Een vleugje ‘Grease’ op Julidans met Pere Faura

In zijn Sweet Trilogy gaat choreograaf Pere Faura op Julidans met boosheid de musicalclichés te lijf. En met een schepje Mary Poppins-suiker, natuurlijk

Dit jaar ook in Amsterdam: dansen op het podium tijdens Sweet Fever, juli in Berlijn in 2016 Foto Mauri Serrado

Pere Faura (Barcelona 1980) is boos. Boos op de danswereld, de dansproducenten, boos op choreografen, boos op dansers. En boos op zichzelf.

In zijn voorstelling Sweet Tyranny krijgt iedereen ervan langs, ook de toeschouwers die zich als domme kuddedieren telkens weer lenen voor het verfoeide trucje dat participatie heet. In een theatertje in het Catalaanse Olot laat het publiek braaf over zich heen lopen (letterlijk) en doet gewillig mee met een eenvoudige handchoreografie, afkomstig uit de musical Grease.

Musical: verschrikkelijk genre vol clichés. Het is Faura’s eerste grote liefde en hij haat zichzelf erom. Maar sinds hij in 2006 zijn studie aan de Amsterdamse School voor Nieuwe Dansontwikkeling afsloot met de succesvolle This is a picture of a person I don’t know (waarin hij zichzelf in de iconische musicalfilm Singing in the Rain plaatste) is die haat-liefdeverhouding al meermaals een dankbaar onderwerp gebleken. Niet alleen voor de autobiografische voorstellingen waarmee de kleine Catalaan het publiek moeiteloos om zijn vinger windt. Steeds vaker gebruikt hij populaire vormen als disco, striptease en andere ‘low culture’ om geestige en intelligente bespiegelingen te wijden aan artistieke, filosofische en maatschappelijke kwesties.

De belangstelling daarvoor deed hij op tijdens zijn studie Media en Communicatie en het jaar dat hij de Master Cultuur van Vrede en Conflictoplossing volgde, náást zijn dansopleiding. „’s Morgens colleges over politiek, ‘s middags danslessen. Niet uit te leggen aan anderen, voor mij ideaal”, aldus Faura, die in een politiek geëngageerd milieu opgroeide.

Julidans video over Sweet Fever. Tekst ga door na video

Popcultuur, vindt hij, is de beste manier om met grote groepen mensen te communiceren. „Niet iedereen kent tenslotte Godard of Lars von Trier, wel de shitty voortbrengsels van onze cultuur, zoals Saturday Night Fever en Flash Dance. Die gedeelde kennis gebruik ik voor een ander discours.” Eerdere voorstellingen gingen bijvoorbeeld over het voyeurisme in het theater, de onmogelijkheid sommige gevoelens of fenomenen (de dood) geloofwaardig op het toneel te brengen, over auteursrecht op beweging, de machtsmechanismen van de striptease.

Sweet Tyranny, dat met Sweet Fever en Sweet Precarity de Sweet Trilogy vormt, is een feest der herkenning voor toeschouwers die niet ingevoerd zijn in de hedendaagse dans.

John Travolta, Flash Dance, Mary Poppins, Grease, A Chorus Line – ze dienen voor een uiteenzetting over de misstanden die door de liefde voor dans kunnen bestaan. Programmeurs die choreografen afknijpen, ijdele choreografen die de passie van dansers misbruiken, dansers die zich dat laten welgevallen, homoseksuelen die verslingerd zijn aan genres (zoals musical) die vrijwel uitsluitend heterorelaties tonen, het publiek dat zich romantische onzin over de liefde laat verkopen, een volkomen achterhaald beeld van vrouwen accepteert. Samen laten ze de status quo voortbestaan. De dansindustrie als zoete tirannie.

Hij is dus boos. Echt boos, maar wel met een knipoog en veel zelfspot, want hoewel Faura in tien jaar duidelijk volwassener is geworden als performer, heeft hij zijn guitige, aanvallige toneelpersoonlijkheid behouden. Daar is hij mee behept, net als met die verdomde voorliefde voor de musical. „Die is er en gaat niet weg. Al houd ik goede hoop.”

Julidans: Sweet Fever, 6/7, Sweet Tyranny 7/7. www.julidans.nl