Commentaar

Beperk de kroongetuige tot de zwaarste zaken

Na de strenge straffen vorige week in het Passage-proces, de opluchting bij het OM, het gevoel van genoegdoening bij de slachtoffers, de publieke verwelkoming van het arrest en het onthutste zwijgen van de verdediging, moet een nuchtere vraag worden gesteld: is de rechtsstaat hier ongeschonden uit te voorschijn gekomen? Of is in dit liquidatieproces ‘recht’ gekocht en wel door het OM, gedekt door de rechtspraak? Dit aangezien de veroordelingen door het gerechtshof tot levenslang van de vier hoofdverdachten gebaseerd zijn op afspraken met twee kroongetuigen, die in ruil daarvoor aanmerkelijke strafkorting ontvingen. Deze deals zijn overigens wettelijk voorzien en door het Hof goedgekeurd – maar toch, het blijft wringen. En niet alleen omdat één van de kroongetuigen pas in hoger beroep besloot over te lopen naar Justitie, nadat de rechtbank hem eerder veroordeelde tot 30 jaar. De man is nu beloond met een strafkorting tot 14 jaar. Goeie deal dus, maar was het ook Recht?

Het Openbaar Ministerie ruikt nu een kans en vindt meteen dat de kroongetuigeregeling moet worden verruimd. Nu is deze beperkt tot zeer ernstige misdrijven, waar het Openbaar Ministerie stuit op gesloten organisaties waarin het niet anders kan doordringen dan met behulp van spijtoptanten. De nieuwe voorzitter van het College van procureurs-generaal, Gerrit van der Burg, vindt dat ook lichtere misdrijven, waarop minder dan de nu geëiste 8 jaar cel staat, in aanmerking moeten komen. En strafkortingen, nu beperkt tot 50 procent, zouden tot 90 procent op moeten lopen. Dat verruimt nog weer verder de macht van het Openbaar Ministerie over de strafmaat ten opzichte van de rechtspraak.

Zo’n pleidooi voor uitbreiding van de kroongetuige is ontijdig en ongewenst. Als een regeling ‘slaagt’ in omstandigheden waar die voor is bedoeld, waarom dan meteen pleiten voor verruiming? Moet iedere nieuwe macht echt altijd leiden tot een uitbreiding ervan? Is het OM acuut vergeten op welk glad ijs strafvervolging plaatsvindt, zodra getuigen worden beloond voor hun verklaringen? De risico’s deden zich ruimschoots voor in het Passage-proces: cynisme, eigenbelang, opportunisme, manipulatie, intrigeren, leugenachtigheid. In eerste instantie werd het OM zelfs verleid om afgelegde belastende verklaringen alsnog geheim te houden, wat de rechtbank wel en het hof helaas niet afstrafte.

De rechter moet maar uitzoeken of de aldus verschafte informatie betrouwbaar en overtuigend is. Daar moet het zichzelf soms ook moed voor inspreken. Het Hof erkende bijvoorbeeld in het arrest over de man die het 16 jaar korting gaf, dat deze vermoedelijk naar Justitie overliep omdat het criminele zwijggeld stokte. „Het hof heeft onder ogen gezien dat met enig gevoel van cynisme kan worden opgemerkt dat zijn motieven voor het zetten van die stap wellicht meer zijn gelegen in het opportunistisch najagen van zijn eigenbelang en niet of minder in een doorleefde keer ten goede”. Maar „wat daarvan ook zij” (vooruit met de geit dus) laten we de man toch maar geloven.

Tsja. En gij geleuft dat, zeggen ze, naar verluidt, in Brabant. Het deugt niet, maar laten we het maar doen.

Houd die kroongetuige écht alleen voor hoge uitzonderingen, de zwaarste zaken en grote opsporingsnood. En laten we dan hopen op rechters met een goed, wellicht zelfs een beter ontwikkeld gevoel voor cynisme.

Ongelimiteerde toegang voor gekochte getuigen kan het strafproces corrumperen, het gezag van de uitspraak aantasten en daarmee de rechtsstaat.