NRC checkt: ‘Onze veeteelt stoot zo veel stikstof uit dat ze het in Zweden meten’

Dat zei Arnold van den Burg van Stichting Biosfeer in De Gelderlander

Foto ANP

De aanleiding

Arnold van den Burg, actief bij de Stichting Biosfeer, deed zijn uitspraak op 19 juni in De Gelderlander. Hij luidde de noodklok over de grote hoeveelheid stikstof die de Nederlandse veeteelt via mest produceert, wat ten koste zou gaan van de vogelpopulatie. Door verzuring van de bomen verliezen die mineralen en voedingsstoffen, waar vogels onder lijden.

Het zou specifiek gaan om zoveel stikstof dat ze het zelfs ver in het buitenland nog kunnen meten. We checken daarom de uitspraak: ‘De Nederlandse veeteelt stoot zo veel stikstof uit dat ze het in Zweden nog kunnen meten.’

Waar is het op gebaseerd?

Navraag bij Van den Burg leert dat hij zijn uitspraak baseert op Zweedse literatuur en modellen van het Planbureau voor de Leefomgeving die laten zien dat stikstof zich soms wel duizend kilometer kan verplaatsen. Wel geeft hij toe dat er geen direct ‘kaartje’ aan stikstof hangt. „Je kunt de herkomst uit afzonderlijke landen niet zien aan de stikstof die neerslaat.”

En, klopt het?

Vooropgesteld: Nederland stoot inderdaad een behoorlijk grote hoeveelheid stikstof uit vergeleken met andere landen. Volgens het Europees Milieuagentschap staat Nederland op plek twee in vergelijking met andere Europese landen qua concentratie stikstofdioxide in de lucht – alleen Duitsland scoort slechter.

Stikstofdioxide komt vooral uit het verkeer en de industrie. Kijk je naar de uitstoot per hectare van ammoniak – stikstof dat vooral uit landbouwmest komt – dan staat Nederland zelfs op de eerste plek in Europa. Van den Burg heeft het over deze stikstofverbinding. Nederland heeft die slechte score erkend en werkt als een van de weinige landen al sinds de jaren tachtig aan vermindering. Zo moeten boeren in Noord-Brabant luchtwassers gaan installeren.

Dat ze die uitstoot in Zweden meten, „kan men niet ontkennen”, zegt Wim de Vries, buitengewoon hoogleraar stikstofeffectmodellering aan Wageningen Universiteit. Stikstof slaat vooral neer in eigen land, maar verplaatst zich ook over lange afstand.

Jan Willem Erisman, hoogleraar integrale stikstofstudies aan de VU, zegt hetzelfde. „Alle landen wisselen stikstof uit. Alleen is in dit geval het transport van Zweden naar Nederland sowieso minder. Zweden stoot minder uit, en de windrichting is minder gunstig.” Maar dat het andersom ook voorkomt staat vast.

Cijfers van het Zweedse milieuagentschap die Van den Burg opstuurt bevestigen dat beeld. Men kan dan niet van een stikstofdeeltje meten waar het vandaan komt, met modellen van bijvoorbeeld wind en uitstoot kan men wel een beeld krijgen van de verdeling. En dan blijkt dat Zweden vooral heel veel Duits stikstof ontvangt, naast hoeveelheden uit Nederland en andere landen.

Er is nog een laatste belangrijke kanttekening te plaatsen. De ammoniak uit dierlijke mest waar Van den Burg over spreekt gedraagt zich anders dan stikstofdioxide. Hoogleraar De Vries: „Ammoniak slaat dichter bij de bron neer.” Stikstof van veeteelt bereikt dus minder snel Zweden dan bijvoorbeeld stikstof uit uitlaatgassen. „Maar de internationale aanpak tegen stikstof richt zich net zo goed op ammoniak”, zegt De Vries. Ook die stof ‘reist’ namelijk wel degelijk.

Conclusie

Zweden ontvangt stikstof uit meerdere landen, vooral uit Duitsland. En Nederland ontvangt ook weer stikstof uit Zweden. Het gaat dan voor het grootste deel om stikstofdioxide uit het verkeer en de industrie, en niet om ammoniak uit de veeteelt. Toch is het onmiskenbaar dat er ook hoeveelheden ammoniak uit Nederland in Zweden worden gemeten. We beoordelen de stelling daarom als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wil zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met hashtage #nrccheckt