Recensie

Wisselwerking zang en dans bij Koorbiënnale

Niet alleen in de Sint Bavo in Haarlem, ook in de pittoreske hofjes van Haarlem werd enthousiast gezongen bij de opening van de Koorbiënnale dit weekend.

Dans en zang bij Koorbiënnale: het openingsconcert in de Sint Bavo in Haarlem. Foto Melle Meivogel

De negende editie van de Haarlemse Koorbiënnale ging dit weekend van start met een bijzonder openingsconcert en sfeervolle hofjesconcerten. Tot en met volgend weekend zijn er optredens van internationale topkoren op verschillende locaties, met enkele uitstapjes naar Amsterdam.

Het interdisciplinaire openingsconcert in de Sint Bavo op vrijdagavond was een inventieve dialoog tussen zang en dans. Aanvankelijk stonden de Latvian Radio Chamber Singers – het kamerkoor van het beroemde Letse Radiokoor – opgesteld uit het zicht van het publiek, achter de kerkbanken. Solfeggio van Arvo Pärt, een simpele stijgende toonladder in verschillende registers, leek zo het ademen van het kerkschip zelf te zijn.

Bij het volgende stuk, Four2 van John Cage, verschenen drie dansers in glitterwit op de met lichtbakken omlijnde vloer te midden van de vaste kerkbanken. Deze groep van choreograaf Maurice Causey begeleidde Cages lange noten met veelal trage geïmproviseerde dans, in een treffende bewegingstaal van golven en spiralen, van uitlokken, navolgen en afstoten.

De wisselwerking tussen zang en dans was smaakvol en complementair. De in de ruime nagalm van de kerk hangende stemmen kregen zo een prettig lichamelijk tegenwicht. Bovendien vormden de dansers natuurlijke bruggen tussen de stukken, zodat het programma een ononderbroken geheel vormde. Het programma bestond volledig uit hedendaagse muziek, met nog twee stukken van Pärt, de etherische klankschildering Tag des Jahrs van Kaija Saariaho en als klapstuk Sunset: St Louis van de Let Ēriks Ešenvalds (1977).

Suizende geluidsband

Ešenvalds toonzette een Amerikaans gedicht uit begin twintigste eeuw tegen een achtergrond van suizende geluidsband. Door zinnen en woorden door het koor te versnipperen creëerde hij een bevreemdend effect, dat nog versterkt werd door mysterieus zwevende clusterakkoorden en akoestische effecten – geblazen kammetjes, zingen in bekers, uitgecomponeerde quasi-elektronische vervorming. De Letse zangers, geleid door chef Sigvards Klava, muntten uit in precisie, subtiliteit en zeggingskracht.

Verrassend goed was ook het voorprogramma door het Nationaal Gemengd Jeugdkoor, een recent opgericht koor waarin getalenteerde zangers vanaf 16 jaar intensief gecoacht worden. Voor deze gelegenheid werden ze eveneens geleid door topdirigent Klava van het Letse Radiokoor. De jonge zangers brachten uit het hoofd een Ests-Zweeds programma waarin de nadruk op psalmen en volksmuziek lag. De samenklank, vooral bij de cirkelopstelling op de centrale vloer, was prachtig, en het jonge koor zong opvallend dynamisch en responsief.

Nederland is een korenland, bleek zaterdag weer eens tijdens de Hofjesconcerten. Deze Koorbiënnaletraditie is steevast populair, en het weer werkte mee. In pittoreske hofjes door de Haarlemse binnenstad boden tientallen geselecteerde amateurkoren in korte optredens een staalkaart van genres en stijlen. Het niveau was wisselend, maar over het algemeen behoorlijk, met aanstekelijk enthousiasme als gemene deler. Zo kon je luisteren naar een shantykoor, barok, meerstemmige volksliedjes en een latin-groepje met een heuse beatboxer.

Ter afsluiting van de Hofjesconcerten ging het niveau weer aanzienlijk omhoog voor het optreden van mannenkoor The Gents op de Oude Groenmarkt. The Gents – gedirigeerd door een vrouw, de Letse Krista Audere – zongen voornamelijk Amerikaanse traditionals, maar ook religieuze muziek, bijvoorbeeld van John Tavener. Helaas ging veel nuance van hun geraffineerde close harmony verloren in het rumoer van de omliggende terrassen, maar het zingplezier was er niet minder om.