Recht & Onrecht

Ophouden met wat averechts werkt is nog behoorlijk lastig

Soms adviseert de wetenschap de praktijk om ergens mee te stoppen, onlangs nog, in de verpleegkundige zorg. Misschien zou een ‘beter laten’ lijst in het onderwijs ook nuttig zijn, schrijft Petra Jonkers in de Gedragscolumn

De voorbije twee weken boden media een stroom uiteenlopende berichten over de gezondheidszorg en het onderwijs. Een terugkerende factor was de rol van wetenschap in de professionele praktijk. Het interessantste nieuws vond ik de publicatie van de ‘beter-laten-lijst’ van onder meer de Radboud Universiteit met 66 handelingen die verpleegkundigen onnodig uitvoeren en die soms zelfs averechts werken. Je leest het ook niet zo vaak: wetenschappelijk advies om ergens maar eens mee te stoppen. Trouwens, veel verpleegkundigen wisten al van de overbodigheid van die handelingen, maar gingen er mee door uit gewoonte, of op verzoek van de familie van de patiënt. De verwachting is dat verpleegkundigen met de lijst steviger zullen staan. Als er meer evidence based onderzoek wordt gedaan naar verpleegkundig handelen, zal de lijst waarschijnlijk nog groeien.

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) pleitte er onlangs juist voor de illusie en de dominantie los te laten van de Evidence Based Practice. Daarvoor in de plaats zouden zorgverleners meer op basis van klinische ervaring, met elkaar en met patiënten in concrete contexten hun gemeenschappelijke richtlijnen moeten bepalen. Nu klinkt overleg tussen zorgverleners en belanghebbenden bij het ontwikkelen van behandelrichtlijnen heel positief, maar kunnen er ook nadelen aan zijn verbonden?

Nadelen van betrokkenheid

Ik moest denken aan het onderwijs: nog los van de grote werkdruk die overleg met assertieve ouders oplegt, blijkt hun sterke betrokkenheid niet iedereen ten goede te komen. Omdat groepen ouders vooral hun eigen kinderen extra’s bieden, en omdat de sociale status van ouders doorwerkt in de verwachtingen die leerkrachten van verschillende leerlingen hebben, bevordert het onderwijs in Nederland juist ongelijkheid. Ouderbetrokkenheid kan zo averechts werken.

Orthopedagoog Eddie Denessen vroeg daarom in zijn oratie vorige week opnieuw aandacht voor die negatieve consequenties van hardnekkige onbedoelde vooroordelen. De Inspectie voor het onderwijs meldde het vorig jaar ook al: kinderen van ouders met een lagere sociaaleconomische status krijgen vaker een lager schooladvies, ook al presteren ze even goed. En al ruim voor het schooladvies aan het einde van de basisschool krijgen leerlingen verschillende opdrachten: bij zwakkere leerlingen zetten leerkrachten in op oefenen en onthouden. “Potentiële vwo’ers mogen vaker zelfstandig werken, nadenken en reflecteren,” aldus Denessen. “Als Fatima een fout maakt denken we al gauw dat ze het niet kan, als Sophie een fout maakt heeft ze niet goed opgelet”, schrijft ook sociaal- en organisatiepsycholoog Jojanneke van der Toorn in het vorige week gepubliceerde Wereld van verschil, een pleidooi van wetenschappers om structurele ongelijkheid te bestrijden.

Stay where they are

Het deed me sterk denken aan het artikel Helping them stay where they are; Status Effects on Dependency /Autonomy-Oriented Helping (2014). Met experimenten zochten Israëlische onderzoekers uit hoe mensen reageren op hulpvragen van mensen met een verschillende sociaaleconomische status. Wat bleek? Iemand met een lage status die om hulp vraagt, wordt snel gezien als passief en chronisch afhankelijk, en het probleem wordt aan de hulpzoeker zelf geweten. Gebrekkige motivatie, bijvoorbeeld. Hij krijgt eerder een kant-en-klare oplossing aangeboden die zijn afhankelijkheid bestendigt. Dan iemand met een hogere status: zijn hulpvraag wordt opgevat als een teken van kracht en onafhankelijkheid: het probleem zou eerder liggen aan de omstandigheden en hij krijgt een oplossing aangeboden die zijn autonomie bevordert. Er is een lichtpuntje: wie heel nadrukkelijk vroeg om autonomie-georiënteerde hulp, kreeg die ook aangeboden, onafhankelijk van sociale status.

Beter laten in het onderwijs

Hoewel al langer bekend is hoe nog in de eenentwintigste eeuw het sociale milieu van kinderen hun onderwijskansen beïnvloedt, deels via de perceptie van leerkrachten, blijkt het lastig dat structureel te veranderen. De achtergrond van ouders blijft een rol spelen. Zoals verpleegkundigen niet zomaar loslaten wat niet of averechts bleek te werken. De hoop is dat de beter-laten-lijst voor verpleegkundigen ze daarin ondersteunt. Is het niet tijd voor zo’n wetenschappelijk onderbouwde lijst voor het basisonderwijs?

Petra Jonkers is politicoloog en rechtssocioloog. Eerder publiceerde zij over gedrag en kwaliteit van regelgeving. De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.