Column

Zeg Publieke Omroep: waarom een PvdA’er?

Het was me even ontgaan dat er een vacature in het NPO-bestuur was. Er gaan jaren voorbij dat ik het vacature-overzicht van Hilversum oversla, want met omroepfunctionarissen is het als met voetbalbestuurders: als je ze negeert, blijk je nooit iets te missen.

Deze week werd niettemin bekend dat Martijn van Dam (PvdA), staatssecretaris van Landbouw, die NPO-vacature per 1 september gaat vervullen. Ik wens hem veel plezier in de vergetelheid.

Een vreemde toestand is het wel. Decennia was het gewoonte dat bewindspersonen fatsoenshalve een nieuwe baan namen nadat het kabinet ophield. Nu dient de politicus het algemeen belang nog slechts zolang het hem uitkomt.

Tegelijk is er nu, sinds Thierry Baudet, ‘het partijkartel’. De theorie dat partijen opvattingen en banen verdelen om zichzelf in stand te houden. Een beschuldiging die Baudet graag als feit presenteert.

De benoeming van oud-Kamerlid Marcouch (PvdA) tot burgemeester van Arnhem was volgens hem een voorbeeld. Marcouch werd voorgedragen door een vertrouwenscommissie met leden van D66, SP, VVD, PvdA, CDA, GL, CU, PvdD en drie lokale partijen, dus je kon dit ook iets anders noemen: democratie.

Bij de NPO en Van Dam ligt het anders. De publieke omroep is al jaren hypergevoelig voor kritiek als zou men te links zijn, en dit voorjaar, in de televisieweergave van de campagne, werden we overspoeld met boze burgers. Onevenwichtige programmering uit angst voor politieke repercussies – nogal gênant.

Juist de publieke omroep heeft dus belang bij apolitieke bestuurders: even geen PvdA’er, zou je zeggen.

Er komt bij dat Baudets ‘partijkartel’, je merkt het aan alles, een zeer potent thema is: beeldvorming die het in zich heeft de werkelijkheid te overstemmen.

Om een voorbeeld te noemen: waarschijnlijk nog deze formatie moet de nieuwe coalitie besluiten over een opvolger van Piet Hein Donner, de vicevoorzitter van de Raad van State, die volgend voorjaar vertrekt. Het gaat om een hoog college van staat, de voornaamste adviseur van het kabinet, een kabinetsbenoeming en dus een coalitiebeslissing: bij uitstek, kortom, een politieke keuze.

D66 en de VVD hebben goede papieren, en vanzelf zal Baudet ook die keuze afdoen als product van het partijkartel – je doet er weinig aan. Het enige: politici, partijen en instellingen kunnen zich geen overbodige of kortzichtige politieke benoemingen meer permitteren – zoals die van Van Dam in Hilversum. Elke verkeerde indruk is er één te veel.

Lees het laatste formatienieuws in ons blog