Afkomst weegt bij sollicitatie zwaarder dan strafblad

Discriminatie

Een sollicitant met een strafblad en een Nederlands klinkende naam maakt meer kans dan iemand met ‘alleen’ een Arabische naam.

Foto iStock

Een man solliciteert voor een baan. Hij wil eerlijk zijn, schrijft […] in zijn motivatiebrief: hij is ooit veroordeeld vanwege een vechtpartij. Mag hij op gesprek komen?

Als je bij […] een Nederlandse naam invult, bijvoorbeeld Pieter, dan mag dat in 28 procent van de gevallen. Maar geef je de sollicitant een Arabische naam, zeg: Karim, dan is dat nog maar 10 procent.

Sterker nog: een autochtone sollicitant met een geweldsdelict op zijn naam heeft drie keer méér kans op een positieve reactie dan iemand met islamitische wortels zónder strafblad.

Dat is de uitkomst van een gezamenlijk onderzoek van de Vrije Universiteit (VU), het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, de Radboud Universiteit en de Universiteit Utrecht dat woensdag werd gepubliceerd.

Een autochtone sollicitant met een geweldsdelict op zijn naam heeft drie keer méér kans op een positieve reactie

De onderzoekers verstuurden 520 gefingeerde sollicitatiebrieven met cv’s naar bedrijven met online vacatures. De brieven waren identiek, afkomstig van een fictieve 20-jarige, in Nederland geboren man, met een aantal variabelen: soms had hij een strafblad vanwege een vechtpartij, diefstal of een zedendelict, soms niet. In de helft van de gevallen tekende hij met een ‘Nederlandse’ naam en de andere helft met een Arabisch klinkende naam.

„We hadden verwacht dat een sollicitant met een strafblad minder kans op een sollicitatiegesprek zou maken”, zegt hoofdonderzoeker Chantal van den Berg (VU). „Maar dat was nauwelijks het geval.”

Het ging om vacatures waarvoor een laag opleidingsniveau is vereist, verdeeld over drie sectoren: de bouw, logistiek en techniek. Denk aan banen als elektromonteur, timmerman of chauffeur. Van den Berg: „Wij zien dat sollicitanten met een strafblad in deze sectoren niet een statistisch lagere arbeidsmarktkans hadden dan sollicitanten zonder strafblad.”

Daar moet wel bij in acht genomen worden dat de fictieve delicten relatief licht waren. „Ik heb toen een taakstraf opgelegd gekregen”, schrijft de fictieve sollicitant in zijn motivatiebrief, „het was maar één keer en nu gaat het goed met mij.”

Etnische afkomst was echter wel een zwaarwegende factor. „Dat effect knalde er echt uit”, zegt onderzoeker Van den Berg. Bij vermogens- en zedendelicten was dat verschil het grootst: een westerse sollicitant die een veroordeling voor een dergelijk delict noemde, kreeg vier keer vaker een positieve reactie dan eenzelfde sollicitant met een Arabische naam.

„Dat afkomst een rol speelt is al vaker gebleken uit onderzoek”, zegt onderzoeker Van den Berg. „Dat hadden we dus wel verwacht. Maar dat het effect zo sterk zou zijn niet.”