‘Zaak-Baybasin hoeft niet over’

Justitie

De advocaat-generaal weerlegt alle argumenten van de levenslang gestrafte Hüseyin Baybasin voor een nieuw strafproces.

Baybasin (rechts) met zijn toenmalige advocaat in 1997. Sinds 1998 zit hij in de cel. Foto Peter Blok/Hollandse Hoogte

De tot levenslang veroordeelde Hüseyin Baybasin (60 jaar) heeft geen recht op een nieuw strafproces. Na een onderzoek dat meer dan vijf jaar heeft geduurd, is dit het advies dat de advocaat-generaal bij de Hoge Raad, Diederik Aben, dinsdag heeft bekendgemaakt. Hij adviseert het hoogste rechtscollege het herzieningsverzoek te verwerpen dat advocaat Adèle van der Plas in 2011 indiende.

De conclusie van de advocaat-generaal telt een recordlengte van 1.730 pagina’s. Alle ruim honderd zogeheten nieuwe feiten die door de advocaat waren aangedragen omdat ze een nieuw proces zouden rechtvaardigen, zijn door Aben afgewezen.

Sinds maart 1998 zit Baybasin onafgebroken gedetineerd in Nederland. Na ruim vier jaar voorarrest veroordeelde het gerechtshof in Den Bosch hem op 30 juli 2002 tot een levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij een in 1997 in Istanbul gepleegde moord en ontvoering, een poging tot uitlokking van moord in Kentucky en een poging tot invoer van twintig kilo heroïne.

De advocaat-generaal oordeelt dat niet is gebleken dat er geknoeid is bij het telefonisch tappen van de verdachte, zoals de verdediging beweert. „Voor hetgeen door de advocaat aanwijzingen voor manipulatie wordt genoemd, bestaan telkens technische, onverdachte verklaringen. Voor bedrog bij het vertalen van tapgesprekken bestaan evenmin aanwijzingen.” De deskundige die door de verdediging naar voren werd geschoven om aan te tonen dat er zaken niet deugen, Hans van de Ven, mist volgens Aben „kennis van zaken”.

Volgens de juridisch adviseur van de Hoge Raad „zijn er geen reële aanwijzingen dat de samenwerking tussen de Nederlandse en de Turkse politie in de strafzaak tegen Baybasin verder is gegaan dan hetgeen steeds door justitie is volgehouden.”

Ook concludeert Aben dat er „geen enkele grondslag” is om te denken dat oud-topambtenaar Joris Demmink betrokken was bij Turks-Nederlandse samenspanning tegen Baybasin. De verdediging heeft altijd gezegd dat Demmink de veroordeling van Baybasin zou hebben geregeld. De Turken zouden Demmink hebben kunnen chanteren omdat hij in de jaren 90 in Turkije zou zijn betrapt op het verkrachten van twee jongens. Hiervan is Aben niets gebleken.

De Hoge Raad moet nu een oordeel geven over het herzieningsverzoek. Dat zal geruime tijd duren en de kans is niet groot dat Baybasin door de raadsheren wel in het gelijk zal worden gesteld na dit negatieve advies.

Vorige week schreef de in Rotterdam gedetineerde Baybasin zelf op een Koerdische website al te verwachten dat zijn herzieningsverzoek zou worden afgewezen. De magistraat zou er alleen op uit zijn „fouten van collega’s af te dekken”.

Advocate Van der Plas noemt het advies van Aben „een diepgaande historische vergissing van het parket-generaal bij de Hoge Raad. Eens zal dat blijken.”