Recht & Onrecht

Word net zo webwijs als de crimineel

De opsporingsmiddelen van staten dateren nog uit het pre-internet-tijdperk, schrijft in de Politiecolumn. Experimenteer daarom met een informele, minder statelijke aanpak van cybercrime.

Koningin Maxima op werkbezoek bij het Defensie Cyber Commando. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Er groeit, als een rups in een cocon, een nieuwe politie, schreef onderzoeksjournalist Bart de Koning onlangs in De Correspondent. Een moderne politie, een slimmere politie. De ontwikkelingen die hij signaleert: cyberteams bij regionale politieafdelingen (alle tien), opbouw van digitale expertise binnen basisteams en concentratie van hoogwaardige cyberkennis op landelijk niveau.

Naast ‘echte’ cybercrime gaat het ook om gedigitaliseerde criminaliteit, gewone criminaliteit waarbij ICT een rol speelt. Zo kwam de politie onlangs in het bezit van zeven terabyte aan data van de servers van het bedrijf Ennetcom in Canada, die betrekking hadden op versleuteld telefoonverkeer van Nederlandse verdachten. Om gegevens daaruit te kunnen ontcijferen is erkende digitale expertise nodig. Internet heeft de toekomst en de politie investeert erin.

Zoals vaker in deze wereld, gaat ook de verheugende ontwikkeling naar een slimmere politie niet zonder zorgen. En dan bedoel ik niet eens dat veel ouderen, laaggeletterden en migranten niet in staat zijn om digitaal aangifte te doen, vergeefs zoeken naar een intussen wegbezuinigd bureau of naar een politieman in de buurt. Dat zou een wat flauwe tegenwerping zijn hier. Nee, ik zie twee grote problemen in deze ontwikkeling; de een is praktisch, geld, de ander is fundamenteler: de ongeschiktheid van landen, van staten om digitale orde te scheppen.

Internet heeft geen boodschap aan wie, wat, waar

Het praktische probleem is het budget. De ICT-ontwikkelingen gaan zo snel, zijn zo kostbaar en deelgebieden worden zo specialistisch, dat de politie zowel in instrumentatie als in snelheid sterk en onvermijdelijk achterblijft. Hoogwaardige expertise is schaars en voor de politie niet te betalen. Veel experts worden daarnaast weggekocht of vertrekken soms uit chagrijn over de beperkingen en de traagheid van de overheid. Politiebudgetten staan altijd onder druk en naast cybercrimeteams maken ‘gewone’ rechercheafdelingen, ook al kampend met tekorten, aanspraak op budget.

Het fundamentele probleem is veel lastiger op te lossen. Het systeem van soevereine staten met elk een eigen rechtsmacht en een eigen door soevereiniteit en strafrecht beperkte politie, is ongeschikt voor de aanpak van criminaliteit in een digitale wereld die geen grenzen en geen staten kent en die zich bovendien onttrekt aan de categorieën waarmee wetboeken van strafrecht per land werken.

is het wel cybercrime of misschien spionage, cyberoorlogvoering of een nieuw soort vijandigheid tussen staten die nog geen naam heeft?

Er bestaat geen rechtsmacht en geen daaraan gekoppeld opsporingsorgaan noch een sanctieapparaat dat aangepast is aan de kenmerken van het internet. Wie zijn de mogelijke daders, waar zitten ze en hoe identificeer je ze? Waar wordt het misdrijf eigenlijk gepleegd? Is het als je dat al vast kan stellen, strafbaar in dat land of in die landen? Wie zijn de benadeelden en hoe identificeer je die? Het zijn de vragen van de soevereine staten met de doorgaans tot het eigen grondgebied beperkte rechtsmacht en sanctiemogelijkheden. Het internet heeft er geen boodschap aan, merkte Susan W. Brenner jaren geleden al op in haar boek Cyberthreats.

En dan nog iets: is het wel cybercrime of misschien spionage, cyberoorlogvoering of een nieuw soort vijandigheid tussen staten die nog geen naam heeft? Groene mannetjes in cyberland. Staten maken nu op goede gronden onderscheid tussen interne veiligheid, met criminaliteit als probleem en externe veiligheid, met gewapend conflict als probleem. Van de eerste wordt de aanpak beheerst door het strafrecht, van de tweede door het oorlogsrecht en internationale verdragen. Spionage was altijd al vaag.

Verwacht conflict en strijd in disciplinering internet

Politie en strijdkrachten betreden zo een wereld waarin ze met volstrekt ontoereikende instrumenten en bevoegdheden moeten opereren. Een universum waar zowel de identiteit als de bedoeling van de verstoorder vaak onhelder blijft. Maar ook in dat universum streven actoren naar orde, omdat dat in het belang is van het voortbestaan van het net, of omdat er een eigen belang is. Soms uit idealisme. Je zou hopen op formele samenwerking tussen staten wereldwijd, maar diep wantrouwen daartussen maakt dat illusoir. Brian Lord, oud-plv-directeur van de Britse inlichtingendienst HCGQ, hekelde onlangs tegenover de BBC het ‘geopolitieke voetbal’ van staten.

Staten en politiecyberteams moeten in deze ontluikende informele orde hun rol opnieuw definiëren

Free for all dus met machteloze cyberteams. Maar ook in de digitale wereld is een overweldigende behoefte aan orde en die orde zal ook ontstaan. Hij komt van spelers met minder beperkingen dan cyberteams van overheden. Het zal een informele orde zijn. Bedrijven zullen een leidende rol spelen. Die hebben een majeur belang, expertise, middelen en geen last van grenzen. Verwacht nieuwe vormen van samenwerking tussen overheden en bedrijven, in gevallen waarin bedrijven de instrumenten van overheden nodig hebben. Ook private groepen en NGO’s zullen een rol spelen in de informele ordening van het net. Anonymous, WikiLeaks, Football Leaks, Bellingcat, het digitale onderzoeksplatform van CNN, particuliere jagers op kinderporno, mensenhandel en handel in ivoor en meer zullen zich roeren.

Verwacht ook conflict en strijd tussen actoren zolang er geen dominante groepen of coalities zijn gevormd die voldoende ‘cybermacht’ hebben om het net of delen ervan succesvol te disciplineren. Het wordt dus niet alleen informeel, het wordt ook spannend. Nieuwe regels, nieuwe vormen van disciplinering, toezicht en opsporing in nu nog ongekende vormen ontstaan daarbij.

Staten en politiecyberteams moeten in deze ontluikende informele orde hun rol opnieuw definiëren. Daar is moed, innovatief vermogen en de bereidheid om te experimenteren voor nodig. Daar is ook de bereidheid om wereldwijd te denken en te handelen voor nodig.

Dat kan gelukkig ook informeel en daar zijn belangrijke voorbeelden van. Denk aan de Financial Action Taskforce, een succesvol wereldwijd informeel samenwerkingsverband op het gebied van financiële criminaliteit. Maar ook aan Interpol, ook een informeel signalerings- en documentatiearrangement. Nederlandse politiemensen stonden in 1923 aan de wieg van deze organisatie. Het zou mooi zijn als ze dat nu weer doen op internetgebied. Zo groeit een moderne slimme politie.