Turkse oppositiepartij stapt naar Europees hof

De CHP maakt bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bezwaar tegen het grondwettelijk referendum van afgelopen april.

CHP-leider Kemal Kilicdaroglu maandag tijdens zijn protestmars van Ankara naar Istanbul. Foto Ziya Koseoglu/EPA

De grootste partij uit de Turkse oppositie, de CHP, heeft dinsdag bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bezwaar gemaakt tegen het grondwettelijk referendum van afgelopen april. Dat meldt persbureau Reuters. Volgens CHP-partijleider Kemal Kilicdaroglu probeert de regering van president Erdogan van Turkije een éénpartijstaat te maken.

De Turken stemden in april met een nipte meerderheid in met grondwetswijzigingen die de macht van Erdogan, als hij bij de eerstvolgende verkiezingen wordt herkozen, flink uitbreiden.

Het bezwaar dat de CHP heeft aangetekend, gaat officieel over het feit dat de kiescommissie tijdens het referendum ongestempelde stembiljetten heeft geaccepteerd. Achter die aanklacht schuilt meer boosheid. De oppositie beklaagt zich er onder meer over dat de uitslag van het referendum in Turkije nergens kan worden aangevochten. Volgens Kilicdaroglu zijn daarnaast vrijwel alle staatsinstellingen in handen van Erdogans AK-partij. “Dat beschadigt ons democratische systeem ontzettend.”

Erdogan beschuldigt de oppositie intussen van “samenwerking met terroristen”. Daarmee doelt de president op twee aartsvijanden van Turkije: de Koerdische milities in Noord-Irak en de geestelijke Fethullah Gülen. Die leeft in ballingschap in de Verenigde Staten en wordt er door Erdogan van beschuldigd achter de mislukte staatsgreep van vorige zomer te zitten.

Naar aanleiding van die couppoging heeft de regering-Erdogan vele tienduizenden mensen laten oppakken omdat zij iets met de staatsgreep te maken zouden hebben. Nog veel meer Turken verloren hun baan doordat zij verdacht worden van Gülen-sympathieën.

Na de arrestatie van een CHP-kopstuk vorige maand, begon partijleider Kilicdaroglu een 425 kilometer lange protestmars van Ankara naar Istanbul. Hij is inmiddels twintig dagen onderweg.

Turkije is geen lid van de Europese Unie, maar onderschrijft wel het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daardoor is het land gebonden aan uitspraken van het EHRM, het orgaan dat het verdrag handhaaft.