Commentaar

voorzittersschandaal

Topman Raad van Europa had allang moeten vertrekken

De Raad van Europa leidt een door velen onbegrepen bestaan. Al te vaak wordt de organisatie verward met de Europese Unie, of met één van zijn instellingen. In het politieke krachtenspel op dit continent speelt de Raad van Europa geen rol, althans lijkt deze geen rol te spelen. Ten onrechte, want het in 1950 ondertekende onder de Raad vallende Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens is van immense betekenis voor de fundamentele vrijheden van Europese burgers.

Het gaat hierbij om meer dan alleen de 28 lidstaten van de Europese Unie. Bij de Raad van Europa zijn 47 tot Europa behorende landen aangesloten, inclusief Rusland en Turkije. Lidmaatschap van de Europese Unie zonder dat van de Raad van Europa is niet mogelijk. De Raad dient in zekere zin als sluis voor de Europese Unie. Op het terrein van het ontwikkelen van de rechtsstaat in lidstaten heeft de Raad door zijn voorbeeldwerking een belangrijke positie. Het begrip ‘soft power’ is op de in Straatsburg zetelende organisatie zeker van toepassing.

Des te pijnlijker is het dan ook dat juist het toezichthoudende orgaan van de Raad van Europa, de uit volksvertegenwoordigers van alle aangesloten landen bestaande parlementaire vergadering, door zijn voorzitter in opspraak is gebracht.

De naam van voorzitter Pedro Agramunt wordt al langere tijd geassocieerd met de ‘kaviaardiplomatie’ van Raad van Europa-lidstaat Azerbajdzjan. Het land zou leden van de parlementaire vergadering van geld en cadeaus hebben voorzien om een kritisch rapport over de rechtsstaat in Azerbajdzjan tegen te houden. De Spanjaard Agramunt was voordat hij voorzitter werd, rapporteur namens de Raad van Europa voor het land.

Als voorzitter bracht hij dit voorjaar een groot deel van de parlementaire vergadering in verlegenheid met zijn door Rusland gefaciliteerde bezoek aan de Syrische president Assad. Het behartigen van mensenrechten kan niet zonder het maken van vuile handen, maar de kritiekloze wijze waarop Agramunt in Damascus te werk ging en zich publicitair heeft laten misbruiken door het pro-Assadkamp is het andere uiterste. Samen met de al eerder geuite kritiek op hem leidde dit in april tot de unieke maatregel dat Agramunts bevoegdheden als voorzitter van de parlementaire vergadering hem werden ontnomen. Sindsdien mag de Spaanse christen-democraat geen officiële bezoeken meer als voorzitter brengen dan wel publieke verklaringen afleggen.

Bevoegdheden om de voorzitter formeel uit zijn functie te zetten had de parlementaire vergadering daarentegen niet. Daar is sinds de plenaire bijeenkomst van afgelopen week verandering in gekomen. Als gevolg van een aanpassing van de statuten kan de vergadering hiertoe wel besluiten. Bij de volgende vergadering in oktober zal een motie in stemming worden gebracht waarin om het vertrek van de nu al vleugellamme Agramunt wordt opgeroepen.

Alleen het vrijwillig vertrek van de voorzitter kan de stemming voorkomen. Maar zijn opstappen is natuurlijk iets wat reeds veel eerder had moeten gebeuren. Bij uitstek een organisatie als de Raad van Europa kan zich dit soort operettetaferelen rondom de eigen voorzitter van de parlementaire vergadering niet permitteren.