Nederland berecht verdachten MH17

Neergeschoten vliegtuig

Een VN-tribunaal komt er door een Russisch veto niet. Een rechtszaak over MH17 vindt plaats in Nederland, aldus vijf getroffen landen.

De aankomst van slachtoffers van de crash op vliegveld Eindhoven. Foto Marcel van Hoorn

Wanneer de strafzaak begint, is onbekend. Er zijn nog geen dagvaardingen. Het strafrechtelijk onderzoek naar de daders van het neerhalen van vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne, binnenkort bijna drie jaar geleden, is een „zaak van lange adem” en „in volle gang”, laat justitie weten. Maar als het zo ver komt, als op enig moment verdachten zijn geïdentificeerd en voor de rechter kunnen worden gebracht, dan zal dat in Nederland gebeuren.

Woensdag maakte het kabinet bekend dat de vijf landen die samenwerken in het Joint Investigation Team (JIT) unaniem hebben besloten dat vervolging en berechting in Nederland plaatsvindt, „ingebed in een hechte en blijvende internationale samenwerking en steun”, schrijven de ministers Blok (Veiligheid en Justitie, VVD) en Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) in een brief aan de Tweede Kamer. Een eerste optie, berechting door een tribunaal van de Verenigde Naties, werd onmogelijk door een veto van Rusland, twee jaar geleden, in de VN-Veiligheidsraad. Een andere optie, internationale berechting door een tribunaal, is nu ook van tafel.

De ‘Nederlandse’ variant heeft niet alleen de voorkeur van alle vijf JIT-landen, maar ook die van het Openbaar Ministerie. De vijf landen blijven intensief samenwerken – volgens het principe ‘één voor allen, allen voor één’ – bijvoorbeeld als vanuit andere landen „druk” wordt uitgeoefend tijdens vervolging en berechting. Er komt waarschijnlijk een internationale „klankbordgroep” die het Nederlandse Openbaar Ministerie bijstaat. Ook zullen buitenlandse nabestaanden het proces kunnen volgen, en krijgen ze spreekrecht zoals in Nederland gebruikelijk is.

Foto AFP/Dominique Faget

Het nieuws komt een dag nadat Australië, als laatste van de vijf JIT-landen, zijn voorkeur voor berechting in Nederland heeft kenbaar gemaakt. Ook wordt deze week een verdrag ondertekend met Oekraïne, waarin dat land het recht op vervolging en berechting van de daders op zijn grondgebied overdraagt aan Nederland. Daarbij is zeker dat vervolging en berechting in Nederland alle slachtoffers uit zeventien landen kan omvatten, ongeacht hun nationaliteit. In het verdrag wordt ook geregeld dat verdachten via een videoverbinding kunnen worden gehoord en dat, als het tot berechting en een uitspraak door Nederlandse rechters komt, een straf ook in Oekraïne kan worden uitgezeten.

Welke straf dat kan zijn, is onbekend. „Dat hangt natuurlijk helemaal af van de dagvaarding”, laat de Raad voor de rechtspraak weten. Eerder heeft onderzoeksleider Fred Westerbeke van het OM verklaard dat het om moord draait. „Maar hoe het neerhalen van MH17 zich vertaalt in een tenlastelegging, is nu nog niet te zeggen”, aldus een woordvoerder. De doodstraf kan het in elk geval niet worden, want alles verloopt volgens Nederland recht.

Over de uitlevering van verdachten is nog onduidelijkheid. „Of dat zal lukken, moet uiteraard worden afgewacht”, schrijft het kabinet. Oekraïne en Rusland leveren geen eigen ingezetenen uit. Een verdachte met de Russische nationaliteit die zich in Oekraïne bevindt, zou weer wél kunnen worden uitgeleverd. Dit alles is van belang, omdat de verdenking vooral uitgaat naar pro-Russische separatisten. Zij zouden op 17 juli 2014 de Boekraket hebben afgevuurd.

Welke rechtbank het proces behandelt, is nog niet bekend. De rechtszaak kan beginnen wanneer de verdachten zijn gedagvaard. Vervolgens begint de rechter-commissaris een vooronderzoek. Volgens de Raad voor de Rechtspraak staan Nederlandse rechters internationaal hoog aangeschreven en behoren ze „tot de onafhankelijkste ter wereld”. Ook hebben ze „veel ervaring met ingewikkelde rechtszaken” met internationale aspecten, zoals die over Srebrenica en de genocide in Rwanda, en zijn in Nederland internationale tribunalen gevestigd.

Minister Koenders laat weten dat de ramp met MH17 heeft laten zien „hoe een gedeeld noodlot kan leiden tot hechte internationale samenwerking en vastberadenheid om recht te doen”. Er was „sprake van veel desinformatie en pogingen om het onderzoek in diskrediet te brengen”, aldus Koenders, maar toch zijn „belangrijke resultaten geboekt” en kan het strafrechtelijk onderzoek „rekenen op vrijwel unanieme steun van de internationale gemeenschap”.

Rusland heeft officieel nog niet gereageerd op het besluit.

Hoogleraar Knoops: kabinet neemt risico

Geert-Jan Knoops. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het kabinet neemt een „risico” met het besluit om in Nederland verdachten van het neerhalen van vlucht MH17 te vervolgen en te berechten. „Hiermee doe je de deur voor Rusland dicht.” Dat zegt advocaat en hoogleraar Geert-Jan Knoops in reactie op het besluit dat de vijf samenwerkende landen hebben genomen.

Knoops wijst erop dat Rusland heeft laten weten wellicht niet uit te sluiten mee te werken aan eventuele berechting en vervolging, indien er een compleet strafrechtelijk dossier met sterke bewijzen ligt. „Dat dossier is er nu nog niet”, zegt Knoops. „Ik heb al eerder geadviseerd om pas een keuze voor berechting te maken als duidelijk is welk bewijs er ligt en welke verdachten in beeld zijn. Er is nu gekozen voor een andere volgorde. Er is een rechtspolitieke keuze gemaakt, mede ingegeven door de wens dat nabestaanden in Nederland spreekrecht hebben. Mijn advies zou ook nu nog zijn: wacht.”

Door niet te wachten, lopen Nederland en de andere landen met slachtoffers de kans dat er straks recht wordt gesproken zonder dat er iemand in de beklaagdenbankjes staat. „Dan worden verdachten bij verstek veroordeeld. Maar er zullen wellicht andere landen die zeggen dat de rechtsgang van Nederland niet deugt.”

Knoops wil wel geloven dat het efficiënt is om gebruik te maken van bestaande Nederlandse rechtbanken. „Maar deze zaak is zó groot en zó belangrijk dat er toch meer tijd had moeten worden genomen. Het is van belang een zo groot mogelijke legitimiteit te bereiken.”

Nabestaanden MH17 blij met besluit

Nabestaanden van de Nederlandse slachtoffers van de vliegramp met MH17, bijna drie jaar geleden, zijn tevreden over het besluit om de vervolging en berechting van de daders in Nederland te laten plaatsvinden. „Het geeft een goed gevoel dat er een stap is gezet, en dat het niet nog jaren duurt en wij er niet meer zijn om een proces mee te maken”, zegt Evert van Zijtveld, voorzitter van de Stichting Vliegramp MH17. „Wij wachten al zo lang. Wij vragen ons steeds weer af: hoe is het mogelijk dat het allemaal zo lang duurt? Het is goed dat er nu iets gebeurt. Er wordt weleens gesproken over geopolitiek en over relaties met andere landen. Welnu, dat mag in dit geval eigenlijk geen rol spelen, het recht moet zegevieren. Dat heeft niet te maken met genoegdoening. Mensen die in een oorlog mensen in koelen bloede vermoorden, die mogen daar niet mee wegkomen. Of opzet daarbij kan worden bewezen, is een tweede.”

Nabestaanden hebben de indruk dat een tribunaal onder de vlag van de Verenigde Naties de beste optie zou zijn geweest, bijvoorbeeld doordat verdachten wellicht dan gemakkelijker zouden kunnen worden uitgeleverd. Maar een berechting in Nederland heeft toch ook veel voordelen. Zo kunnen zij zich voegen in het strafproces. „We kunnen vermoedelijk een zekere vorm van genoegdoening eisen”, zegt nabestaande Piet Ploeg. Er is sprake van een „ervaren rechtssysteem”. Bovendien zullen de nabestaanden, van wie veruit de meesten in Nederland wonen, het proces goed kunnen volgen. Ook van het spreekrecht zal zeker gebruik worden gemaakt. Evert van Zijtveld: „Het moet vreselijk zijn om in een rechtszaal de daders in de ogen te moeten kijken. Dat kan niet iedereen. Niet alle nabestaanden kunnen het opbrengen om alles weer op te rakelen. Maar andere nabestaanden willen dat wel.”

Wat de nabestaanden verder verheugt, is dat het besluit bewijst dat het kennelijk nut heeft om een proces te beginnen. „Wij zijn positief verrast over dit besluit”, zegt nabestaande Thomas Schansman, die spreekt namens een groep nabestaanden die een ‘werkgroep waarheidsvinding’ vormen. „Dit is een hoopgevend besluit, want kennelijk heeft justitie belangrijke vorderingen gemaakt in het onderzoek.” Ook hij is „blij” dat nabestaanden straks spreekrecht krijgen.

Een goede dag dus voor de nabestaanden? Piet Ploeg: „Het had al met al veel slechter gekund.”