Opinie

Een schot voor de boeg van Xi en Trump

Voor de G20 tonen Europa en Japan dat ze blijven geloven in mondiale vrijhandel, schrijven en .

Op de achtergrond de Tokyo Skytree, 634 meter hoog.

Handel gaat vaak over meer dan handel alleen. Vrijdag komen de leiders van de twintig grootste economieën (G20) bij elkaar in Hamburg. Op de agenda staat de toekomst van het internationale handelssysteem: het wordt een touwtrek-wedstrijd tussen voorstanders van vrijhandel en protectionisten.

Op de vooravond van de top willen de EU en Japan de toon zetten door een vrijhandelsakkoord te tekenen. Na vier jaar is er bijna een deal, mede dankzij de veranderde internationale context en veel politieke wil. Een akkoord is goed voor de EU en Japan, maar zou vooral ook een statement zijn aan het adres van president Donald Trump. Ook de Chinese president Xi Jinping mag zich aangesproken voelen.

Grootste in zijn soort

De handelsovereenkomst met Japan zou het grootste van zijn soort worden ooit gesloten door de EU. Samen zijn ze goed voor een derde van het mondiale BBP (de totale waarde van geproduceerde goederen en diensten). De afgelopen twee weken is er flink heen en weer gevlogen om het akkoord rond te krijgen. EU-handelscommissaris Cecilia Malmström was vorige week in Tokio. Een paar dagen later waren de Japanse ministers van Buitenlandse Zaken en Landbouw in Brussel en donderdag maakt premier Shinzo Abe, op weg naar de G20-top, een tussenstop in Brussel om de zaak te beklinken.

Een overeenkomst geeft Europese bedrijven beter toegang tot de Japanse markt, na China Europa’s grootste handelspartner in Azië. Importtarieven gaan omlaag en regelgeving wordt versimpeld. Europese producenten van onder meer medische apparaten, agrofood en motorvoertuigen zullen hier de vruchten van plukken. Europese consumenten profiteren van lagere prijzen van Japanse producten, zoals Japanse auto’s.

Statement tegen protectionisme

Minder evident dan de economische baten, maar zeker zo belangrijk, is het politieke statement dat gemaakt wordt. De EU en Japan laten een krachtig geluid horen tegen protectionisme en vóór vrijhandel. Ze breken een lans voor het behoud – en de verdieping – van het liberale, op regels gebaseerde, internationale economische systeem waar beide handelsreuzen, en vele andere landen met hen, zo van profiteren.

De boodschap is bovenal gericht aan president Trump. Onder hem is Amerika verworden van beschermer van dit systeem tot zijn grootste uitdager. Getuige Trumps America first-beleid, zijn afkeer van multilaterale handelsakkoorden en zijn kritische houding ten opzichte van de Wereldhandelsorganisatie. De EU en Japan slaan de handen ineen, juist op het moment dat de VS op het punt staat om de tarieven op staalimporten flink te verhogen.

Maar de boodschap is ook gericht aan de Chinese president Xi Jinping. In een speech in Davos, kort na het aantreden van Trump, wierp hij zich op als beschermer van de wereldwijde vrijhandel. China als baken van vrijhandel zou mooi zijn, maar Xi’s woorden klinken ironisch gezien de klachten die Europese bedrijven al jarenlang hebben over beperkte markttoegang, het gebrek aan een level playing field en achterblijvende economische hervormingen. Met geen ander land heeft de EU zoveel handelsdisputen als met China.

Een praktische stap

Europa en Japan presenteren zich nu dus als gelijkgezinde landen die de internationale handel willen borgen op hun hoge standaarden – bijvoorbeeld op het gebied van klimaat en arbeid – en gedeelde waarden als openheid, transparantie en rechtsstatelijkheid. Een deal zou ook laten zien dat handelsovereenkomsten een toekomst hebben, ondanks dat deze steeds kritischer bekeken worden door het brede publiek. Denk aan het akkoord tussen de EU en Canada dat vorig jaar bijna sneuvelde, demonstraties tegen een transatlantische handelsovereenkomst (TTIP) en het Trans-Pacifische Pact waar Trump de stekker uit trok.

Zoals gebruikelijk voor de EU, wordt parallel aan het handelsakkoord ook een politieke overeenkomst gesloten. Daarin staan afspraken over meer samenwerking op zaken als duurzame ontwikkeling, bescherming van het milieu, aanpak van klimaatverandering, veilige toevoer van energiebronnen en zelfs regionale stabiliteit, inclusief non-proliferatie van kernwapens. Dit politieke akkoord is geen ‘big bang’ die de relatie tussen de twee opnieuw inricht, maar een praktische stap naar meer samenwerking.

In Brussel en Tokio was er jaren lang vooral retoriek van gelijkgezindheid te horen. Met deze akkoorden komt daadwerkelijke politieke samenwerking in zicht. Dit zal evenwel niet makkelijk zijn. De EU en Japan verschillen behoorlijk van mening over hoe de relatie met de VS en China ingevuld moet worden. Maar meer samenwerking is goed, want in een periode van groeiende onzekerheid en protectionisme hebben de EU en Japan elkaar nodig. En het mondiale handelssysteem het leiderschap van de EU en Japan.