IAAF: atletes met hoge testosteronspiegel hebben voordeel

Uit onderzoek zou blijken dat de omstreden ondergrens wel degelijk gerechtvaardigd is

Atlete Caster Semenya. Foto Jean-Christophe Bott/EPA

De wereldatletiekbond IAAF denkt voldoende bewijzen te hebben verzameld om vrouwen met een te hoge testosteronspiegel de toegang tot wedstrijden te ontzeggen. Uit onderzoek zou blijken dat die atletes met name op de 400 en 800 meter, 400 meter horden, kogelslingeren en polsstokhoogspringen een voordeel van 1,8 tot 4,5 procent op hun concurrenten met een normale testosteronspiegel hebben.

De discussie over het voordeel van atletes met hoge testosteronwaarden woedt al bijna tien jaar. De kwestie werd actueel nadat de Zuid-Afrikaanse 800-meterloopster en wereldkampioene Caster Semenya in 2009 tot een seksetest werd gedwongen en in afwachting van de uitslag voor elf maanden een starverbod kreeg opgelegd. Uiteindelijk werd Semenya aangemerkt als vrouw. Medici kwalificeerden haar als een hyperandrogeen, wat betekent dat ze extra mannelijke hormonen produceert.

In 2011 scherpte de IAAF de regel voor hyperandrogene atletes aan tot een zogenoemde afkapwaarde van 10 nanomol per liter testosteron. De gebruikelijke waarden liggen volgens de IAAF tussen de 0,1 en 2,8 nanomol per liter. Bij een waarde boven de 10 verplichtte de atletiekfederatie atletes tot een operatie of medicijngebruik om verlaging te realiseren.

CAS zag eerder geen bewijs

Die regel werd twee jaar geleden op last van het internationale sporttribunaal CAS voor twee jaar opgeschort, na een aanklacht van de geschorste Indiase sprintster Dutee Chand. CAS achtte niet bewezen dat atletes met een afwijkende testosteronspiegel beter presteren en gaf de IAAF twee jaar de tijd de ondergrens te onderbouwen. En daarin is de bond nu geslaagd, werd dinsdag in een persbericht beweerd.

De atletiekfederatie van voorzitter Sebastian Coe baseert zich op een onderzoek van dr. Stéphane Bermon, zowel bij de IAAF als het Internationaal Olympisch Comité (IOC) lid van de werkgroep hyperandrogene en transgender sporters, en Pierre-Yves Garnier, directeur van het wetenschappelijk gezondheidsbureau van de IAAF. Zij hebben 2.127 monsters onderzocht van atletes en atleten die in actie kwamen op de WK’s van 2011 (Daegu) en 2013 (Moskou). De uitkomsten zijn intussen gepubliceerd in The British Journal of Sports Medicine.

De wereldatletiekbond denkt nu genoeg munitie te hebben verzameld om CAS ervan te overtuigen dat vrouwen, tenminste op een aantal disciplines, wel degelijk baat hebben bij een hoge testosteronwaarde. Commentaar van IAAF-voorzitter Coe op het onderzoek: „Ons uitgangspunt is eerlijke vrouwensport te beschermen. Maar het blijft een complexe een gevoelige materie waarbij je het wel hebt over mensen en hun families.”