Waarom de ober nooit een dag ziek is

Ziekteverzuim

Horecapersoneel meldt zich het minst vaak ziek, ambtenaren het meest. Hoe komt dat? Een nieuw CBS-rapport onderzoekt de verschillen in ziekteverzuim.

Een terras in Maastricht. Het ziekteverzuim in de horeca is laag door de vaak lage leeftijd van het personeel. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Werknemers in de horeca bleven in 2016 het minst vaak ziek thuis, werknemers in het openbaar bestuur het meest. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag op basis van een publicatie waarin is gekeken naar de verschillen in ziekteverzuim tussen bedrijfstakken. Die verschillen, schrijft het statistiekbureau, hangen samen met de arbeidsomstandigheden in een sector, maar ook kenmerken van de werknemers en de bedrijfsgrootte spelen mee.

In 2016 bedroeg het ziekteverzuim in Nederland 3,9 procent. Dat wil zeggen dat per duizend (theoretische) werkdagen er 39 verzuimd werden. Uit een enquête die het CBS ieder kwartaal houdt onder bedrijven en instellingen, bleek eerder dit jaar dat het verzuim onder Nederlandse werknemers al tien jaar vrij stabiel is. Namelijk tussen de 3,8 en 4,2 procent. Gemiddeld is de Nederlandse werknemer één keer per jaar ziek, voor de duur van ruim zes dagen.

Niet doorbetaald

Ambtenaren melden zich dus het vaakst ziek: onder deze groep was het verzuim met 5,3 procent het hoogst. Verklaring: in het openbaar bestuur en bij overheidsdiensten – waartoe ook defensie, brandweer en politie behoren – doen werknemers naar verhouding meer gevaarlijk werk. In de gezondheidssector, de sector met het op één na hoogste verzuim (5,1 procent), is het werk fysiek zwaarder dan in andere beroepen.

Horecapersoneel blijft – net als voorgaande jaren – het minst vaak thuis wegens gezondheidsklachten. Het verzuimpercentage ligt op slechts 2,2. Dit komt volgens het CBS door de lage leeftijd van de medewerkers: met ruim de helft van het personeel in de leeftijd van 15 tot 25 jaar is de horeca de jongste sector, en jonge mensen melden zich aanzienlijk minder vaak ziek. Ook het vaker kunnen opnemen van verlof en flexibele dienstverbanden zorgen voor een lager verzuim dan bijvoorbeeld het onderwijs.

Het merendeel van de horecamedewerkers werkt op een nulurencontract

Vakbond FNV Horeca (24.000 leden) bevestigt dat. „Het merendeel van de horecamedewerkers werkt op een nulurencontract”, zo laat een woordvoerder weten. „Als je je ziek meldt, krijg je niet doorbetaald. Dat is volgens ons ook reden nummer één om dat niet te doen.” Volgens het CBS hebben werknemers met een vast dienstverband een bijna twee keer zo hoog verzuimpercentage als degenen met een flexibel contract.

Mannen verzuimen minder

Verschillen in ziekteverzuim zijn er volgens het statistiekbureau overigens niet alleen tussen bedrijfstakken, maar ook tussen grote en kleine bedrijven, mannen en vrouwen en leeftijdsgroepen. In kleine bedrijven (tot tien werknemers), door mannen en jonge werknemers wordt minder verzuimd. Ook werknemers die weinig zelfstandigheid in hun werk ervaren melden zich vaker ziek. Zo ligt het ziekteverzuimpercentage onder mensen die weleens thuiswerken iets lager dan onder diegenen die dat nooit doen (3,7 en 3,9 procent).

De reden die de meeste medewerkers opgeven wanneer ze zich ziekmelden, is griep of verkoudheid. Daarna volgen maag- en darmklachten, psychische klachten en rugklachten. Ziekteverzuim kan ook te maken hebben met hoge werkdruk: erg hard, snel of veel moeten werken. In 2016 liet bijna een kwart van de werknemers weten dat de klachten die leidden tot het laatste ziekteverzuim gedeeltelijk of hoofdzakelijk het gevolg waren van het werk zelf.