Recensie

Vis à vis: spektakel over klimaatramp in bassin van 1 miljoen liter water

Theatergezelschap Vis à Vis weet altijd engagement met spektakel te verbinden. Maar het nieuwe Mare ontbeert dramatische kracht.

Overleven in het water: Mare van Vis à vis Foto Anna van Kooij

Gevoelige natuurzielen moeten bij de openingsscène van Mare door theatergezelschap Vis à Vis even de ogen sluiten: de mens maait met geweren vogels uit de lucht. Meteen daarna barst aan artificiële regenbui los en kondigt een stem het einde der tijden aan. Hoosbuien veranderen onze aarde in een permanente staat van zondvloed.

Vis à Vis gaat in deze nieuwe spektakelvoorstelling de samenwerking aan met de Zwitserse opera- en theaterregisseur Tom Ryser. De bühne bestaat uit een bassin gevuld met 1 miljoen liter water. De bedreigde mens probeert te overleven op het dak van halfgezonken huizen of het staartstuk van een neergestort vliegtuig, zelfs een drijvende boekenkast dient als wrak bootje. Eerst maakt de mens de wereld kapot en vervolgens moet er overleefd worden. Een liefdespaar dineert romantisch aan een drijvende tafel en een stewardess geeft wanhopige aanwijzingen over het juiste gebruik van een reddingsvest. Zonder meer is elke scène spectaculair, zoals de bolbliksem die opeens met verhitte kracht uit het water opstijgt. De fysiek ingestelde acteurs tonen een onweerstaanbaar gevoel voor comedy: van het water maken ze hun natuurlijk biotoop.

Toch haalt Mare niet het niveau van het eerdere Drift (1996), dat de inspiratiebron vormt. Wat zich wreekt, is het gemis aan een verhaallijn. De meeste samenhang vormt, verrassenderwijs, de soundtrack die voor muzikale vervoering zorgt. Wat vaststaat is dat klimaatoptimisten ongelijk hebben. Water overspoelt de wereld, een toekomstvisie die Vis à Vis grimmiger had mogen brengen. Hoe groots ook gemonteerd, de dramatische kracht ontbreekt.