‘De helft plus één is niet genoeg’

Toen ex-minister van Justitie Frits Korthals Altes de film over de ontvoering van Heineken zag, besloot hij zijn memoires te schrijven. „Iedereen vindt het doodnormaal dat een beetje frauderen mag als het de overheid betreft.”

Foto: Lars van den Brink

Het gaat over zijn jeugd, zijn werk in de advocatuur, zijn activiteiten in de VVD, zijn ministerschap, zijn vriendschappen. Maar memoires wil Frits Korthals Altes zijn vorige week verschenen, 668 pagina’s tellende en anderhalve kilo wegende boek – „monument”, zei Bram Peper bij de presentatie – nadrukkelijk niet noemen. Zeven politieke levens, heet het. Herinneringen in dossiers, luidt de ondertitel haast waarschuwend. Waarom geen memoires? Korthals Altes: „Omdat ik herinneringen niet vertrouw. Zeker wat de details betreft. En dan wordt de historische waarde van herinneringen twijfelachtig.”

Hier laat zich de jurist kennen die het moet hebben van de feiten. Het moet wel allemaal kloppen wat hij heeft meegemaakt. Frits Korthals Altes is inmiddels 86 jaar. De ouderdom is hem uiterlijk niet aan te zien. En met het geheugen blijkt tijdens het gesprek ook niets mis. Minister van Staat, erelid van de VVD en iemand met een lange carrière in of dicht bij het landsbestuur, als minister van Justitie, lid van de Tweede Kamer, voorzitter van de Eerste Kamer. Of hij zijn herinneringen niet eens wilde opschrijven, kreeg hij dikwijls te horen na weer een anekdote over een partijgenoot of een moment uit zijn ambtsperiode als minister. Korthals Altes wimpelde het altijd af. Het was toch niet meer dan petite histoire, wie zat daar nou op te wachten?

Maar de aansporingen bleven. Al zijn herinneringen konden toch niet zomaar verloren gaan? Korthals Altes ging uiteindelijk om toen hij hoorde van de film over de ontvoering van biermagnaat Freddy Heineken en zijn chauffeur, Ab Doderer. Toen deze ontvoering plaatsvond, in 1983, was Korthals Altes minister van Justitie. De film was volgens hem „zo bezijden de waarheid” dat hij besloot op te schrijven wat er werkelijk was gebeurd.

Van het een kwam het ander. Met behulp van het nauwgezet door zijn tweede vrouw Henny bijgehouden archief (‘dat het mogelijk maakte mijn herinneringen te toetsen aan objectieve en authentieke gegevens’, aldus het voorwoord) besloot Korthals Altes zijn hele leven op te schrijven. En dan vooral zijn politieke leven. Aan al zijn jaren als advocaat te Rotterdam besteedt hij relatief weinig aandacht. „Een advocaat heeft een beroepsgeheim. Dan ben je snel uitgepraat”, zegt hij.

Dus overheerst de politiek in het boek. De politiek die hij na de bevrijding, als jongen van vijftien jaar, ‘enorm interessant’ vond om te volgen. „Op verkiezingsavonden stond ik ook bij de borden van het Algemeen Handelsblad, waar de uitslagen met de hand werden bijgehouden. Na de bezettingsjaren was dat enorm spannend.” Toen Frits Korthals Altes, 25 jaar oud, in 1956 voor het eerst mocht stemmen, werd hij vrijwel direct lid van de VVD. Het vrijheidsideaal dat de partij uitdroeg, sprak hem aan. In de afdeling Leiden werd het jonge lid belast met het rondbrengen van verkiezingsaffiches.

Ook zat hij bij toerbeurt in een kamer in de Breestraat om kiezers met vragen te ontvangen. In zijn boek schrijft Korthals Altes daarover, met de nodige zelfspot: ‘Er kwam niemand opdagen maar ik beschikte op de verkiezingsdag wel over grondige kennis van het beginselprogramma en alle VVD-brochures.’

Was de politiek uw persoonlijke drijfveer?

„Ik had geen drijfveer om een actieve rol te spelen in de politiek. Ik had een drijfveer om het te willen volgen. Maar ja, hoe gaat dat dan? Door het enorme gebrek aan kader dat de VVD toen had, kreeg je min of meer vanzelf kansen.”

Zodoende werd hij in 1961 secretaris van de afdeling Rotterdam, om twee jaar later, samen met Henk Vonhoff, in het hoofdbestuur van de VVD te belanden. Andere tijden, zoals uit zijn boek blijkt. Toen partijvoorzitter Van der Pols nog tijdens een interne vergadering kon opmerken, nadat hij had gehoord van de kandidatuur van een partijgenoot voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer: „Maar dat kan toch niet, zij is een dame.” Het ging om Els Veder-Smit, die in 1967 in de Tweede Kamer werd gekozen en in de jaren zeventig staatssecretaris van Volksgezondheid zou worden.

Er is niets onliberaals aan om je te verzetten tegen het uit de hand lopen van de overheidsfinanciën

Ten tijde van het roemruchte kabinet-Den Uyl, waartegen de VVD onder leiding van Hans Wiegel luidruchtig oppositie voerde, klom Korthals Altes in 1975 op tot partijvoorzitter. „Met het kabinet-Den Uyl verdrievoudigde ons ledenaantal. Dat is de grote stoot geweest naar de VVD als volkspartij. De polarisatie van toen heeft ons geen windeieren gelegd.”

Maar is misschien wel ten koste gegaan van het klassiek liberale karakter dat de VVD had.

„Er waren er een heleboel in de partij, onder wie ik, die dat karakter goed in de gaten probeerden te houden. Maar er is niets onliberaals aan om je te verzetten tegen het uit de hand lopen van de overheidsfinanciën, zoals onder Den Uyl gebeurde.”

‘Kleine Frits’

In de VVD stond hij met zijn één meter 67 bekend als ‘Kleine Frits’. Ook buiten de VVD trouwens. In zijn boek vertelt Korthals Altes dat de bereden rijkspolitie een van de paarden ‘Kleine Frits’ had genoemd. „Op Prinsjesdag 1991 voerde generaal De Wijs op dat paard het commando over het ere-escorte van de bereden rijkspolitie”.

De aanduiding ‘Kleine Frits’ kwam helemaal goed van pas toen de andere Frits, Frits Bolkestein, binnen de partij opkwam. Beide Fritsen, die elkaar nog kenden van het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam, traden in 1982 toe tot het eerste kabinet-Lubbers. Bolkestein als staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, Korthals Altes als minister van Justitie. In het tweede kabinet-Lubbers prolongeerde Korthals Altes zijn functie. Hij leidde het departement met de instelling dat een minister gezag moet vestigen doordat men overwicht voelt. „Je kan het niet afdwingen”.

Justitie was, zegt hij, „het strenge gezicht van de overheid”. Het is anders geworden. „Het hele gezag wordt nu anders gewaardeerd dan vroeger”, stelt hij haast gelaten vast. „De afgelopen vijftien jaar bestaat er meer ontevredenheid over Justitie dan alle tweehonderd jaar daarvoor.” Het gedoe rondom de Teevendeal en de zoek geraakte bonnetjes is dat gezag ook niet ten goede gekomen. Korthals Altes: „Dat is ondermijnend.”

Het heeft ook te maken met de afnemende publieke moraal. „Je ziet het in de hele samenleving. Iedereen vindt het doodnormaal dat een beetje frauderen mag als het de overheid betreft. Neem de studiefinanciering waarbij mensen een beurs vroegen voor uitwonenden terwijl ze thuis woonden. Het gaat hier wel om mensen die straks leiding geven aan de samenleving. Veel ernstiger dan de centen die ermee gemoeid zijn, vind ik de mentaliteit.”

Speelt dat ook bij de VVD, die geteisterd lijkt door integriteitskwesties?

„Ik vind dat heel erg zorgelijk. We zijn op een gegeven moment bij de selectie toch te onzorgvuldig geweest. Ik heb me laten vertellen dat men juist bij de laatste selectie van Kamerleden ontzettend veel aandacht heeft besteed aan het thema integriteit. Hopelijk is dat toereikend geweest.”

Bijna alle VVD-leiders heeft Korthals Altes in zijn langdurige loopbaan persoonlijk meegemaakt. Zij komen allemaal voor in het boek. Met wie hij zich het meest verwant voelt? „Ieder had zijn eigen specifieke eigenschappen waardoor hij uitblonk”. Toch maar wat namen. Edzo Toxopeus: „Ongelooflijk pragmatisch. Komt wel goed, zei hij altijd.” Molly Geertsema: „Die liep langs de weg van de beginselen. Voor zover je dat als liberaal kan zijn, was hij daarin bijna dogmatisch.” Hans Wiegel: „Ook uitermate pragmatisch”. Frits Bolkestein: „Had net als Wiegel het lef om problemen aan de orde te stellen”. En ten slotte Mark Rutte: „Die zit als minister-president in een heel andere situatie. Hij is aanvoerder van een coalitiekabinet en kan zich als premier veel minder profileren.”

Is dat jammer?

„Nee, het is een andere rol”.

Heeft de VVD onvoldoende gebruik gemaakt van het premierschap?

„Als je fors beleid voert, dat als gevolg van de wensen van de coalitiepartner ook nog zeer nivellerend uitwerkt, maak je daar geen vrienden mee. Maar het is niet anders. Wat er is gebeurd, moest gebeuren. Ik ben een partijman, maar op het moment dat je regeringsverantwoordelijkheid neemt, worden zaken anders. Het gaat allemaal om het land. Dat schept verplichtingen. De partij is dan slechts een middel.”

Het brengt Korthals Altes bij de politieke actualiteit, die hij nog altijd nauwgezet bijhoudt. Hij wil niet zeggen dat in zijn tijd alles beter was. „Wij zitten nu eenmaal in deze tijd. Dat is een gegeven”. Maar toch. Als hij in de krant leest dat partijen bij de formatie terugdeinzen om aan een kabinet mee te doen omdat ze bang zijn daarvoor bij de komende gemeenteraadsverkiezingen te worden afgestraft, vraagt hij zichzelf wel af waar we mee bezig zijn. „Het gaat toch niet primair om de partij, maar om het land? Als je lef toont, waarom zou de kiezer je dan in de steek laten bij de raadsverkiezingen? Het is wel erg fatalistisch om zo te denken.”

Maar, zo moet hij toegeven, „voldoende draagvlak is hét grote probleem bij deze formatie”. De basis van een volgend kabinet bestaat uit VVD, CDA en D66. Maar dan? Deze drie partijen komen niet verder dan 71 zetels. Korthals Altes: „Je hebt een sterke vierde partij nodig. En dan zijn de vijf zetels van de ChristenUnie misschien toch een beetje weinig.”

De scheidslijn tussen in het bijzonder D66 en de ChristenUnie over het vrijwillig levenseinde bij voltooid leven roept bij hem herinneringen op aan de discussies over de abortus- en euthanasiewetgeving waarbij hij zelf betrokken was. „Dit soort zaken heeft ontzettend veel tijd nodig om een oplossing te kunnen vinden.”

U bedoelt: je kunt het niet forceren bij een formatie?

„Ik zeg altijd dat je uit de schoolstrijd wel een les moet trekken. Die is dat je niet blijvend zo’n tegenstelling moet laten bestaan. Als je bestuurt, moet je ervoor zorgen dat je geen grote minderheden passeert. Zo is dat gegaan met de euthanasie en de abortus. De helft plus één is niet voldoende. Je moet draagvlak hebben”.