Opinie

Is kunst wetenschap? Dat is de verkeerde vraag!

Artistiek onderzoek betekent niet dat kunsten en wetenschap zouden moeten „versmelten”, schrijft na een NRC-artikel over Leidse ‘kunstpromoties’.

Als kunstenaar promoveren tot doctor kan in Leiden. Het levert soms interessante proefschriften op, maar ook kritiek: „Totaal in zichzelf gekeerd.” (NRC, 22 juni 2017)

Het is toe te juichen dat NRC aandacht besteedt aan onderzoek door kunstenaars en aan de vraag hoe dit onderzoek zich verhoudt tot wetenschappelijk onderzoek.

Dit onderwerp houdt de gemoederen in het hoger onderwijs en in de internationale kunstwereld al meer dan twintig jaar bezig. Nederland loopt hierin trouwens wat achter. In een aantal andere Europese landen, Canada en Australië is ‘artistiek onderzoek’ al in het wetenschapssysteem opgenomen.

Eerste stappen worden nu ook hier gezet: NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, heeft het programma ‘Promoveren in de kunsten’ gefinancierd en heeft ook artistiek onderzoek, waarin „artistiek werk het resultaat is van een onderzoeksproces”, erkend als „relevante methode”.

Het is dan ook jammer dat in het artikel van Maarten Huygen over kunstpromoties (‘Promoveren op de eigen kunst’, Cultureel Supplement, 22/6) en in het Commentaar op de dag erna de zaak vertekend en misprijzend wordt voorgesteld. Beide stukken vragen om correctie. Gesuggereerd wordt dat wij aan de Universiteit Leiden vinden dat kunsten en wetenschappen zouden moeten „versmelten”. Deze aanname is in het geheel niet in overeenstemming met onze visie.

Lees hier het artikel van Maarten Huygen: Promoveren op eigen kunst.

Terecht zegt Henk Smeijsters in een ingezonden brief (24 juni) dat er niet één wetenschapsopvatting bestaat waaraan al het academisch onderzoek zou moeten voldoen. Falsificatie, bijvoorbeeld, is een criterium dat eerder van toepassing is op empirisch natuurwetenschappelijk of sociaalwetenschappelijk onderzoek dan op onderzoek in de geesteswetenschappen. Te vaak wordt een ‘scientistisch’ wetenschapsbeeld gehanteerd als maat voor al het onderzoek.

De vraag is dan ook niet zozeer of kunst wetenschap is. (Is wijsbegeerte wetenschap?) De vraag is of onderzoek in de kunsten, dus onderzoek waarbij het maken van kunst als methode wordt ingezet en waarbij de uitkomst deels kunst is, gerekend kan worden tot academisch onderzoek.

Voor alle duidelijkheid: niet al het werk van kunstenaars is academisch onderzoek of wil dit zijn. En er zijn goede redenen om de autonome kunst en de kunstwereld te beschermen tegen ongewenste ‘academisering’. Net zo goed als universitair onderzoek beschermd moet worden tegen een al te vrijzinnige oprekking van zijn kaders. Maar de werelden van kunsten en van wetenschappen raken elkaar in onderzoek waar de kunst onderwerp, instrument én uitkomst van het onderzoek kan zijn, en daarmee op een eigen wijze bijdraagt aan kennis en begrip omtrent de wereld en onszelf.

De beoordeling of (promotie)onderzoek de toets der kritiek kan doorstaan ligt niet, zoals ook de wetenschapsgeschiedenis ons leert, in een onwrikbaar fundament dat als het ware door God gegeven is, maar wordt verricht door het ‘forum van de wetenschap’, zoals de Nederlandse methodoloog Adriaan de Groot het heeft omschreven. Die beoordeling is geformaliseerd in de (promotie)reglementen van de universiteiten en vindt zijn weerslag in de oordelen van internationale evaluatiecommissies. Die van de Leidse universiteit zijn openbaar en hadden door Huygen geraadpleegd kunnen worden.

In mijn boek The Conflict of the Faculties. Perspectives on Artistic Research and Academia (Leiden University Press 2012) worden de grondslagen en de criteria voor de beoordeling van artistiek onderzoek uitvoerig besproken.

De toelatingsprocedure tot het promotietraject voor kunstenaars in Leiden is uitgebreid en hoogwaardig. We weten dat een masterdiploma op zichzelf geen garantie biedt voor een succesvol onderzoekstraject in welk domein dan ook. De intrinsieke motivatie van de promovendi is hoog.

Het arbeidsmarktperspectief speelt uiteraard bij de keuze voor een studie vaak een rol. Het speelt echter nadrukkelijk geen rol bij de beoordeling aan het begin, tijdens het traject en bij het afronden van de promotie.

In het artikel van Maarten Huygen staat dat ik in mijn oratie beweer dat het bij kunstenaars om ‘niet-academisch’ onderzoek zou gaan. Het tegendeel is waar: ik betoog juist dat artistiek onderzoek bij uitstek academisch onderzoek kan zijn. Dat is Huygen blijkbaar ontgaan. De oratie is te lezen via de website van de Universiteit Leiden.