Met paard en wagen op vakantie naar Frankrijk

Reis Hein Andrea (70) en zijn dochter Luna (25) reizen met paard en wagen naar het Franse plaatsje Noves. „Of we het halen is maar de vraag.”

Hein Andrea (70) reist met zijn dochter Luna (25) naar Frankrijk. Foto's Ivan Put

Een paard. Een wagen. En de hond op de bok. Zo vertrokken Hein Andrea (70) en zijn dochter Luna (25) drie weken geleden uit Vorstenbosch. Hun streven: in vier maanden 2.500 kilometer afleggen. Het einddoel: het plaatsje Noves in de Provence, Frankrijk. En daarna weer terug.

„We leggen nu nog maar zo’n 15 kilometer per dag af”, vertelt Luna, terwijl ze een handvol biks in de emmer gooit voor Trojan. Het sneeuwwitte paard, een 10-jarige ruin die de familie op Marktplaats kocht, staat een eindje verderop in de wei. Net gewassen neemt hij, achtervolgd door een zwerm vliegen, af en toe briesend de benen. „We doen het rustig aan”, zegt Luna. „Trojan is nog wat mager en moet zijn spieren ontwikkelen. Hij heeft veel krachtvoer nodig. Op warme dagen vertrekken we vroeg zodat het niet te veel voor hem wordt.”

„Toch zijn we al voor dierenbeul uitgemaakt door een vrouw langs de weg”, zegt Hein. Onterecht, meent Luna. „We zijn heel voorzichtig met Trojan. We hebben hem net nog laten checken door een dierenarts en volgens haar is het verantwoord wat we doen.”

Op het moment van de ontmoeting staan vader en dochter op een natuurkampeerterrein dichtbij de grens met België. Broer Jef (26), die de eerste dagen op de fiets meerijdt, zit in het gras en leest een roman van Jan Wolkers, hond Rakker ligt opgerold tussen zijn benen. „Ik was graag de hele tocht meegegaan”, zegt Jef. „Maar in de zomer werk ik met mijn freakshow op kleine festivals. Ik heb een manier gevonden om mijzelf in brand te steken zonder dat ik mijzelf verwond. En ik heb een rat die ik door een hoepel laat springen.” Hij grinnikt. „Maar eigenlijk is hij een beetje te dik geworden.”

Foto Ivan Put

Het plan voor de reis ontstond al een tijd geleden, vertelt Hein Andrea, die door de ziekte van Parkinson licht haperend zijn zinnen formuleert. „Ik heb veel gereisd in mijn leven, met de bakfiets naar Polen en Italië. Op mijn negentiende fietste ik al vanuit Nederland naar Spanje om druiven te plukken. Ik zag daar iemand met een ezel en wagen rijden, ik dacht toen: dat wil ik ook.”

In Spanje kocht hij zijn eerste paard, vond een houten kar met twee wielen en trok eropuit met zijn toenmalige vriendin, de moeder van zijn eerste twee kinderen. „Onderweg zijn we een afgrond ingedonderd. Ik viel op mijn kop. Het paard had gelukkig niks. Maar de schrik zat me wel in de benen.”

Hij verkocht het paard en liet zijn droom varen. Tot hij met zijn tweede vrouw en twee jonge kinderen – Luna was twee, haar broer bijna vier – in 1994 opnieuw de geest kreeg. Met zijn vieren en met paard Boelba en twee honden trokken ze zes maanden door Frankrijk. „Ik herinner me niets meer van die reis”, vertelt Luna. „Maar ik wilde het graag een keertje overdoen. Ik ben net afgestudeerd aan de Hogeschool voor Journalistiek en heb nu alle tijd. Aangezien mijn vader Parkinson heeft, en zijn knieën versleten zijn, is dit waarschijnlijk de laatste reis die we samen kunnen maken.”

Foto’s van de reis in 1994.
Foto’s: familiealbum

Terwijl Trojan met zijn neus de emmer met biks over de grond schuift, komt de beheerder aanwandelen. „Jullie hebben nog een kwartier”, zegt hij streng. „Ik krijg zo nieuwe mensen.” Hein begint in te pakken, in de wagen liggen zakken met kleding en toiletspullen, een tweetal slaapzakken, een gaspitje, paardenshampoo, lavendelolie, een extra halster, biks en een hoevenkrabber. „Het liefst reist mijn vader zo basic mogelijk. Bij hem is het echt afzien, ik houd van iets meer comfort,” zegt Luna.

Ze laat zien hoe op de menkar een stalen boog is gemonteerd met daarover een zeil. Daarbovenop ligt het zonnepaneel. „Zo hebben we ’s avonds licht in de wagen en kan ik mijn smartphone opladen. Nu we binnen Europa onbeperkt kunnen internetten, kan ik ook in Frankrijk de route uitstippelen.” „Dat is toch best wel handig”, bromt Hein toegeeflijk. Maar helemaal leuk vindt hij het niet. „Luna neemt wel de leiding met die smartphone van haar. Ik heb het idee dat ik een beetje een bijrol speel. Dat ben ik niet gewend, normaal heb ik altijd de touwtjes in handen.”

Wildkamperen, zoals het gezin 23 jaar geleden deed, zit er nog even niet in. „We hebben Trojan pas vier maanden”, zegt Luna. „Dat is relatief kort om een dier goed te leren kennen. Hij moet eraan wennen om niet in zijn eigen stal te slapen. Daarom regel ik het liefst iedere dag een slaapplek bij een paardenboer.”

In de wei, achter de wagen, maakt Trojan ondertussen een nieuwe spurt. Geïrriteerd schudt hij de vliegen van zijn billen. „We hebben hem ingesmeerd met lavendelolie, een natuurlijk antivliegenmiddel, maar het lijkt niet echt te werken”, constateert Luna. Ze vertelt dat Trojan recentelijk is gecastreerd. „Hij was een dekhengst. Maar sinds de ingreep kan hij nog onrustig zijn.” „Hij hinnikt nog steeds naar merries”, zegt Jef.

Halen ze Noves wel?

Van tevoren hebben ze wel gecheckt of Trojan ‘verkeersmak’ is, een belangrijke vereiste wanneer je met een paard de weg op wil. En Luna heeft een vijfdaagse mencursus gedaan. „De kunst is om Trojan telkens onder controle te houden. Onderweg kan ik geen moment de leidsels laten vieren. Als ik dat wel doe, denkt hij meteen dat hij zijn gang mag gaan. Dan rent ’ie zo de weg af.”

Ze willen de route naar Zuid-Frankrijk zoveel mogelijk langs zandpaden en boswegen afleggen. „Maar soms moeten we wel even op de grote weg”, zegt Luna. „Toen we bij Vorstenbosch vertrokken, veroorzaakten we meteen een file, 15 auto’s achter ons. Maar ja, dan moeten de mensen maar even geduld hebben.”

Of ze de reis naar Noves ook gaan halen, weten ze nog niet. „Ik zie het als een soort einddoel, we hebben daar vrienden wonen”, zegt Luna. „Maar het kan natuurlijk dat we eerder terug moeten. Trojan kan iets krijgen en met mijn vader moet het ook goed blijven gaan.” Ze vindt het best confronterend om dag in dag uit samen te zijn. „Thuis is toch anders, ik merk nu dat mijn vader echt wat mankeert. Hij heeft een kastje boven zijn hart dat de Parkinson in bedwang houdt. Dat is nu zo afgesteld dat zijn bewegingen goed zijn maar zijn spraak wat minder. Daardoor kan ik hem slecht verstaan, ik moet steeds twee keer vragen wat hij nou precies bedoelt.” Het in bedwang houden van Trojan is ook haar taak. „Hein is lichamelijk minder sterk, dat heeft zo’n paard meteen door. Trojan weet dat hij met mijn vader een loopje kan nemen.”

Hein geeft toe dat het niet eenvoudig is om steeds op elkaars lip te zitten. „Gisteren hadden we al een eerste akkefietje.” „Dat ging over onze pauzeplek,” zegt Luna. „Ik had er genoeg van en pakte de leidsels uit haar handen”, zegt Hein. „Daar werd ik boos om”, zegt Luna aan. „Ik weet gewoon beter hoe je een paard moet mennen dan mijn vader. Maar goed, Hein is nogal koppig, net als ik trouwens.”

Jef lacht. „Echt, ik fiets ernaast en kijk ernaar. Het is net een theaterstuk.”

Van hun reis doet Luna via haar wekelijkse vlog verslag. De filmpjes plaatst ze op haar website opdebok.tv. „Iedereen die ik van tevoren vertelde over de reis, raadde me aan het vast te leggen. Als we inderdaad deze lange reis afmaken, wil ik daarna delen ervan monteren en er een film van maken. Maar zo ver is het nog niet, ik wil mezelf niet teleurstellen als we het niet halen.”

De eerste vlog van Luna en Hein Andrea.

Trojan begint te briesen en trappelt onrustig met zijn hoeven. „Hij wil echt gaan”, zegt Jef. Luna gaat naast haar vader op de bok zitten en pakt de leidsels. Rakker nestelt zich tussen hen in. Langzaam komt de wagen in beweging, Jef stapt op zijn fiets en rijdt er slingerend naast. Terwijl de beheerder en een paar campinggasten foto’s maken, verdwijnt het gezelschap langzaam de bossen in.

Foto Ivan Put