bruin vet

Muis die niet kan ruiken slankt af maar eet evenveel

Bruin vet

In een proef eten muizen allemaal evenveel. Maar de muizen die niet kunnen ruiken, vallen af. En de muizen met een goede neus worden dik.

Een niet-ruikende muis (rechts) eet evenveel als een ruikende muis, maar weegt minder. Foto Cell Metabolism

Muizen die niet meer kunnen ruiken verliezen lichaamsgewicht, zelfs als ze overdadig vet eten krijgen voorgeschoteld. Ze eten echter bijna net zoveel als hun ruikende familieleden die moddervet worden. Op een normaal muizendieet eten de niet-ruikende dieren net zoveel als wel-ruikers, maar ook dan verliezen de muizen zonder reukvermogen lichaamsgewicht.

Metingen lieten zien dat de niet-ruikende muizen hun calorieën kwistiger verbruiken: ze verbranden hun bruine vet en zetten wit vet om in bruin vet.

Het reukorgaan, met zenuwbanen gekoppeld aan veel hersendelen, heeft dus flinke invloed op de stofwisseling, schrijven diabetes-, obesitas- en verouderingsonderzoekers van Duitse en Amerikaanse universiteiten in een donderdag gepubliceerd artikel in Cell Metabolism. Het reukorgaan heeft veel zenuwcontacten met andere hersendelen. De onderzoekers hebben geen precies mechanisme gevonden, maar ze denken dat zenuwen die vanuit het reukorgaan contact hebben met de hypothalamus en de hersenstam de meeste invloed hebben. Ze lieten ook zien dat muizen met een hypergevoelige neus dikker werden.

Wie honger heeft is gevoeliger voor geuren. Wie vol zit ruikt minder. Dat is al een jaar of tien bekend. De onderzoekers besloten te kijken of het reukvermogen de voedselinname beïnvloedt. Tot hun verrassing verloren de niet-ruikende dieren lichaamsgewicht, terwijl ze vrijwel evenveel aten als ruikende soortgenoten.

Maar de niet-ruikers verbruikten veel meer bruin vet. Bruin vet zit in een ander type vetcellen dan wit vet. Zoogdieren gebruiken bruin vet om hun lichaamstemperatuur te regelen. Wit vet wordt gebruikt om een energievoorraad aan te leggen voor slechtere tijden.

Knaagdieren, zoals muizen, hebben relatief veel bruin vet en een actieve bruinvetstofwisseling. Mensen hebben weinig bruin vet. De grote vraag is of de resultaten van dit onderzoek bij muizen ook betekenis heeft voor mensen. De onderzoekers schrijven er in hun artikel geen woord over.