Trump én pers floreren door moddergevecht

Worstelvideo

Met zijn tweet van zondag, waarin hij een man die CNN voorstelt te lijf gaat, zet Trump zijn rituele oorlog met de nieuwsmedia voort.

De Amerikaanse president Trump en de pers op een persconferentie bij het Witte Huis. Foto's Brendan Smialowski/AFP

Ach, zo’n worstelvideo van Trump, zeggen zijn aanhangers, dat is toch gewoon een grapje. Kom op, linkse media, waar is jullie gevoel voor humor? Nee, zeggen nieuwsmedia en persorganisaties, met deze video roept Trump op tot geweld tegen de pers en brengt hij de persvrijheid in gevaar.

Door een filmmontage op Twitter te posten, waarin Trump een man die CNN voorstelt tegen de grond werkt, heeft de Amerikaanse president zondag een nieuwe dreun uitgedeeld in zijn „lopende oorlog” met de pers.

De tweet met de worstelvideo is een groot succes. Van de 35.000 tweets die Trump in zijn leven heeft verstuurd, kreeg deze de meeste retweets, op één na. De populairste is zijn overwinningstweet: „Vandaag gaan we Amerika weer groot maken” Trump is de eerste president die zo intensief twittert en die dit beschouwt als zijn belangrijkste uitingsvorm, naast toespraken. Hij kan zo zijn achterban (33 miljoen volgers) rechtstreeks bereiken, zonder tussenkomst van de gehate pers.

De worstelvideo komt vlak na een aanval van Trump op twee MSNBC-presentatoren. Hij schold ze uit voor „Psycho Joe” en „Gekke Mika met haar lage IQ” die hij hevig zag „bloeden van haar facelift”. Een paar Republikeinse politici hekelden Trumps „Twitter-driftbuien”, die volgens hen de waardigheid van het presidentiële ambt schenden. Trump: „Mijn gebruik van sociale media is niet presidentieel, het is modern presidentieel.”

Eerder vorige week haalde Trump uit naar CNN omdat de nieuwszender ongefundeerd nieuws over Trumps contacten met de Russische regering had ingetrokken. Drie journalisten werden ontslagen. Deze canard voedde Trumps idee dat media als CNN tegen hem zijn en dat ze vals nieuws verspreiden. ‘Fake news’ is voor Trump de verzamelnaam voor media die kritisch over hem schrijven.

Dat Trump en de „liegende, walgelijke mensen” van de pers ruzie hebben, is niet nieuw. Een vast onderdeel van zijn campagne was zijn aanval op de pers. En na zijn aantreden in januari zei hij: „Ik voer een lopende oorlog met de pers. Zij behoren tot de oneerlijkste mensen op aarde.” En op 7 februari twitterde hij: „De nepnieuwsmedia (de mislukte New York Times, NBC, ABC, CBS, CNN) is niet mijn vijand, het is de vijand van het Amerikaanse volk.”

Het blijft niet bij woorden alleen. Op 30 april was Trump de grote afwezige op het White House Correspondents’ Dinner - het traditionele jaarfeest van politiek en pers, waar de president doorgaans de eregast is. Trump gebruikt persconferenties om journalisten de oren te wassen, en geeft hem onwelgevallige verslaggevers niet het woord. Zijn woordvoerder Sean Spicer weigerde op 24 februari de toegang tot zijn dagelijkse briefing aan The New York Times, CNN, en andere media. Trump bracht het aantal persconferenties terug. Ze duren korter en bij sommige mag niet gefilmd worden. En toen Trumps minister Rex Tillerson (Buitenlandse Zaken) in maart door Azië reisde, weigerde hij journalisten mee te nemen. Niet nodig, vond hij, hij geloofde meer in diplomatie achter gesloten deuren. Ook in Saoedi-Arabië gaf hij een persconferentie waarvoor de Amerikaanse pers niet werd uitgenodigd.

Als een regering zo omgaat met de pers, zeggen bezorgde organisaties, loopt de persvrijheid gevaar. Het Committee to Protect Journalists schreef in oktober: „Trump is een ongehoorde bedreiging voor de rechten van journalisten. Trump heeft de pers beledigd en zwartgemaakt en weigert aanvallen van zijn aanhangers tegen journalisten te verwerpen.”

Pers inderdaad negatief over Trump

‘Ja, maar zij begonnen’, zal Trump zeggen. Hij vindt dat hij slechts reageert op wat hij als onterechte aanvallen van de pers beschouwt. Al sinds hij zich kandidaat stelde, schrijven de mainstream media zeer kritisch over Trump. Wat hem het meest dwars zit, is dat de pers erop gebrand is zijn vermeende banden met de Russische regering aan het licht te brengen.

Uit onderzoek van Harvard universiteit van 18 mei blijkt dat geen enkele Amerikaanse president in zijn eerste honderd dagen zoveel negatieve aandacht van de mainstream pers kreeg als Donald Trump. Maar of dit voortkomt uit een vooroordeel tegen Trump, kun je niet zeggen, stelt onderzoeker Thomas Patterson, hoogleraar overheid en pers, tegen ABC. Wel heeft de pers een grote voorkeur voor slecht nieuws, zegt Patterson. Voor alles wat misgaat en afwijkt: crises, conflicten, onwaarheden. En daarin voorziet Trump ruimhartig.

Is het alleen haat? Nee, Trump vindt media-aandacht heel belangrijk. Hij besteedt veel tijd aan het lezen van artikelen over zichzelf en kijkt veel tv. En het werkt: volgens CNN zijn de aanvallen op de pers populair bij Trumps aanhangers en geldschieters. Politieke analisten zeggen dat de ruime aandacht van de media voor Trump in de campagne hem aan de overwinning heeft geholpen.

Want die ‘linkse’ media mogen dan wel tegen Trump zijn, ze geven hem ook veel ruimte. Mede omdat hij steeds voor ophef zorgt en de kijkers en lezers dat graag zien. Als onderdeel van de Trump Bump – de economische opleving nadat hij aan de macht kwam – zagen uitgerekend de media die door Trump worden aangevallen hun oplages en kijkcijfers stijgen, voor het eerst sinds jaren. CNN had in het eerste kwartaal van 2017 de meeste kijkers in 14 jaar. De advertentie-inkomsten van nieuwszenders MSNBC, Fox News en CNN stegen. En The New York Times kreeg er 308.000 digitale lezers bij.

Ook het redactioneel moreel kreeg dankzij Trump een oppepper, zei de directeur van de krant: na jaren van getob met dalende oplages en de daarmee gepaard gaande identiteitscrises, weten de journalisten nu weer waarvoor ze leven. Mediaprofessor Patterson: „Trump is bijna een journalistendroom.”