Column

Overnieuw

Vrienden zijn meestal geweldig, en als ze een relatie hebben zijn ze ook geweldig minus een half jaar: de eerste drie maanden van de verkering zijn ze irritant gelukkig en de laatste drie maanden van de verbintenis moet je ze dagelijks opvegen. Net zoals bij de eerste versies van gedichten knapt de boel er een stuk van op als je het einde gewoon schrapt maar we zijn vasthoudend, en zo zat er vrijdag een vriendin op mijn bank zo hard te huilen om haar vasthoudendheid dat ik op een zeker moment maar mijn gordijnen als zakdoek aanbood. Tegen het einde van de avond kwamen er geen woorden meer uit, alleen vocht en kleine stuiptrekkingen, en stopte ik haar maar in bed.

Terwijl ik de bank voor mezelf opmaakte, dacht ik aan afgelopen zomer, toen ik me in een vergelijkbare situatie bevond: ook ik zat in een lange solide relatie inclusief samenwonen en gastenlijst voor het huwelijk. En opeens was de liefde op. We stonden erbij en keken ernaar en wisten niet wat we moesten doen. Ik weet nog dat ik met hartkloppingen Roland Garros volgde, piekerend, wat als ik het uitmaak, hoe moet het dan met hem, geloof ik dan nog in liefde, waar moet ik dan wonen, ik ben 34, ik heb geen smartphone dus ik kan niet gaan tinderen, waarom is Andy Murray geen vrijgezel meer, mijn leven is voorbij. Op de eerste warme lentedagen van 2016, weken voordat ik het uitmaakte, was ik zoveel mogelijk de deur uit, om aan een huis dat door de crisis geen thuis meer was, te ontkomen.

En opeens was de liefde op. We stonden erbij en keken ernaar en wisten niet wat we moesten doen.

Toen ik mijn vriendin instopte, zei ik dat alles wel goed zou komen, ook al zou de relatie voorbijgaan. Wat ik daarbij niet zei, was wat ze natuurlijk zelf ook wel wist: hoeveel pijn en moeite het kost voor het goed komt. Hoeveel verhuizingen, opheffen van gezamenlijke rekeningen, stress, rampzalige onenightstands en ga zo maar door.

Ik weet nog dat ik vorig jaar geschokt was hoezeer ik liefdesverdriet had onderschat. Hoe erg je in de rouw bent, ook al ben je opgelucht dat het voorbij is. Je moet alles opnieuw leren: slapen, lachen, thuiskomen. En hoewel alles dik in orde is gekomen, af en toe, op sippe momenten, hoor ik in de verte nog steeds het gesnik van mijn vroegere zelf. Om haar te overstemmen troost ik lotgenoten, en doe ik alsof je over verdriet kan heenkomen, en niet dat verwerken bestaat uit het simpelweg overschrijven van herinneringen, tot ook die verdrietige versie van jezelf is opgelost, alsof er nooit iets is gebeurd, en dan het hele circus weer opnieuw kan beginnen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.