Recensie

Spider-Man schiet mis met zijn spinnenwebben: slapstick van hoge kwaliteit

Het is de derde filmserie rond Spider-Man Peter Parker in vijftien jaar. Presteert de superheld nog, of gaat hij ten onder aan franchisemoeheid?

De nieuwste reïncarnatie van Spider-Man: Tom Holland.

Spider-Man, echt? De derde serie rond Peter Parker binnen vijftien jaar? Zelfs de trouwste fans leken wel even klaar met deze grondig uitgewoonde superheld. En dat in een zomer waarin het publiek meer wil dan zielloze vervolgfilms: Hollywoods paradepaardjes Transformers, Alien, Pirates of the Caribbean, The Mummy en Despicable Me presteren beneden verwachting.

Spider-Man: Homecoming onttrekt zich aan de ‘franchise fatigue’: een levendige blockbusterfilm die een onverwachts frisse kijk biedt op de puberende superheld. Spider-Man, alias Peter Parker, is een vijftienjarige scholier in Queens met een hoofdschuddende mentor: Tony Stark (Robert Downey Jr.), alias Iron Man. Een talent met een grote toekomst binnen het superhelden-eliteteam The Avengers, denkt Stark. Maar eerst moet hij nog wat oefenen met boefjes op buurtniveau en de middelbare school afmaken.

Spider-Man: Homecoming is een highschoolfilm van het Harry Potter-type, met Iron Man als wijze, maar afwezige Perkamentus die de blunderende tovenaarsleerling door de adolescentie helpt. Hij geeft de piepjonge Spider-Man een tenue vol hightech-gadgets, waarmee die net zo komisch stuntelt als met zijn superkrachten. Zo trapt geen crimineel in de stemvervormer die Parkers iele jongensgeratel omvormt tot een gezaghebbende mannenbariton.

Peter Parker is een fanboy die net iets te desperaat indruk probeert te maken op mentor, klasgenootjes en de mooie Liz. Hij wil dat ze hem zien staan, meestal met catastrofale gevolgen: Parker moet doorgaans in dolle paniek de problemen oplossen die hij zelf veroorzaakte. Waarna het publiek hem toejuicht en Iron Man hem strafwerk geeft.

Deze Spider-Man schiet mis met zijn spinnenwebben, zwaait dwars door schuttingen en heggen, struikelt, valt, verdrinkt, stoot zijn hoofd: slapstick van hoge kwaliteit. Dat is de verdienste van de 20-jarige acteur Tom Holland, een onderdeurtje met groot talent voor fysieke en verbale komedie. Maar ook van studio Marvel, die door rivaal Sony Pictures begin 2015 werd benaderd om diens zieltogende ‘franchise’ Spider-Man uit het slop te trekken. Sony had na een fenomenaal succesvol trio films met Tobey Maguire als broeiende loner in 2002 veel krediet verspeeld met een luie ‘reboot’ die datzelfde verhaal in 2012 herhaalde met de Britse acteur Andrew Garfield.

De titel Spider-Man: Homecoming markeert een joint-venture tussen Marvel en Sony: Marvel-helden treden op bij Spider-Man, Spider-Man duikt op in Marvel-films. Bevredigend voor Marvel, dat zo weer over het boegbeeld beschikt waarvan het de filmrechten in de jaren tachtig verkwanselde. Want na zijn stripdebuut in 1962 groeide Spider-Man uit tot de enige superheld van Marvel die zich kon meten met de giganten van rivaal DC Comics, Superman en Batman.

Als superpuber was Spider-Man uniek: ‘boy heroes’ waren indertijd komische sidekicks van vaderfiguren: Batman en Robin, Captain America en Bucky. Zo niet Peter Parker, een eenzame adolescent vol zelfmedelijden die na een beet van een radioactieve spin worstelt met zijn fysieke transformatie, de meisjes en oedipale issues: hij is medeschuldig aan de dood van zijn opvoeder, oom Ben.

Onervaren regisseur

In de strips werd Spider-Man voor de ogen van zijn fans volwassen. Opgroeien zit in zijn dna, maar stelt filmmakers voor een probleem. Want hoe laat je Spider-Man voor de derde keer binnen vijftien jaar opgroeien, zo kort na Maguire en Garfield? Marvel heeft die puzzel opgelost in beproefde stijl: door een onervaren regisseur in te huren – Jon Watts – en die te assimileren in de Marvelmachine: een ‘brain trust’ dat superheldenfilms in elkaar timmert die op elkaar aansluiten en elkaar kruisbestuiven. Recentelijk leek die formule sleets te raken: Marvels ‘filmen in commissie’ verzandde in amorfe, drukke films met te veel verhalende ballast waarin superhelden elkaar, wereldsteden en kleurloze superschurken ginnegappend te lijf gaan.

Ook wat dat betreft is Spider-Man: Homecoming een verademing: de dichtheid aan helden, verhalen en knokpartijen valt mee, de inzet eveneens. Peter Parker hoeft niet direct de wereld te redden, maar krijgt alle ruimte voor strapatsen met docenten, vriendjes, meisjes en vaderfiguren. De humor, veerkracht en overmoed van de adolescentie staat centraal: Peter Parker die eigenwijs op jacht gaat naar veel te groot wild omdat hij voor vol wil worden aangezien.

Superschurk van dienst is de actuele, geloofwaardige Adrian Toomes, alias The Vulture: allerminst het type van hol bulderende wereldverwoester. Toomes (Michael Keaton) is een hardwerkende ondernemer vol trumpiaanse rancune. Hij verdiende ooit de kost met rotzooi opruimen als er weer een wereldstad in puin lag na een gevecht tussen Avengers en aliens. Tot grootindustrieel Tony Stark en de ‘hidden state’ (overheidsorgaan Damage Control) die handel monopoliseerden en de failliete Toomes zijn gezin besloot te onderhouden met zwarte handel in buitenaardse technologie en wapens. Hij doet dat discreet genoeg om niet de aandacht te trekken van de machtige Avengers. Tot een scholier over zijn handeltje struikelt.

Volgt een grappig, soms hilarisch avontuur dat halverwege – op weg naar ‘prom night’ – een onverwachte wending neemt. En zo overwint jeugdige geldingsdrang ‘franchise fatigue’. Deze superpuber kan weer jaren mee.