De wereldeconomie draait op schulden

G20

De economische opleving, die de scherpste kantjes van G20-top afhaalt, gaat gepaard met een record aan kredieten.

Foto Frank Robichon

Moeizaam, dat is de sfeer die wordt verwacht op de jaarlijkse top van de twintig belangrijkste spelers in de wereldeconomie, de G20 die vrijdag in Hamburg begint. De wereld verandert razendsnel, en de bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders vindt plaats onder de dreiging van conflicten, verbrokkeling en verschuivende loyaliteiten.

Toch had het nog veel erger gekund. De wereldeconomie zorgt op dit moment voor een gunstige achtergrond bij de gesprekken. Bedrijven en consumenten trekken zich in de praktijk weinig aan van Trump, Brexit of Noord-Korea. Ze investeren, verkopen, consumeren en beleggen als een dolle.

Wall Street is bezig aan de op een na langste koersstijging in de geschiedenis: een bull market van nu al ruim acht jaar. En Europa bevindt zich in een hoogconjunctuur – voor Europese begrippen, dat wel.

Maar al die voorspoed heeft wel een prijs: de groei gebeurt voor een belangrijk deel op krediet. De G20 dobbert in Hamburg op een oceaan van schulden.

De waarschuwingen zwellen aan. Vorige week stelde het International Institute of Finance (IIF), een denktank van de bancaire sector, dat de mondiale schulden van bedrijven, huishoudens en overheden 217.000 miljard dollar hebben bereikt. Dat is 324 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product – een record. Aan de vooravond van de kredietcrisis, in 2007, was het nog 276 procent.

Een paar dagen eerder kwam de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), waar centrale banken in samenwerken, met een soortgelijk geluid: niet alleen overheidsschulden zijn gestegen, maar ook schulden van particulieren en bedrijven zijn in veel westerse landen alweer boven hun niveau van vlak voor de financiële crisis.

Chinese schuld verdubbeld

Maar de meest opvallende toename van schuld vindt volgens het IIF en de BIB plaats bij de opkomende markten. China valt daarbij extra op. Volgens het IIF is de totale Chinese schuld als percentage van de omvang van de economie in tien jaar verdubbeld tot 300 procent. Dat is voor een relatief jong industrieland erg veel. In dollars gerekend is de Chinese schuld nu de tweede ter wereld, na de Verenigde Staten.

De data van het IIF:

Beeld IIF
Beeld IIF

Ook in de rest van opkomende markten zijn de schulden toegenomen. Het Internationaal Monetair Fonds publiceerde woensdag een document als leidraad voor de G20-besprekingen. Daaruit blijkt onder meer dat in Latijns-Amerika het bedrijfsleven nu gemiddeld gefinancierd is met nog maar 10 procent eigen vermogen heeft, tegen 90 procent schuld. Die verhouding was tien jaar geleden nog gezond: 40 procent vermogen en 60 procent schuld.

Lees ook: Voor de G20 tonen Europa en Japan dat ze blijven geloven in mondiale vrijhandel, schrijven Maaike Okano-Heijmans en Rem Korteweg.

Waar komt al dat krediet vandaan? De centrale banken van de Verenigde Staten, de eurozone en andere westerse economieën grepen na de kredietcrisis naar zeer lage rentes om de economische malaise te lijf te gaan. Rentevoeten gingen naar nul, overheidsschuld werd, en wordt, opgekocht om ook de rentevoeten voor de lange termijn laag te houden. En zelfs bedrijfsleningen belandden op de balans van de centrale banken.

Paardenmiddel

Dat paardenmiddel lijkt te hebben geholpen. Maar in wezen is het probleem bevochten met zijn eigen oorzaak. Lage rentes en ander beleid voorkwamen wellicht een veel grotere crisis, maar leidden uiteindelijk tot méér krediet.

Zoals vaker in de recente geschiedenis lekt de westerse kredietexplosie door naar de opkomende markten, waar de schuld nog sterker is toegenomen dan in het Westen. En China, een geval apart, heeft zijn hoge economische groei vooral volgehouden met een ongekende kredietknal. Specialisten wijzen dat land al aan als epicentrum van een toekomstige kredietcrisis.

De mondiale schuldenberg is intussen groter dan ooit. Die schuld is dragelijker dan voorheen, want de lage rentes betekenen ook relatief lage financieringslasten. En tegenover de schuld staat bezit, dat door die lage rente vaak óók in waarde toenam.

Maar eens zal de rente weer omhoog moeten. Dan is waarde van al dat bezit kwetsbaar, en stijgen de lasten op de schuld voor bedrijven, voor burgers én voor overheden. „We bevinden ons op een vulkaan van schuld,” sprak de nieuwe Franse premier Edouard Philippe dinsdag het Franse parlement toe, „en hij rommelt steeds luider”.

In 2008 bleken de banken too big to fail. De samenleving zou hun val niet aankunnen. Geldt dat credo nu voor ons allemaal? Dat zou betekenen dat het huidige soepele monetaire beleid veel te lang moet worden volgehouden. Met nóg meer schuld, en risico, als mogelijk gevolg.