WHO-baas heeft zelf honger en armoe ervaren

Tedros Adhanom Ghebreyesus

De Ethiopische ex-minister, de eerste WHO-baas uit een Afrikaans land, vindt het onacceptabel dat mensen sterven omdat ze arm zijn.

Tedros Ghebreyesus. Foto Reuters

Toen Tedros Adhanom Ghebreyesus zeven was, stierf zijn jongere broertje, waarschijnlijk aan mazelen. Medische verzorging was er niet, Tedros heeft zijn leven lang beseft dat het noodlot ook hem had kunnen treffen. Daarom, zegt hij, is universele toegang tot goede gezondheidszorg een absolute prioriteit, een mensenrecht. Het is onaanvaardbaar dat mensen moeten sterven omdat ze arm zijn, is zijn credo.

In mei werd de Ethiopiër Tedros, oud-minister van Volksgezondheid en van Buitenlandse Zaken in zijn land, na drie stemronden gekozen tot hoofd van de Wereldgezondheidsorganistie (WHO). Zaterdag trad hij in functie. Tedros (52) is de eerste Afrikaan die de WHO leidt (als opvolger van de Hongkongse Margaret Chan, die tien jaar de baas was).

Tedros staat voor enorme opgaven – los van zijn ambitie de helft van de wereldbevolking die anno 2017 nog steeds niet kan rekenen op adequate gezondheidszorg, die toegang wél te geven. „Alle wegen moeten leiden tot gezondheidszorg voor iedereen”, betoogde hij in zijn campagne. Oftewel: de WHO wil nationale regeringen en internationale organisaties het belang laten inzien van gezondheidszorgbeleid en zo mogelijk een coördinerende rol spelen.

Ook in eigen huis wacht hem een waslijst aan opdrachten. Hij moet het vertrouwen in de WHO herstellen, recentelijk nog na berichten over excessieve reiskosten, inclusief peperdure hotelovernachtingen.

In 2014 kreeg de WHO veel kritiek door haar trage aanpak van de ebola-crisis in West-Afrika. Dit raakt ook de logge structuur van de in 1948 opgerichte WHO, met 8.000 werknemers en met zes regionale bureaus die veel autonomie kennen met politiek gekozen bazen. Critici zeggen dat er in feite zeven WHO’s zijn.

En dan zijn er de begrotingsperikelen. Het jaarlijkse budget bedraagt nu circa 4,4 miljard dollar (3,9 miljard euro) en is voor ruim driekwart afhankelijk van vrijwillige bijdragen – van landen en particuliere weldoeners, zoals de Bill & Melinda Gates Foundation. ‘Vrijwillige’ bijdragen zijn moeilijk voorspelbaar en gulle gevers koppelen hun donaties aan programma’s als de strijd tegen polio.

Tedros studeerde biologie aan de universiteit van Asmara (nu in Eritrea) en later in Londen en Nottingham. Als minister van Gezondheid (2005-2012) zette hij de basisgezondheidszorg in Ethiopië op poten, had hij succes met malariabestrijding.

Als minister van Buitenlandse Zaken droeg hij in 2015 bij aan de succesvolle afloop van een internationale top in Addis Abeba over de financiering van ‘Duurzame Ontwikkelingsdoelen’. Na zijn verkiezing reisde hij in juni naar de VS. Hij kwam terug met 1,2 miljard dollar aan donaties, ingezameld door Rotary Clubs, bestemd voor poliobestrijding.