Column

Stiekem roken

Terwijl het bruidspaar elkaar over de dansvloer van de feestzaal sleepte stonden ze met een stuk of wat ex-rokers rondom die andere gestopte roker die wel een pakje sigaretten bij zich had. Ja, had ik vooraf gedacht, als ik dan toch moet speechen kan ik net zo goed een pakje sigaretten kopen. Ik had al wel vaker gezondigd, maar nog nooit officieel. De gelegenheid maakte de dief: gezien de emotionele omstandigheden verwachtte ik weinig protest. Eerder bijval, en dan een dag later weer stoppen of zoiets.

Ik trok er die geweldige avond, want een feest was het, een stuk of wat mee naar beneden. Het was alsof ik een toverdoosje bij me had.

Er werd aan me geplukt en getrokken, zo graag wilden ze het.

„Alsjeblieft!” vroeg er één heel dwingend, „ik doe alles voor je. Alles!”

„Ga dan maar een gin-tonic voor me halen”, zei ik.

Tien minuten later liet ze zichzelf ruggelings in haar feestjurk tegen een muurtje naar beneden zakken.

„Aaaaahhh, drie taartjes van Holtkamp en nu weer een sigaret. Ik ben terug bij af… Spijt!”

Daarna: „Mag ik er nog één?”

Het ging snel, van gebruiker was ik dealer geworden.

Ik, dat was de gin-tonic, filosofeerde hardop dat de sigaret commercieel gezien toch wel een geweldig concept is. Je hoefde maar een lul met een pakje op een feestje los te laten en de tabaksindustrie kon weer even vooruit. Ik kende alle karakters niet, maar het leek me dat ik op dit feestje voor tienduizenden euro’s aan orders voor ze had binnengesleept.

„Hou je mond nou eens en geef me gewoon een sigaret”, zei een jongen die ik dit voor hield.

Toen mijn pakje leeg was moesten we op zoek naar iemand anders die ik nog niet kende, maar die uiteindelijk altijd wel te vinden is.

Daarna was ik weer gestopt.

Voordeel dit keer was dat ik de stopdatum makkelijk zou kunnen onthouden. Ik slingerde op de fiets over de dijkweg naar huis en genoot extra van de frisse lucht. ‘Wat knap van mezelf dat ik het hierbij laat’, dacht ik toen ik de avondwinkel passeerde en niet remde om er iets te kopen. Toen ik de fiets in het schuurtje zette kwam de eerste angstgedachte. Hoe ironisch zou het zijn als ik op het volgende grote feest iemand trof met een pakje sigaretten. Of nog erger: iemand met een pakje sigaretten die ik zelf weer aan het roken had geholpen. Ik dacht er achteraan dat ik gelukkig een stabiel en standvastig persoon ben.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.