Rapport: Turkse organisaties niet vanuit Ankara aangestuurd

De conclusie van het onderzoek is opvallend mild gezien de langdurige discussie rondom de Turkse organisaties.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Foto Adem Altan / AFP

Turkse religieuze organisaties in Nederland worden niet aantoonbaar aangestuurd vanuit de Turkse overheid. Ook lijkt het erop dat Turkije de organisaties niet financiert. Tot die conclusie komt adviesbureau Radar, dat in opdracht van het kabinet onderzoek deed naar de vier grootste Turkse organisaties: Diyanet, Milli Görüs, Süleymanci en de Gülenbeweging.

De Tweede Kamer maakt zich al geruime tijd zorgen over de Turkse organisaties die onder invloed zouden staan van de Turkse regering en integratie van Turkse Nederlanders zouden bemoeilijken. Maar het rapport van Radar, woensdagmiddag aan de Kamer gestuurd door demissionair minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA), stelt dat er geen aanwijzingen zijn van directe bemoeienis vanuit Turkije.

De organisaties zeggen zelf geen financiële steun te ontvangen van de Turkse overheid. Radar heeft de indruk dat dit klopt, al heeft het onderzoeksbureau geen onderzoek gedaan naar de financiële administratie. Turkije heeft volgens Radar wel genoeg mogelijkheden om zich te bemoeien met Turks-Nederlandse organisaties. Zo krijgen imams van Diyanet hun preken opgestuurd uit Turkije en wordt ook hun loon betaald door de Turkse overheid. Het formele hoofd van Diyanet in Nederland is tevens Turks diplomaat. Diyanet overweegt dit laatste te veranderen, iets wat minister Asscher zou toejuichen. Het is „van belang dat de dienst hier in Nederland niet vanuit een ander land wordt uitgemaakt”, schrijft hij aan de Kamer.

Radar heeft geen aanwijzingen dat de organisaties integratie van Turkse Nederlanders in de weg staan. Maar omdat ze sterk zijn gericht op de eigen etnische en religieuze groep, bevorderen ze de integratie ook niet.

De conclusie van het onderzoek is opvallend mild gezien de langdurige discussie rondom de Turkse organisaties. Asscher besloot in 2014 de organisaties vijf jaar lang te ‘monitoren’ wegens gebrek aan transparantie. Dit riep veel verontwaardigde reacties op uit de Turks-Nederlandse gemeenschap. Het vormde tevens de aanleiding voor Tunahan Kuzu en Selcuk Özturk om de PvdA-fractie te verlaten en hun nieuwe partij Denk op te richten. Hierna matigde Asscher zijn toon en zei de organisaties juist te zien als „bondgenoten”.

Nadat de Turkse couppoging in 2016 spanningen had veroorzaakt in de Turks-Nederlandse gemeenschap, kwamen de organisaties weer in opspraak. De Tweede Kamer nam een motie aan om de organisaties niet langer te beschouwen als gesprekspartner in het integratiebeleid. Ook ligt er een motie te wachten die Turkse financiering van Nederlandse gebedshuizen aan banden legt.