Demissionaire Dijsselbloem regeert nog actief mee

Begroting

Zolang er geen nieuw kabinet is, regeert de PvdA gewoon door ondanks gemor in de Tweede Kamer. „We moeten gewoon een begroting beheren”.

Minister Jeroen Dijsselbloem Foto Bart Maat / ANP

Extra geld voor politieagenten, koopkrachtverbetering voor gepensioneerden, het verhogen van de lerarensalarissen én het schrappen van een nog openstaande bezuiniging in het onderwijs.

Nu het begrotingstekort is weggewerkt, is de verlanglijst voor nieuwe overheidsuitgaven lang. Vooral bij partijen die op dit moment niet mee onderhandelen voor een nieuw kabinet: de vermoedelijke nieuwe oppositie.

Behalve de klassieke politieke tegenstelling tussen links en rechts – geld uitgeven als dat kan versus zorgvuldig blijven omgaan met de overheidsfinanciën – kwam tijdens het debat over de Voorjaarsnota woensdag, nog een ongemakkelijk dilemma naar boven: moet het huidige demissionaire kabinet nog kostbare plannen maken of is dat aan de volgende regering? De partijen die met elkaar aan tafel zitten in de Stadhouderskamer zijn voor het laatste.

Lees ook: Volg het laatste nieuws over de formatie in ons Formatieblog.

‘Beleidsrijke Voorjaarsnota’

Het is een steeds brandender kwestie, want hoe langer de formatieonderhandelingen duren hoe groter de kans dat het huidige kabinet nog een begroting moet maken voor 2018. Prinsjesdag is over twee maanden.

PvdA-leider Lodewijk Asscher zette de discussie op scherp door te eisen dat het zittende kabinet – waar hij zelf in zit – voor 2018 voldoende geld uittrekt voor een eerlijke koopkrachtverdeling en hogere lerarensalarissen. Als dat niet gebeurt, dreigde hij, zal de PvdA geen handtekening onder de begroting voor volgend jaar zetten.

Sprak Asscher hier als fractievoorzitter van zijn partij – zijn nieuwe baan sinds 15 maart – of als vicepremier van het kabinet in zijn nadagen? Die vraag kon bij het Voorjaarsnotadebat alleen worden gesteld aan de minister die voor begrotingsbeleid verantwoordelijk is, Jeroen Dijsselbloem van Financiën, Asschers partijgenoot en sinds kort ook weer lid van de PvdA-fractie. Volgens Dijsselbloem is het in elk geval niet de bedoeling dat het demissionaire kabinet niets meer doet. „We moeten gewoon een begroting beheren en het land regeren.”

Zijn laatste Voorjaarsnota is dan ook opvallend ‘beleidsrijk’. Een aantal geplande bezuinigingen, zoals de mantelzorgboete en het afschaffen van de monumentenaftrek, zijn geschrapt, de gasproductie wordt teruggedraaid en er wordt al vast flink geld gereserveerd voor verbetering van de verpleeghuiszorg. Daarnaast zegt Dijsselbloem dat hij in augustus van plan is het „onevenwichtige koopkrachtbeeld” te „corrigeren”. Het zijn allemaal beslissingen die voor honderden miljoenen zullen doorwerken in de komende regeerperiode.

Het kan ook, zegt Dijsselbloem, want in tegenstelling tot wat het CDA beweert, neemt volgens hem de financiële ruimte „steeds verder toe”. Toch ziet ook D66 dat het begrotingsoverschot mooier wordt voorgesteld dan dit werkelijk is. Dijsselbloem heeft de reeds vastgelegde investeringen voor de ouderenzorg, oplopend tot 2,1 miljard euro in 2021, immers niet meegenomen in zijn meerjarenraming voor de komende vier jaar. „Het begrotingsoverschot is niet 1,3 procent maar slechts 1 procent”, rekende D66-Kamerlid Steven van Weyenberg voor.

Dijsselbloem: ik speculeer nooit over aftreden

Op de hamvraag van de dag – of ook Dijsselbloem met zijn portefeuille zwaait als de lerarensalarissen straks niet zullen worden verhoogd – antwoordde hij afhoudend. „Ik speculeer nooit over aftreden, tot het moment dat ik aftreed.” Maar hij zei ook geen begroting te kunnen presenteren waar PvdA-bewindslieden niet achter staan. Hij riep de onderhandelende partijen op haast te maken. „Het land wacht op u!” En: „Dat zal ook mij opluchten, want dan kunt u zelf de begroting maken.” Dat laatste klonk als een verzuchting.