‘Maak regels tegen belastingontwijking duidelijker’

Parlementaire ondervragingscommissie

Na verhoor onder ede van 27 getuigen en experts zegt Kamercommissie dat regels over belastingconstructies scherper moeten.

De Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies. Foto Jerry Lampen/ANP

Wetgeving die erop gericht is om ongewenste belastingontwijking te bestrijden moet scherper worden geformuleerd. Dat is – tussen de regels – het belangrijkste advies van de parlementaire ondervragingscommissie die naar aanleiding van de uitgelekte Panama Papers onderzoek deed naar de rol die de Nederlandse financiële sector speelt bij internationale fiscale constructies. Die leiden volgens de Tweede Kamer tot ongewenste belastingontwijking: bedrijven en rijke particulieren zoeken met buitenlandse stichtingen of trusts de laagste belastingdruk op.

Die wens tot meer duidelijkheid over wat fiscaal wel en niet door de beugel kan – wat de commissie „de geest van de wet” noemt – komt niet alleen van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Belastingdienst maar ook van belastingadviseurs en aanbieders van trustdiensten. Binnen de financiële sector wordt „verschillend gedacht over de vraag welke (fiscale) constructies ongewenst zijn”, schrijft de commissie onder leiding van PvdA-Kamerlid Henk Nijboer woensdag in haar verslag.

Nieuw onderzoeksinstrument

De commissie ondervroeg vorige maand 27 getuigen en deskundigen. Zij waren verplicht te verschijnen en moesten het openbare verhoor onder ede ondergaan. Het was voor het eerst dat de Tweede Kamer het nieuwe onderzoeksinstrument van de parlementaire ondervraging inzette: een mix van een vrijblijvende hoorzitting en een parlementaire enquête met een verplicht karakter. De beperking is dat het geen rapport oplevert met duidelijke conclusies en concrete aanbevelingen maar een beknopt verslag met enkele ‘bevindingen’. Omstreden multinationals die middels afspraken met de Belastingdienst, zogeheten rulings, zo min mogelijk belasting willen betalen waren niet in het onderzoek meegenomen.

Volgens de onderzoekscommissie heeft de zogenoemde ‘mini-enquête’ enkele „relevante bevindingen” opgeleverd. Die waren deels al bekend. Dat veel trustkantoren zich volgens DNB niet altijd aan de wet houden en dat de Belastingdienst wordt tegengewerkt bij het opsporen van ongewenste belastingconstructies was ook al vaker in Kamerdebatten aan de orde gekomen. Andere bevindingen zijn wankel. De schattingen van de belastingderving door rijke Nederlanders die hun vermogen in het buitenland hebben gestald lopen zo uiteen (tussen 1,5 miljard en 10 miljard euro) dat de commissie maar concludeert dat het „om grote bedragen gaat”.

Wegwijs worden in het fiscale jargon? Bekijk het lexicon

Een duidelijker inzicht van de commissie is dat financiële dienstverleners – belastingadviseurs, trustkantoren, notarissen en banken – weliswaar sterk verweven zijn, maar dat elke professional alleen de eigen wet- en regelgeving in de gaten houdt. „Voor de negatieve effecten van een constructie als geheel”, stelt de commissie „draagt niemand verantwoordelijkheid”.

Voor het aanscherpen van wetgeving spreekt de commissie-Nijboer vooral de Tweede Kamer zelf aan. „De geboden inzichten kunnen worden betrokken bij de uitoefening van de wetgevende taak van het parlement.” Hoewel de commissie maar uit zes leden bestond waren er drie partijen vertegenwoordigd die bij de kabinetsformatie betrokken zijn: D66, CDA en ChristenUnie.