Commentaar

Een president kan geen journalisten slaan – ook niet voor de grap

Na vijf maanden in functie weet Donald Trump nog steeds te verrassen met nieuwe, grensverleggende tweets. Dat de Amerikaanse president Twitter graag en veel gebruikt om direct met zijn achterban te communiceren, zonder tussenkomst van hinderlijke media, is zijn goed recht. Dat hij daarbij wel eens een nuance uit het oog verliest, is in het 140-tekens-medium ook nog wel begrijpelijk. Maar voor sommige uitingen bestaan geen relativeringen, laat staan excuses.

De afgelopen dagen vond Trump weer nieuwe grenzen om te overschrijden in zijn Twitter-ijver. Vorige week beledigde hij de vrouwelijke presentator van een ontbijtshow met de opmerking dat hij haar zag „bloeden van haar facelift”. Het woord fatsoen is aan de 45ste president van de Verenigde Staten nu eenmaal niet besteed. In die ene opmerking kwamen twee kenmerken van de president samen: zijn dedain voor vrouwen (grab ’em by the pussy) en zijn afkeer van hem onwelgevallige media.

De Trumpiaanse media-oorlog kreeg afgelopen weekend een vervolg met een filmmontage waarin Trump worstelt met een man wiens hoofd vervangen is door het logo van CNN. De montage is afkomstig van een fan, en werd door Trump geretweet. Het was de op een na populairste re-tweet van Trump ooit.

Ook het oorspronkelijke filmpje, dat de basis vormt voor de montage, zei al veel over Trump. Een aantal jaar geleden stapte hij de ultieme schijnwereld binnen, de wereld van het show-worstelen waar volwassen mannen elkaar te lijf gaan met onwaarschijnlijke agressie en acrobatiek. Duizenden mensen laten zich daarin meeslepen – en iedereen weet dat het fake is. Fake sports. Op een van die worstelgala’s, Battle of Billionaires, viel Trump naast de ring de organisator van de show aan, Vince McMahon. De mannen rolden over de grond en Trump deelde een paar fikse stompen uit. Geintje! Mannen onder elkaar. Moet kunnen. Tot slot schoor Trump McMahons haar af, eerste met een tondeuse, daarna met schuim en een mesje.

Dat filmpje leidt nu dus een nieuw leven, als symbool voor de oorlog tussen president en pers. Trump zoekt dat conflict al lang. Tijdens de verkiezingscampagne hitste hij zijn gehoor op tegen journalisten, vertegenwoordigers van het establishment waar Trump zich tegen afzette. Eenmaal in het Witte Huis werd de relatie er niet beter op. Trump voelt zich voortdurend aangevallen en belachelijk gemaakt – en dat heeft hij goed gezien.

De Amerikaanse president paait met agressie tegen journalisten zijn achterban. Hoe meer aandacht er voor zijn ontsporingen is, hoe beter. Het negeren van de tweets is evenwel geen optie. Trump praat op Twitter niet alleen met zijn achterban, hij bedrijft er ook wereldpolitiek. Zo reageerde hij op Twitter op de lancering van een raket door Noord-Korea met een oproep aan China om nu eindelijk eens de druk op het land op te voeren.

Antagonisme tussen president en pers is goed. Dat de president van zich afbijt is te billijken. Maar Donald Trump heeft er klaarblijkelijk geen boodschap aan dat een president een voorbeeldfunctie heeft en dat het in elkaar slaan van journalisten – ook al is het in scene gezet – niet kan.

Dit kan niet afgedaan worden als geintje en daarom mogen de tweets niet genegeerd worden. Het feit dat de media ook profiteren van de strijd met het Witte Huis, doet daar niet aan af. Het aanwakkeren van fysiek geweld tegen journalisten hoort thuis in een ontluikende dictatuur, niet in de VS.