dat er 620 miljoen. Zelfs nu het groeitempo afneemt, komen er nog elke week bijna anderhalf miljoen Chinezen bij die toegang willen tot snelle datanetwerken. Daar zijn veel, heel veel zendmasten, routers en switches voor nodig.

Dankzij deze interne afzetmarkt kon Huawei op grote schaal en dus goedkoop produceren. Die lage prijzen zetten de Amerikaanse en Europese netwerkleveranciers onder druk. Alcatel, Lucent, Motorola, Nortel en Siemens verdwenen van de kaart; ze gingen, al fuserend, op in Nokia en Ericsson.

Huawei’s omzet is groter dan die van Nokia en Ericsson bij elkaar. De ‘oude’ netwerkmakers verliezen omzet maar hebben veel patenten op technologie. Huawei steekt echter 10 procent van zijn omzet in onderzoek en ontwikkeling: 80.000 onderzoekers, eigen researchcentra in Europa en nauwe samenwerking met providers als Deutsche Telekom.

In de VS wordt netwerkapparatuur van Chinese makelij nog als ‘verdacht’ beschouwd en mag Huawei alleen telefoons verkopen. Op haar beurt blokkeert de Chinese overheid Google en Facebook en legde ze lange tijd Apple aan banden. Onafhankelijkheid van buitenlandse technologie staat in overheidskringen hoog in het vaandel; dat gaf Chinese techbedrijven als Huawei de ruimte om zichzelf te ontwikkelen.

Buurman van Foxconn

Zelfs voor een metropool als Shenzhen (16 miljoen inwoners) is Huawei een groot bedrijf. Pal tegenover de Foxconn Campus – de techreus die onder meer voor Apple de iPhones en iPads produceert – verrees de Huawei Campus. Daar werken zo’n 40.000 mensen, verspreid over een woud aan kantoren. Veel Huawei-medewerkers wonen in de dormitories die het bedrijf liet aanleggen. Gezellig is anders, maar het is wel efficiënt. De woontorens staan dicht in de buurt van Ren Zhengfei’s kantoor, dat uitkijkt over een meer met zwarte zwanen.

Onder het hoofdgebouw is de koele kelder gereserveerd voor een uitgestrekte demonstratieruimte. Daar worden gasten langs Huawei’s technologie geleid. Voor de providers: netwerken om het toekomstige internet of things mee te bouwen of efficiënter video te versturen – volgens Huawei wordt dat de voornaamste inkomstenbron voor mobiele netwerken. Voor bedrijven: hoe ze de cloud als opslagmedium kunnen gebruiken. Voor consumenten: smartphones die door je oogharen heen nogal op een iPhone lijken.

Hoewel Huawei zijn eigen chips en apparaten ontwerpt, voeren nieuwe software en diensten bij de presentaties de boventoon. Het is een van de overeenkomsten die Shenzhen met het echte Silicon Valley heeft; ook in Californië begon de techsector met fysieke elektronica, daarna kwamen software- en internetbedrijven op.

In Shenzhen voltrekt zich dezelfde transitie. Het is nog altijd een ‘maakstad’, maar software-ontwikkeling wordt belangrijker, aangejaagd door de techscene in steden als Beijing, Shanghai en Suzhou.

Technologie anno 2017 vergt hoogopgeleide werknemers, van een heel ander kaliber dan de eerste stroom arbeiders die naar Shenzhen trok. Huawei moet vechten om talentvolle IT’ers en leidt daarom ook eigen personeel op.

Aan de muren van de Huawei University hangen de foto’s van de meest ijverige studenten. Niet alleen jongeren studeren hier; topmanagers uit buitenlandse Huawei-vestigingen volgen in Shenzhen een verplichte introductiecursus. Het overbruggen van verschillen in cultuur en communicatie bij Chinese multinationals is moeilijk; de taalbarrière blijft groot.

Wie als nieuweling geen woord Chinees spreekt en niet mobiel kan betalen met WeChat of AliPay, krijgt al snel het gevoel dat Shenzhen zich in een parallel universum bevindt. Een opwindend universum, dat wel.

Smileys en druiven

‘Wat Chinezen mogelijk maken’, zo zou je de naam Huawei kunnen vertalen. Hoe ze het maken is te zien in het global production center in Dongguan, een fabrieksstad die vastgroeide aan Shenzhen. Er werken 21.000 mensen in een hoog-geautomatiseerde omgeving.

Op één verdieping staan 53 productielijnen waar onder meer versterkers gemaakt worden voor mobiele zendmasten. Per dag rollen er 38.000 van die apparaten van de band, vertelt de Huawei-gids. Op een bord bij de ingang van de productiehal houden de productiemedewerkers – operators – bij hoe ze zich voelen. Wie goede of slechte zin heeft, laat dat met een smiley aan zijn collega’s weten.

Een ‘semi-anechoïsche’ ruimte in het testcentrum van Huawei in Shenzhen. De muren zijn ontworpen om galm zoveel mogelijk te dempen, zodat metingen minimaal verstoord worden.
Foto Bloomberg
Een werknemer houdt een netwerkkaart vast, in de demonstratieruimte van Huawei.
Foto Bloomberg

Kinderachtig? In de Aziatische cultuur uiten mensen zich minder makkelijk, luidt de uitleg. „Wij geloven dat emotie de kwaliteit van je werk bepaalt. Als je je na een gesprekje met de manager nog niet beter voelt, verhuizen we je tijdelijk naar een makkelijker baantje.”

De prestaties van de operators – voor 70 procent mannen – zijn af te lezen op het ‘druivenbord’. Een afbeelding van een groene druiventros betekent: goed gewerkt, een zwarte betekent dat er veel fouten zijn gemaakt, bijvoorbeeld bij het solderen. Dat is het lastigste klusje aan de lopende band. Aan het einde van de maand worden de druiven geteld en wordt de bonus bepaald.

De regels in de fabriek zijn helder. Witte petjes voor de productiemedewerkers, roze voor de kwaliteitscontrole en blauwe voor technici. Apparaten met een soldeerfoutje krijgen een Not Good-sticker.

Elke productielijn is binnen vijftig minuten omgebouwd om er andere apparaten op te maken. Huawei is trots op de achterliggende logistiek, naar Japanse snit. In dit hart van de Chinese hardwareindustrie zitten alle leveranciers binnen handbereik; de fabrikant kan zijn eigen voorraad tot een minimum (één week productie) beperkt houden.

De robots komen eraan

Een langsrijdende robot piept een Chinees liedje. „Dreamy Waterland heet het”, zegt de gids. Dat melodietje moet medewerkers waarschuwen dat de robot er aankomt. Letterlijk, want elders in de hal wordt geëxperimenteerd met een productielijn die alleen uit robotarmen bestaat. Technisch is het mogelijk, maar zolang robots duurder zijn dan arbeiders, blijft Huawei voor sommige taken mensen inzetten. De gids vermeldt er fijntjes bij dat Huawei zelf robots bouwt, voor intern gebruik.

Voorlopig werken er nog duizenden operators op de tweede verdieping van het Songshan Lake Science & Tech Industry Park in Dongguan. Hun werk is eentonig, maar ze mogen elke twee uur tien minuten ontspannen. Voor wie wil is er om half elf ’s ochtends en half vier ’s middags zang en dans. De meeste mensen drinken een kop thee en spelen wat met hun telefoon.

Eén verdieping hoger is nog een productiehal waar Huawei smartphones in elkaar zet. De concurrentiestrijd met de andere telefoonmakers is moordend. Eigenlijk maken alleen Samsung en Apple winst met smartphones en vechten de concurrenten elkaar de tent uit, zeker in China. Op duurdere telefoons als de P10 maakt Huawei nog winst, zegt het bedrijf. Zulke toestellen zijn bovendien een visitekaartje, om de naamsbekendheid te vergroten.

Om kosten te besparen besteedt Huawei 90 procent van de telefoonproductie uit aan gespecialiseerde elektronicafabrikanten als Foxconn en Flex (voorheen Flextronics). Zo verhuist de productie van Chinese elektronica naar landen waar de arbeidskosten lager liggen, zoals Vietnam of India. Daar gaat Huawei samen met Flex 3 miljoen telefoons per jaar produceren. Ook Foxconn opent in India een fabriek om iPhones te produceren.

Inmiddels wordt bijna 70 procent van alle Huawei-productie uitbesteed, schat de gids. „Dat was een strategische beslissing. We kregen te veel orders en konden de vraag niet zelf aan. We outsourcen zoveel mogelijk, behalve de onderdelen die we zelf gepatenteerd hebben.”

Huawei moet globaliseren en uitbesteden, net als westerse concurrenten. Het toont aan dat Shenzhen de stap van ‘medium’ naar high tech maakt en de status van goedkope productieschuur voor de rest van de elektronicawereld ontgroeid is.

Met medewerking van Oscar Garschagen