Wiebes ontkent onderhandelingen tussen Israëlisch bedrijf en Belastingdienst

In een warrig debat zei Wiebes dat er geen fiscale handjeklap mogelijk was voor multinationals.

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën. Foto Bart Maat/ANP

Staatssecretaris Eric Wiebes (VVD, Financiën) benadrukte woensdagavond in de Tweede Kamer dat er „niet te onderhandelen” valt met de Nederlandse belastingdienst. Hij was naar de Kamer geroepen naar aanleiding van publicaties in NRC over de fiscale deal die het Israëlische chemiebedrijf ICL in 2014 sloot met de Nederlandse fiscus. Die deal was zo aantrekkelijk dat ICL besloot haar Europese hoofdkantoor in Amsterdam te vestigen - en niet in Zwitserland, dat ook in de race was als vestigingslocatie.

In een warrig debat erkende Wiebes dat er weliswaar sprake was van „grondslagversmallers” en andere „instrumenten” - afspraken over aftrekposten of specifieke innovaties waardoor de effectieve belastingdruk omlaag gaat - maar dat er geen fiscale handjeklap mogelijk was voor multinationals.

De NFIA, de dienst die buitenlandse bedrijven naar Nederland probeert te halen, weet niets van dit soort specifieke afspraken met de Belastingdienst (‘rulings’), zei Wiebes. „Ze zijn fantastisch bezig, maar van rulings weten ze helemaal niets. Daar zijn ze niet bij.” Dat de NFIA tegenover ICL hoog opgaf over de mogelijkheden tot „onderhandelen” met de fiscus, noemt hij „ongelukkig taalgebruik”.

Eén van de twee Nederlandse fiscalisten die nauw betrokken was bij de onderhandelingen, Karim Aachboun (oud-KPMG Meijburg), zegt in een reactie dat „het ministerie van Economische Zaken en premier Mark Rutte uitstekend lobbywerk hebben verricht”. Samen met zijn collega Ad Aerts bedacht Aachboun een plan om ICL over de streep te trekken, toen het bleef twijfelen tussen Nederland en Zwitserland. Cruciaal was een verbeterd fiscaal aanbod vlak voordat ICL de knoop doorhakte, blijkt uit onderzoek van NRC.

Aachboun zegt dat hij niet op detailvragen in mag gaan, maar dat hij trots is dat hij “een bijdrage heeft kunnen leveren die van belang is voor onze Nederlandse economie.”