Ex-drugsrommelaar Bouajaj wil snel weg uit het Rifgebied

Achtergesteld Rifgebied

Het verhaal van Bouajaj is tekenend voor dat van vele Riffijnen. Ze weten geen leven op te bouwen in het achtergestelde gebied, schrijft Koen Greven.

Abdessadel Bouajaj kalkte op muren in het Marokkaanse Al Hoceima ‘Viva España’. Foto Koen Greven

Abdessadel Bouajaj ligt bij het ondergaan van de zon uit te rusten in een groot, rood visnet. De 37-jarige Marokkaan woont letterlijk in de haven van Al Hoceima. Dagelijks probeert hij te overleven van het beetje vis dat hem door anderen wordt gegund. Meer zit er niet in.

Bouajaj droomt van een leven aan de overkant van de zee. In Spanje. Hij woonde er twintig jaar, totdat hij er wegens gerommel met drugs werd uitgezet. Uit woede heeft Bouajaj overal op de muren van de Marokkaanse haven ‘Viva España!’ gekalkt.

Het verhaal van Bouajaj staat symbool voor dat van vele Riffijnen. Ze zijn niet of nauwelijks in staat een leven op te bouwen in het in Marokko systematisch achtergestelde gebied. De afgelopen zestig jaar zijn er miljoenen van hen naar Europa vertrokken. De achterblijvers vechten voor hun bestaan en het behoud hun cultuur.

„Toen ik twaalf jaar was, ben ik er met een vriendje zelf vandoor gegaan”, vertelt Bouajaj achter een bordje met gebakken sardientjes. „Ik klom bij de haven van Tanger onder een vrachtwagen en bleef daar zitten zolang ik het vol kon houden. Ik kwam uit in de stad Granada. Een totaal andere wereld.”

Met vallen en opstaan vindt Bouajaj zijn eigen weg in Spanje. Hij komt in een opvanghuis terecht, krijgt psychologische hulp, leert Spaans en probeert wat van het leven te maken. Hij heeft een vrouw en een kind. Maar in het Zuid-Europese Andalusië liggen de banen niet voor het oprapen. Zijn verblijfsvergunning biedt geen enkele garantie.

Ik had een kans. Ik heb het verkloot. Het is wachten op een nieuwe mogelijkheid.

Bouajaj kiest voor de makkelijkste weg naar geld en gaat drugs verkopen. Hij is slechts een kruimeldief in een wereld met grote dealers. Het gaat al snel mis. De Marokkaan wordt opgepakt en krijgt een celstraf van vijf jaar opgelegd. Opnieuw staat hij er alleen voor. Zijn gezin verbreekt de banden. Met zijn Marokkaanse familie had hij al lang geen contact meer.

In de cel komt Bouajaj enigszins tot bezinning. Hij wil zijn leven beteren. Een serieus bestaan opbouwen in Spanje. Wegens goed gedrag mag hij een aantal dagen per jaar naar buiten. Het liefst zou hij zijn psycholoog opzoeken, maar dergelijke hulp is nu niet meer voorhanden.

Lees ook het interview met de protestleider van de Rif: ‘Europese Marokkanen steunen onze strijd’

Bouajaj moet het zelf uitvogelen. Op een dag wordt hij staande gehouden door de politie. Zijn verblijfsvergunning is in de gevangenis verlopen. Vanwege zijn criminele verleden is het hem niet gelukt deze te verlengen. De Spaanse agenten zijn onvermurwbaar. Bouajaj wordt als illegale vreemdeling zonder pardon uitgezet.

De nauwe samenwerkingsverbanden tussen Marokko en Spanje zorgen ervoor dat Bouajaj zonder enige problemen terugkeert naar zijn geboortegrond. Hij legt dezelfde weg af die hem twintig jaar daarvoor naar Europa bracht. Maar dan in omgekeerde richting. Van Granada naar Algeciras over land. En daarna per boot naar Tanger. Dat is nu vijf jaar geleden.

In Marokko zit niemand te wachten op iemand met zijn cv. Zelfs zijn moeder ziet hem liever gaan dan komen. Bouajaj bekijkt de protesten van de Riffijnen tegen het Marokkaanse regime van een gepaste afstand. „Uiteindelijk moet je zelf iets van het leven proberen te maken. Dat gold voor mijn vader zo en dat geldt nu ook voor mijn zoon. Al woont die in Spanje. Dat is het verschil”, zegt Abdessadel Bouajaj. „Ik had een kans. Ik heb het verkloot. Het is wachten op een nieuwe mogelijkheid.”

Vanuit de haven tuurt hij over zee. Naar het onzichtbare Spanje.