Column

Dineren met korting

De tafeltjes in het restaurant stonden zo dicht naast elkaar dat met de etensgeuren ook wat gespreksflarden overwaaiden. Dat heeft voor- en nadelen. Je hoort nog eens wat, maar tegelijk moet je in je eigen gesprek op je hoede zijn. We zaten in een redelijk gerenommeerd restaurant – geen Michelin-pretenties, maar ook geen eettent waar de sliptongetjes vooral naar slib smaken. De brave burger mocht er wat verwachten voor z’n goeie geld. Rechts naast ons zaten twee jonge vrouwen die meer aandacht voor elkaar hadden dan voor de lamsbout die ze deelden. Ze lachten veel, want verliefdheid maakt vrolijk.

Aan de andere kant zat een stel van onze leeftijd, waarvan de man – tanig, gebruind, alerte blik – me een geslaagde zakenman leek en de opgedofte vrouw iemand die hem daarbij geduldig, maar niet onkritisch, terzijde stond. Zij zaten al te eten toen wij de menukaart bekeken.

„En?”, vroeg de vrouw.

De man groef aarzelend in zijn ravioli. „Ik had er meer van verwacht, véél meer.”

„Wat jammer nou”, zei de vrouw terwijl ze vork en mes boven haar gerecht liet hangen. „Doe er wat meer van die saus over. Mijn eend is prima.”

Ik moest onwillekeurig aan de wilde eend denken die haar nest in de binnenstad optimistisch in de dakrand van een woning had gebouwd, waardoor haar kuikentjes één voor één omlaag kukelden. Dan kun je toch nog beter dood zijn en opgegeten worden.

„Het is gewoon niet goed klaargemaakt”, zei de man terwijl hij zijn bord naar haar toeschoof. „Proef maar eens.”

Ze nam een hapje en zei schouderophalend: „Gaat wel.”

„Nee, het gaat niet”, zei hij, „ik zal er straks wat van zeggen”.

De verliefde vrouwen aan de andere tafel waren halverwege hun lamsbout.

„Wel wat taai”, zei de een.

„Het malse hapje komt nog”, zei de ander. Ze lachten.

Toen de serveerster bij het echtpaar kwam afruimen, wees de man op zijn bord en zei zacht, maar dwingend: „Het was niet goed.” Ze keek hem vragend aan. Hij begon omstandig uit te leggen wat de kok verkeerd had gedaan. Ik luisterde met bewondering, want zelf kan ik beter proeven dan koken. Als ik tegen zo’n serveerster klaag, zegt ze alleen maar: „Ik zal het doorgeven aan de keuken”. Vervolgens hoor je nooit meer iets en krijg je nog wel een gepeperde rekening, alsof „alles naar wens is geweest”.

Deze man was zo onderlegd in de kookkunst dat hij de serveerster de nieuwste informatie kon verschaffen over de ideale bereidingswijze van ravioli. Ze wiebelde van het ene op het andere been, wachtend op een opening in het gesprek waardoor ze kon ontsnappen. Eindelijk liet hij haar gaan.

Een poosje later meldde ze zich weer aan hun tafel. „Ik heb met de leiding overlegd”, zei ze, „en we halen het van de rekening”.

„Dat is tof!”, riep de vrouw.

De man knikte alleen maar, hij had gekregen wat hij wilde en verwachtte. Hij leek me zo iemand die ook in winkels altijd met succes bij elke aankoop een zo hoog mogelijke korting bedong. Brutalen kopen de halve wereld met korting.

„Zo doe je dat”, zei ik tegen mijn vrouw toen ze waren opgestapt.

„Jij?”, vroeg ze.