Als Bertens lacht, is het uit cynisme

Wimbledon

Ook in Londen loopt Kiki Bertens een mentale tik op. Wegens een gebrek aan zelfvertrouwen bezoekt ze nu een psycholoog.

Kiki Bertens in haar partij tegen de Roemeense Sorana Cirstea. Foto Nic Bothma/EPA

Je ziet de interne strijd in haar ogen. Somberheid en neerslachtigheid in haar blik. Het is het zuchten na een gemiste eerste service. De moedeloosheid na een afzwaaier. Het turen naar de grond als ze op het bankje zit, na het verliezen van de eerste set. Als ze lacht is het uit cynisme over eigen spel. Tennis als pijniging van de ziel.

Kiki Bertens is zoekende, in veel opzichten. Ze werkt aan haar mentale gesteldheid, sinds vier weken wordt ze begeleid door een sportpsychologe. De kernvraag: hoe maak je van iemand die van nature weinig zelfvertrouwen heeft een zelfverzekerde speelster die overtuigd is van haar eigen kracht en wapens?

De nederlaag in de eerste ronde van Wimbledon, dinsdag tegen de Roemeense Sorana Cirstea (7-6 en 7-5), is een tik in dat proces. Het is een nieuwe confrontatie met haar psychische leemtes: de twijfel, het niet ‘los’ zijn, het niet uitstralen dat ze baas is over de partij. „Op het tennisgedeelte verliest ze deze wedstrijd niet, dat deed ze op het mentale”, zegt coach Raemon Sluiter.

Accepteren van fouten

Bertens (25) zocht begeleiding na een pijnlijke nederlaag in de tweede ronde van Roland Garros een maand terug, toen ze in „paniek” raakte. Er moest iets gebeuren, de wankelmoedige geest moest gestut worden. Ze heeft inmiddels drie keer gesproken met de sportpsychologe.

Een van de zaken waar ze aan werken: het leren accepteren dat fouten maken niet verkeerd is. „Je kan fouten maken die goed zijn, maar in mijn ogen is een fout altijd slecht”, zegt ze. „Dat is voor mij mentaal erg lastig.”

Verloren punten komen soms binnen als mokerslagen. Sluiter: „Bij Kiki is het een beetje: ieder punt dat ze zelf maakt telt voor één, ieder punt dat de tegenstander maakt voor drie.”

Ze probeert voor houvast te zorgen, ze noteert voor wedstrijden doelen en leest die tijdens de wissels terug in een schriftje. De doelen, die ze vooraf besprak met Sluiter en de psychologe, waren nu: aanvallend spelen, accepteren van fouten en van de mooie ballen van de tegenstander, gáán voor haar service, omgaan met de rumoerige omstandigheden.

„Mentaal was het redelijk”, zegt ze zelf, op de vraag of ze de doelen heeft gehaald. Dan, met trillende stem: „Op den duur moet het wel beter.”

Haar verhaal is bekend: vorig jaar haalde ze vanuit het niets de halve finale van Roland Garros en ging ze de top-25 in. Haar carrière kreeg een vlucht die ze zelf nooit had voorzien – zelf gelooft ze niet dat ze goed genoeg is voor de top. De verwachtingen rond haar nieuwe status verlamden haar soms.

Een jaar later is die worsteling nog steeds gaande. Ze heeft de potentie, met een ijzersterke service en krachtig baselinespel. Maar ze lijkt het soms zelf niet te willen zien, hoe gevaarlijk ze kan zijn. Domineren op gras kan met deze service. „Natuurlijk. Dat kan ik honderd keer tegen mezelf zeggen, maar je moet het ook geloven. Dat zit nog niet in mij.”

Leren geloven in zichzelf – dat is de kunst. Zie de eerste set tegen Cirstea, 5-2 en een dubbele break voor. Alles onder controle, de zon schijnt boven Londen, ze is als 23ste geplaatst – niks aan de hand, toch? Maar de voorsprong geeft haar geen rust. Sluiter: „Dat is het hele eieren eten met haar.” Ze verliest vier games op rij en de set.

Lees ook het gesprek dat we vorig jaar met Bertens hadden: Ze leed, maar vroeg niet om hulp.

Duidelijker aangeven wat ze wil

Ze is te deemoedig, als je Bertens en Sluiter tussen de regels door hoort. Ze leunt te veel op de mening van anderen, kwam uit de gesprekken met de psychologe naar voren. Ze moet duidelijker aangeven wat ze zelf wil. Bertens: „Als je niet zelf je doelen maakt, maar iemand anders, dan sta je daar niet achter. Je zal er zelf mee bezig moeten zijn.”

Sluiter, die Bertens sinds twee jaar coacht, wordt ook betrokken in de gesprekken met de psycholoog: het eerste gesprek was gezamenlijk, daarna volgden individuele sessies. Wat hij niet goed doet: „Ik lul veel te veel”. Daarmee wordt „de essentie” van de problemen van Bertens niet aangepakt. „Heel vaak zeg ik dingen tegen Kiki en dan wordt mijn mening haar mening. Dan ratelt ze hier het verhaal op wat ik heb gezegd. Dingen zullen echt uit haarzelf moeten komen.”

Het is hem niet gelukt om haar de afgelopen weken uit het dal te krijgen, erkent Sluiter. Een crisis kan je het nog niet noemen: Bertens verloor weliswaar drie keer op rij in de eerste ronde op gras, maar haalde in mei nog de halve finale in Rome en won het toernooi in Neurenberg.

De vraag is: hoe ontwikkelt ze zich de komende tijd. Sluiter: „Als ik tot de conclusie zou komen dat we drie, vier maanden verder zijn, en ik haar nog steeds niet kan raken, dan help ik haar mee zoeken naar iemand anders die dat misschien wel kan.”

De geest zal moeten rijpen, een vernieuwde Bertens zal moeten opstaan.