Recensie

Bijna niet te geloven zo mooi, deze beeldjes in een notendop

Miniatuur beeldjes

Onwaarschijnlijk fijn gedetailleerde beeldsnijkunst gemaakt rond 1500, nu te zien in het Rijksmuseum, had een religieus doel en was vooral ook mooi.

Foto Carola van Wijk

Gepriegeld op de millimeter zijn ze, de laatgotische en renaissance ‘microsculpturen’ waaraan het Rijksmuseum een expositie wijdt. Het beeldsnijwerk op ongelooflijk klein formaat fascineert door de virtuositeit waarmee het is gemaakt, maar maakt ook nieuwsgierig naar de oorspronkelijke functie.

Small wonders zoomt letterlijk in, van gewoon klein naar onwaarschijnlijk klein in de Europese beeldsnijkunst van de decennia omstreeks 1500. Houten beeldjes van onder meer Madonna’s en heiligen lijken vooral miniatuurversies van monumentale sculptuur. Aan de Duitse beeldhouwer Conrad Meit, bijvoorbeeld, worden twee portretten op handformaat van Margaretha van Oostenrijk en haar man Philibert van Savoie toegeschreven, die dezelfde kunstenaar ook in levensgrote versies heeft gemaakt.

Adam Dircksz. en atelier, Gebedsnoot met reliëfs van de Geboorte van Christus en de Aanbidding der Koningen. Foto Carola van Wijk

Uit het Rijnland stammen twee, nog geen twintig centimeter hoge voorstellingen van de twee dieven die tegelijk met Christus werden gekruisigd. Hun verwrongen lichamen, expressieve koppen en gekreukte kleding doen denken aan het werk van een anonieme meester die veel grotere reliëfs heeft gemaakt voor een beroemd altaarstuk in Kalkar.

Van heel andere aard is houtsnijwerk waarin klein formaat en detail het eerste doel lijken. Zogenaamde ‘gebedsnoten’ zijn er schitterende voorbeelden van. Ze hebben de afmetingen van een forse walnoot, en zijn van buiten voorzien van fijne motieven en soms teksten. Opengeklapt tonen twee schalen minuscule reliëfs, die elk worden toegedekt door deurtjes die zelf ook weer met snijwerk zijn versierd. Aldus ontrolt zich vaak de geschiedenis van het leven en het lijden van Christus, in episoden van bijvoorbeeld diens geboorte en kruisiging. Eén van de getoonde noten is voorzien van de Latijnse naam Adam Theodorici. Op grond van stijl en formaat wordt een hele reeks vergelijkbare voorwerpen nu toegeschreven aan het atelier van deze verder onbekende Noord-Nederlandse beeldsnijder die in het Nederlands Adam Dircksz zal hebben geheten.

Adam Dircksz. en atelier: Miniatuuraltaar Maria geflankeerd door Sint-Barbara (links) en Sint-Catharina (rechts). Foto Rik Klein Gotink

De resultaten die de kunstenaars op dit piepkleine formaat hebben bereikt, gaan het bevattingsvermogen bijna te boven. Zo bevolken massa’s figuurtjes, met elk hun eigen gezichtsuitdrukking, kleding en attributen, reliëfs van slechts enkele centimeters hoog. Een ring waaraan vee kan worden vastgebonden in een miniem geboortestalletje, is zo precies uitgewerkt dat hij zelf kan bewegen. Gebedsnoten, en bijvoorbeeld miniatuur altaarretabels en sarcofagen, zijn gesneden uit buxushout. In de handen van een vakman met een scherp oog en een vaste hand maakt dit materiaal, met zijn compacte structuur, uiterste detaillering mogelijk.

Precies dat moet een kwaliteit zijn die hoog gewaardeerd werd door liefhebbers, die dit soort verbluffende staaltjes van virtuositeit graag opnamen in hun collecties. Maar de religieuze thematiek impliceert ook dat de voorwerpen een toepassing hadden. De kleine voorstellingen konden worden gebruikt bij het overwegen van de verhalen over Maria of Christus. Daarin kan het zorgvuldig openen en als het ware uitpakken van een gebedsnoot een rol spelen. Zoals de gelovige moeite moet doen zich een weg te banen door de vele figuurtjes en details om het uitgebeelde verhaal te begrijpen, zo moet hij zich moeite geven de verhalen uit Bijbel en legenden werkelijk te doorgronden.

Rozenkrans gemaakt door Adam Dircksz en atelier voor Hendrik VIII en zijn vrouw Catharina van Aragon. Foto Craig Boyko

Of het nu ging om de sprituele of de artistieke waarde, zeker is dat deze kostbare kleinodiën door particulieren werden gekoesterd en in alle rust op de hand werden bekeken. Van sommige ervan is zelfs nog een leren foedraal of fluwelen opbergzakje bewaard gebleven. Maar in een tentoonstelling met zo’n tachtig voorwerpen, lijken ze bijna hun doel voorbij te schieten. De werkjes, waarvan je de voorstelling met het blote oog soms ternauwernood kunt onderscheiden, lenen zich slecht voor de aandachtsboog van een gehaaste museumbezoeker. Maar voor wie de tijd neemt en de moeite om de beeldhouwwerkjes van dichtbij te bestuderen, en te bekijken met de klaarliggende dikke vergrootglazen, opent zich een merkwaardige en verbijsterende wereld in een notendop.