Blijft de duurdere Britse vis in trek in de EU, na de Brexit?

Shetland

Een harde Brexit zal Britse vis mogelijk duurder maken in de EU, beseffen de Shetlanders. Maar Britse vis is niet zomaar te vervangen.

Foto iStock

Het liefst staart Simon Collins uit zijn raam om de pont van Lerwick naar Bressay langs te zien trekken, om naar de orka’s in de baai te kijken.

Toch moet de voorzitter van Shetland Fishermen’s Association vaker naar de muur aan de andere kant van zijn kantoor kijken. Daar hangen de foto’s van de Lagerhuisleden die over visserij gaan. Collins: „Jarenlang waren wij op Brussel gericht. Daar werden de besluiten genomen. Met de Brexit in aantocht moeten wij contacten opbouwen in Londen. Ik ben dit jaar tig keer in Westminster geweest en niet één keer in Brussel.”

Persoonlijk stemde Collins (half Frans, half Brits) bij het referendum vóór lidblijven van de Europese Unie. Professioneel is hij tevreden met de plannen van de Britse regering om controle terug te krijgen over Britse visgronden. Dit laat zien dat het de regering menens is, aldus Collins.

Afgelopen weekend kondigde Michael Gove, minister voor Milieu, Landbouw en Visserij, aan dat het Verenigd Koninkrijk zich terugtrekt uit de Londense Visserijconventie, een verdrag dat regelde dat Ierse, Belgische, Nederlandse, Duitse en Franse vissers in het gebied van zes tot twaalf mijl voor de Britse kust mochten vissen. Het opzeggen van het verdrag is een eerste stap. In de troonrede die koningin Elizabeth onlangs uitsprak, zei de vorstin dat haar regering plannen smeed om een onafhankelijk visserijbeleid te voeren.

Geen makkelijk uitruilmiddel

De plannen moeten ongeruste Shetlanders tevreden stellen. Visserij is hier uitermate belangrijk. Eenderde van alle economische activiteiten op Shetland is gerelateerd aan visserij. In de havens van Scalloway, Whalsay en Lerwick torenen trawlers hoog boven de huizen. Het geld zit hier niet in stenen, maar in netten, radarapparatuur en de nieuwste schepen.

De vrees was dat de regering in Londen daar geen oog voor heeft, dat de visrechten in de onderhandelingen over Brexit een makkelijk uitruilmiddel zouden zijn. „Er zijn veel grotere bedrijven die meer invloed hebben op het regeringsbeleid, zoals de banken of de auto-industrie”, zegt Andrea Manson, bestuurslid van Wir Shetland, een politieke partij die meer autonomie voor Shetland eist. Dat is een sentiment dat in veel delen van het Verenigd Koninkrijk leeft: het gevoel dat Theresa May en haar ministers uiteindelijk zwichten voor de belangen van de Londense City en de grote werkgevers in Engeland, ten koste van, bijvoorbeeld, Schotse visserij, Noord-Ierse champignontelers of schapenboeren uit Wales. May en Gove lijken zich van die kritiek bewust.

Dat een hardere Brexitkoers gevolgen heeft voor de vissers weet men ook op Shetland. Als de Britten de Europese douane-unie verlaten, is het goed mogelijk dat EU-landen importtarieven heffen op bijvoorbeeld Britse kabeljauw, haring en schelvis.

Uit cijfers van het ministerie blijkt dat Britse vissers 80 procent van hun vangst naar het buitenland exporteren. Frankrijk (76.000 ton) en Nederland (74.000 ton) zijn de belangrijkste bestemmingen. „Na Brexit zal die handel in stand blijven”, zegt de Shetlandse vishandelaar Gideon Ward. Waarom denkt Ward dat ook duurdere Britse vis nog steeds in trek zal zijn? Ward: „Kwaliteit en kwantiteit.”

Cijfers van Eurostat wijzen uit dat Ward een punt heeft. Na Spanje (1.394.000 ton) is het Verenigd Koninkrijk (967.000 ton) de grootste Europese leverancier van vis. Ward: „Zeker als het gaat om vis voor Europese restaurants, vervang je dat niet met vis uit Azië of Afrika. Bovendien is het Verenigd Koninkrijk lid van de Wereldhandelsorganisatie. Dat betekent dat invoerheffingen beperkt zullen zijn. Zeker met het goedkopere pond is het goed mogelijk dat er geen prijsverschil optreedt.”

Na de Brexit zullen die onderhandelingen worden gevoerd met de EU, Noorwegen en het VK. Eenvoudiger wordt het niet

Hansen Black, vishandelaar

Versterkte Britse positie

Dat de Britten zich uit een visserijverdrag terugtrekken, betekent niet dat Britse vissers ongehinderd hun gang kunnen gaan, zegt Hansen Black. „Wij kunnen ons territorium afbakenen, maar de grap is dat vissen zich daar niet aan houden. Om te zorgen dat Britse vissers op zee de vissen achterna kunnen, zul je afspraken moeten maken”, aldus Black, compagnon van Ward en voorganger van Simon Collins als directeur van de belangenvereniging voor de visserij.

De EU heeft akkoorden gesloten met Noorwegen over onder meer toegang en vangstquota, zodat de wederzijdse vloten kunnen vissen op zee en nabij de Noorse kust. „Na de Brexit zullen die onderhandelingen worden gevoerd met de EU, Noorwegen en het VK. Eenvoudiger wordt het niet.”

Het besluit van Gove om het visserijverdrag op te zeggen wordt door Britse vissers als onderhandelingstactiek gezien: Europese vissers formeel toegang ontzeggen, versterkt de Britse positie om straks met de EU over samenwerking te praten. Voor critici bewijst dit dat de Brexit neerkomt op een nutteloze cirkelredenering. Dat is te kort door de bocht, vindt lobbyist Collins. „Natuurlijk moeten wij straks samenwerken. Er zijn echter genoeg aspecten van het Europese visserijbeleid, zoals het verbod op het teruggooien van ongewenste bijvangst, die op zee niet werken. Brexit biedt een kans van die ongein af te komen.”