Interview

Richard Serra tekent voor museum Boijmans Rotterdam

Richard Serra

De Amerikaanse kunstenaar Richard Serra is vooral bekend van zijn grote sculpturen. Nu toont hij zijn tekeningen in Rotterdam. „Wie een eigen wereld wil scheppen moet die van de grond af opbouwen.”

Rotterdam Vertical # 10, 2017: tekening die Serra speciaal maakte voor Boijmans Foto Pictoright Amsterdam

‘Weerstand is cruciaal”, zegt beeldhouwer Richard Serra. „Altijd. Dat realiseerde ik me meteen toen ik mijn eerste grote werken maakte. In 1969 ontwierp ik One Ton Prop: een beeld van vier loden platen die schuin tegen elkaar aanstaan, zoals kaarten in een kaartenhuis. Het weegt ongeveer een ton en was het soort constructie dat op dat moment zeker niet als kunst werd beschouwd. Mijn toenmalige vrouw vond het vreselijk: het was niet aan elkaar gelast, het was gevaarlijk, het klapte in elkaar als je het aanraakte. Terwijl ik juist dacht: dit is interessant, juist omdat het nooit gedaan is.”

Was dat doorslaggevend?

„Ja, misschien wel. Ik was er toen al van overtuigd dat het maken van kunst alleen interessant is als je breekt met alle conventies, als je helemaal opnieuw begint. Dat begint bij de basis: als jonge kunstenaar moet je je eigen procedures uitvinden, liefst zelfs je eigen materiaal maken. Zoals de zwarte schrijfster Audre Lord ooit zei: ‘You’re not going to deconstruct the master’s house by using the master’s tools’. Dat is heel erg waar. Wie een eigen wereld wil scheppen moet die van de grond af opbouwen.” Hij grijnst. „Mijn vrouw en ik zijn al snel gescheiden.”

De Amerikaanse beeldhouwer Richard Serra. Foto EPA/ Peter Poly

Wie zijn werk ziet kan zich daar veel bij voorstellen. Richard Serra (77), zonder twijfel een van de beroemdste beeldhouwers ter wereld, is een natuurkracht die zijn hele carrière, die nu zo’n vijftig jaar omspant, de omstandigheden naar zijn hand heeft gezet. Vooral in zijn grote sculpturen, die over de hele wereld zijn te zien, gaat hij zonder veel scrupules de concurrentie aan met de Schepper. De abstracte beelden zijn niet alleen imposant, gemaakt van lood of cortenstaal en tonnen zwaar, maar vooral dwingen ze jou als toeschouwer om de ruimte om je heen heel anders te beleven dan je gewend bent. Serra’s beelden veranderen je zicht, beperken je ruimte of dreigen je te verpletteren, alsof de kunstenaar krachten weet vrij te maken die we normaal alleen kennen uit de natuur.

Dergelijke krachten komen ook terug in Serra’s tekeningen, waarvan er nu, op een indrukwekkende tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen, ruim honderd zijn te zien. Al deze werken, steevast uitgevoerd in zwart-wit, hebben iets van abstracte rotstekeningen of plakken natuur – Serra brengt op zijn 77ste het adagium dat je altijd je eigen methode moet uitvinden nog steeds in de praktijk. Hij vervaardigde de tekeningen door eerst een stuk board te nemen, daar een mengsel van materialen als oliekrijt, grafiet, zand en inkt op te smeren en het papier erop te leggen. De ‘tekening’ maakt hij vervolgens door met een hard, meestal metalen voorwerp op het papier te duwen, te persen en te trekken – wat er precies gebeurt kan hij niet zien, het is of hij het materiaal in het papier duwt, opnieuw als een natuurkracht. Zo wil Serra ook graag dat zijn tekeningen worden bekeken. „Voor mij gaan deze tekeningen alleen over wat ze zelf zijn. Je hoeft niet op zoek te gaan naar een verhaal of een patroon, ze proberen juist elke vorm van taal, van interpretatie zo veel mogelijk te beperken. Alleen: daar houden mensen niet van. Ze willen er toch graag een landschap in zien, een gezicht. Dat is onvermijdelijk, blijkbaar.”

Wat maakt tekenen voor u zo belangrijk?

„Wie een kunstenaar werkelijk wil begrijpen moet naar zijn tekeningen kijken – geen ontwerptekeningen of schetsen, maar gewoon, zijn vrije tekeningen. Die laten zien hoe een kunstenaar denkt, want die werpen hem terug op de meest elementaire handelingen. De grootste kunstenaars, Leonardo, Michelangelo, Picasso, Seurat, Delacroix waren allemaal heel goede tekenaars.”

Wanneer is een tekening goed?

„Als ze volkomen moeiteloos lijken te zijn gemaakt – sterker nog, als het lijkt alsof ze er altijd al zijn geweest. Volkomen vanzelfsprekendheid, dat is het beste. Er bestaat een tekening van Michelangelo van de kruisiging van Christus, die eruitziet alsof hij hem op het papier heeft geblazen. Geweldig.”

Wilt u dat uw tekeningen ook zo worden bekeken?

Serra lacht. „Aan moeiteloosheid kun je niet werken. Je moet geconcentreerd zijn, je moet de werkprocedure goed hebben voorbereid, en dan weet je nog niet of het lukt. Ik gooi veel weg. Uiteindelijk…” Hij zwijgt even. „In een echt goede tekening vindt altijd een transformatie plaats van een gevoel. Dan weet de tekenaar bij de toeschouwer een sensatie op te roepen die hij of zij daarvoor nog nooit heeft gehad – en die hem een beetje verandert. Dat is in wezen natuurlijk de essentie van alle goede kunst. Ik zoek het ook in mijn beelden.”

Waar komt toch dat verlangen te willen ingrijpen, de wereld en de dingen zo nadrukkelijk naar uw hand te willen zetten, vandaan?

„Dat begon al toen ik een kind was. Ik weet nog goed dat ik heel klein was en langs het strand liep, een tocht van zo’n vier kilometer, heen en terug. Toen ik terugkwam zag ik mijn eigen voetafdrukken in het zand en ik keek naar het strand en naar de zee en ineens besefte ik heel intens dat de ervaring van de heenweg echt anders was dan de weg terug. Ik probeerde het mijn moeder uit te leggen, maar zij begreep het niet. Zulke ervaringen zijn me altijd blijven boeien: het verschil tussen links en rechts, de manier waarop je je beweegt in een ruimte, het effect van curves en rechte lijnen op je beleving.”

Hoe slaagde u erin zulke abstracte ideeën om te zetten in kunst, in concrete beelden?

„Je hebt een doorbraak nodig, ergens. Voor mij…” Hij lacht. „Dit heb ik geloof ik nog nooit verteld, maar het kwam door Buckminster Fuller, de architect. Ik was bij een lezing van hem, die trouwens vier uur duurde, waarin hij zei: ik ben een werkwoord – ‘I am a verb’. Dat vond ik een geweldige manier om over jezelf te denken. Al snel daarna heb ik mijn ‘Verb List’ opgesteld [een lijst van 108 werkwoorden of handelingen die je als kunstenaar kunt gebruiken om werk te maken, red]. Dat denken over het maken van kunst vanuit allerlei verschillende handelingen veranderde alles voor mij.”

Tekening Richard Serra: Compositie 1/1 2016. Foto Pictoright Amsterdam

Was het moeilijk om vernieuwend te blijven, nieuwe wegen te zoeken, toen uw werk eenmaal geaccepteerd raakte?

„In die zin had ik geluk: mensen hebben heel lang een hekel aan me gehouden. Als jonge kunstenaar werd ik beschimpt en gekleineerd omdat ik me niet aan de conventies hield. Later liet de overheid bijvoorbeeld mijn Tilted Arc vernietigen.

Ken je die Vietnam-foto van een man die een andere man in het hoofd schiet? Nou, toen er op een gegeven moment drie beelden tegelijk van me in New York waren te zien, hingen er posters door de stad met die foto en de tekst ‘Kill Serra’. Zulke pogingen tot kleineren hebben me altijd geholpen. If you’re being marginalized, you want to resist. Ik ben er sterker door geworden.”

In de catalogus bij deze tentoonstelling heeft u Albert Camus’ verhaal ‘De mythe van Sisyphus’ laten opnemen. Voelt u zich verwant met hem, de man die zijn hele leven een steen tegen de heuvel op blijft duwen?

„Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het existentialisme, ik heb mijn doctoraalscriptie zelfs over Camus geschreven. En ja, de mythe van Sisyphus trekt me zeer aan: het idee dat alles wat je doet, hoe groot of ambitieus ook, nutteloos is, absurd, maar dat je er toch je geluk in vindt.”

Maakt dat idee het leven voor u draaglijk?

„Het maakt het mogelijk.”