Opinie

En nu is het afgelopen met het bashen van Almere

Opinie Amsterdammers, Youp van ’t Hek voorop, maken er een sport van Almere te bespotten. Steek je energie liever in een bezoek dan in het debiteren van al die vooroordelen, betoogt Almeerder .

Overzicht van een woonwijk in Almere. Foto: Lex van Lieshout / ANP XTRA

„Almere”, schreef Youp zaterdag in NRC. „Op de tekeningen ziet het er gezellig groen begroeid uit, maar voor het werkelijk bewoonbaar is en de bomen bomen zijn hebben we het over 2030.” De columnist sluit zich hiermee aan bij het legioen critici dat de eigen vooroordelen over de stad aan het IJmeer hartstochtelijk koestert én uitbazuint. Ik woon er al bijna tien jaar en ik weet dat die hele vooringenomenheid totale flauwekul is.

Volgens Van ‘t Hek is het hier zo kaal als in het Amsterdamse IJburg of in iedere andere bouwplaats. Onzin. Vanuit mijn huis kan ik tien kilometer door het bos wandelen. In mijn achtertuin staan dertig meter hoge bomen! Ik zie reeën en vossen, hoor – achter gindse olmen – een koekkoek zacht roepen. Want het is hier op heel veel plaatsen doodstil. Er kan zo af en toen een vliegtuig op grote hoogte overkomen, maar niet vaak en niet laag zoals in Muiden of Amsterdam. Ook het geraas van snelwegen ligt buiten gehoorsafstand. En festivals worden ver weg, aan het strand, gehouden.

We wonen niet – zoals mijn schoonzus uit Maastricht meende – in een kale polder waar het altijd waait, maar beschut in het groen. Ik kan zelfs kiezen of ik langs het water, door het bos of door de velden ga fietsen. En dat terwijl ik voor het geld waarmee ik mij in Amsterdam tevreden moet stellen met een verbouwde zolder, in Almere niets minder dan een villa op een riante kavel kan kopen. Zonder pissende toeristen voor de deur, dag en nacht herrie en een centrum waar ik zelfs op de fiets nauwelijks doorheen kom. Mijn auto hoef ik niet op een ver weg gelegen parkeerterrein te stallen met alle ongemakken van dien maar gewoon op eigen terrein en voor de eigen voordeur.

Alles is dichtbij

Maar je zit overal zó ver vandaan, riepen mijn kennissen in koor toen ik hier kwam wonen! Wat nou ver, mijn man en ik laven ons aan het hoofdstedelijke culturele aanbod. Dertig minuten rijden en wij parkeren de auto onder het Museumplein! Na een avondje genieten in het Concertgebouw kijken we thuis nog even naar het late nieuws of iets dergelijks. Exposities die ons aanstaan, kunnen rekenen op ons bezoek. En er is nog zoveel meer!

We kunnen ook een ándere kant op. Naar ‘t Gooi om boodschappen te doen of op een gezellig terras te zitten, waar we wél vriendelijk en snel bediend worden. Of naar het water, waar onze boot – op fietsafstand – ligt afgemeerd in een ruime jachthaven van waaruit we zonder sluizen en bruggen te moeten passeren het ruime binnenwater op kunnen. Of met de kleinkinderen naar een nabij gelegen pannenkoekhuis, waar ze heerlijk en veilig kunnen spelen in de zon en zonder uitlaatgassen.

Wat onze connecties in het noorden of het zuiden van Nederland zich niet realiseren is dat niet wij maar zij ver weg wonen. Het kost mij een luttele anderhalf uur om bij mijn zoon en zijn gezin in Groningen koffie te gaan drinken. Mijn vriendin in Zeeland bereik ik – buiten de spits – in niet meer dan twee uur! In Hoorn, één van onze favoriete Zuiderzeestadjes, kunnen we binnen een uur genieten van een broodje paling. En toch is ook het buitenland dichtbij. Vorige week nog liepen we door Kleve in Duitsland, ook dat is maar anderhalf uur rijden van ons verwijderd.

De vooroordelen over Almere zijn wat vooroordelen meestal zijn, op schaarse indrukken gebaseerde – meestal negatieve – beelden. De werkelijkheid is zoals altijd heel anders. Inmiddels wonen hier ruim 200.000 mensen. Ze komen niet alleen vanuit de hele wereld, maar vooral ook uit het nabij gelegen Amsterdam. Hoe zou dat nou toch komen, mijnheer Van ‘t Hek?