Restauratie Ferdinand Bol: de regentes bloost weer

Voor de eerste dubbeltentoonstelling van Ferdinand Bol en Govert Flinck worden twaalf schilderijen gerestaureerd. Een regentenstuk van Bol herbergt kleine verrassing.

Foto Maurice Boyer

In het restauratie-atelier van het Rijksmuseum knipt restaurator Willem de Ridder een daglichtlamp aan en richt die op een werk dat binnenkort de aandacht moet trekken: Drie regentessen van het Leprozenhuis te Amsterdam, een schilderij uit 1667-1768 van Ferdinand Bol.

‘De regentessen van het Leprozenhuis’. Foto Maurice Boyer

Het is een van de twaalf schilderijen die worden gerestaureerd voor de eerste dubbeltentoonstelling van generatiegenoten Ferdinand Bol en Govert Flinck. Het Rembrandthuis zal laten zien hoe zij zich tijdens hun leerperiode onder Rembrandt ontwikkelden. Het Amsterdam Museum toont hoe de schilders zich als zelfstandige meesters manifesteerden. Na zes jaar voorbereiding worden de laatste van de in totaal 85 verschillende schilderijen gerestaureerd voor de opening op 13 oktober.

De Ridder begon twee weken geleden aan het regentessen-schilderij en maakte een hoekje van het groepsportret schoon. Met het propanol verwijderde hij de vergeelde vernislaag. Het hoofd van de vrouwelijke bestuurder aan de rechterkant van het groepsportret is als een voor-en-na-foto. De ene helft van haar gezicht is ziekelijk geel, de andere helft blozend roze. Het schilderij hing in het nieuwe Rijksmuseum, en was daar een van de meest vergeelde werken, zegt De Ridder. Dankzij de nieuwe tentoonstelling startte een zoektocht naar financiële middelen voor restauratie, die zijn gevonden in de vorm van particuliere sponsoren. Hoeveel het kost, willen de betrokkenen niet kwijt.

Restaurator Willem de Ridder bij ‘De regentessen’. Foto Maurice Boyer

De vervanging van de vernislaag is slechts een onderdeel van de restauratiewerkzaamheden. De komende maanden zal De Ridder met stipjes verf de scheurtjes in de verflaag proberen te verdoezelen; krassen werkt hij weg en verkleurde latere toevoegingen worden vervangen. Precisiewerk is mogelijk dankzij geavanceerde microscopen, infraroodopnames en UV-straling.

Met een van de nieuwste apparaten van het atelier deed De Ridder een bijzondere ontdekking. Met een Macro XRF-scanner maakte hij een soort röntgenfoto. Deze scanner kan verflagen van elkaar onderscheiden, door de metalen in de verf in kaart te brengen. Tot zijn verbazing bleek onder het hoofd van de middelste dame, de veertiger Elisabeth van Duijn, een ander, jonger hoofd te zitten. Een twintiger die oorbellen draagt, grotere krullen heeft en recht vooruit kijkt in plaats van opzij.

Norbert Middelkoop, conservator van het Amsterdam Museum, ontdekte in het Stadsarchief wie zij kan zijn. Ene Maria Pieters verdween uit het bestuur van het Leprozenhuis toen het schilderij net was voltooid. Ze was amper een jaar regentes en is waarschijnlijk onverwachts gestorven, zegt Middelkoop. Elisabeth van Duijn nam haar plaats, die ook vereeuwigd wilde worden. Bol was toen, op 52-jarige leeftijd, mogelijk al gestopt met schilderen, nadat hij een rijke dame aan de haak had geslagen.

Kunstkenners vermoedden al een tijdje dat het gezicht van Elisabeth door iemand anders is geschilderd, omdat haar gelaat minder poppen-achtig is. Middelkoop denkt aan Adriaen Backer, omdat die toen furore maakte met regentenstukken in Amsterdam en wat grover schilderde dan Ferdinand Bol. De Ridder zegt dat de ontdekking zijn restauratiewerkzaamheden niet verandert. Maria Pieters blijft verborgen onder het gezicht van Elisabeth van Duijn.